1 DECEMBER 1975. - Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.
[BS 09.12.1975]

Titel II: Regels voor het gebruik van de openbare weg

Artikel 47. Lading van de voertuigen : signalisatie

47.1. Als de voertuigen niet moeten verlicht zijn worden de ladingen die meer dan één meter buiten het achtereinde van het voertuig uitsteken, gesignaleerd door een vierkantig bord dat zo aan de grootste uitstek van de lading bevestigd wordt dat het zich bestendig in een vertikaal vlak loodrecht op het langsvlak door het midden van het voertuig bevindt. Dit bord heeft een zijde van 0,50 meter en is in afwisselende rode en witte strepen van ongeveer 75 mm breed geschilderd. Een diagonaallijn van het vierkant is rood. De rode strepen moeten voorzien zijn van retro-reflecterende produkten.

Lading

47.2. Als de voertuigen moeten verlicht zijn worden de ladingen die meer dan één meter buiten het achtereinde van het voertuig uitsteken, gesignaleerd door het hierboven beschreven bord, aangevuld met een naar achteren gericht rood licht, en een oranje reflector aan elke zijkant.

Het hoogste punt van het lichtdoorlatende of -weerkaatsend gedeelte van de voor het signaleren van het achtereinde van een lading gebezigde middelen mag zich op niet meer dan 1,60 meter boven de grond bevinden.

Het laagste punt ervan mag zich op niet minder dan 0,40 meter boven de grond bevinden.

Bovendien :

bij een voertuig dat krachtens het technisch reglement van de auto's zijreflectoren moet voeren, moeten één of meerdere supplementaire oranje zijreflectoren op de lading aangebracht worden wanneer de afstand tussen de buitenrand van de reflector die de grootste uitstek van de lading signaleert, en de buitenrand van de achterste reflector van het voertuig, groter is dan 3 meter.

In geen geval mag de afstand tussen de buitenranden van twee opeenvolgende reflectoren groter zijn dan 3 meter.

bij een voertuig dat krachtens het technisch reglement van de auto's geen zijreflectoren moet voeren, mogen één of meer oranje zijreflectoren op de lading aangebracht worden.

47.3. Wanneer het voertuig moet verlicht zijn, moeten de ladingen die zodanig buiten de zijkant van het voertuig komen dat hun uiterste zijkant zich op meer dan 0,40 m van de buitenrand van het lichtdoorlatend gedeelte van het standlicht bevindt, door omtreklichten en reflectoren gesignaleerd worden.

De lichten en reflectoren die aan de voorzijde zichtbaar zijn moeten wit zijn, deze die aan de achterzijde zichtbaar zijn, moeten rood zijn.

Het lichtdoorlatend of het lichtweerkaatsend gedeelte van deze lichten of reflectoren moet zich op minder dan 0,40 meter van de grootste uitstek bevinden.