1 DECEMBER 1975. - Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.
[BS 09.12.1975]

Titel II: Regels voor het gebruik van de openbare weg

Artikel 51. Defect voertuig, op de openbare weg gevallen lading

51.1. De bestuurder van een defect voertuig moet de nodige maatregelen nemen om de veiligheid en vlotheid van het verkeer te verzekeren.

Te dien einde moet hij het voertuig opstellen zoals een geparkeerd voertuig.

Wanneer een auto of een door dit voertuig getrokken aanhangwagen evenwel niet kan worden verplaatst of slechts kan worden opgesteld op een plaats waar het stilstaan en het parkeren verboden zijn, moet de bestuurder dit voertuig op afstand signaleren door de gevaarsdriehoek, voorzien in artikel 81.2.1° van dit reglement.

De bestuurder kan bovendien gebruik maken van andere signalisatiemiddelen, ondermeer door het gelijktijdig doen functioneren van alle richtingsaanwijzers van het voertuig of door een draagbaar oranjegeel knipperlicht te plaatsen.

De auto of aanhangwagen waarvan de verlichtings- of signalisatiemiddelen defect zijn moet op dezelfde wijze gesignaleerd worden wanneer het voertuig niet duidelijk kan worden opgemerkt van op een afstand van ongeveer 100 meter.

Thumbnail imageGevaarsdriehoek plaatsen51.2. De gevaarsdriehoek wordt voor het voertuig geplaatst ongeveer in verticale stand, op een afstand van ten minste 30 meter op de gewone wegen en van ten minste 100 meter op de autosnelwegen, en zodanig dat hij voor de naderende bestuurders zichtbaar is van op een afstand van ongeveer 50 meter.

Binnen de bebouwde kommen, op plaatsen waar de afstand van 30 meter niet kan in acht genomen worden, mag de gevaarsdriehoek op een kleinere afstand en eventueel op het voertuig geplaatst worden.

51.3. Wanneer een lading geheel of gedeeltelijk op de openbare weg valt en niet onmiddellijk kan worden weggeruimd moet de bestuurder eveneens de nodige maatregelen nemen om de veiligheid en vlotheid van het verkeer te verzekeren en de hindernis signaleren zoals hierboven bepaald.

51.4. Wanneer op autosnelwegen en autowegen de bestuurder van een pechvoertuig op een plek terechtkomt waar hij niet mag stoppen of parkeren, moet hij een retro-reflecterende veiligheidsvest dragen, zodra hij zijn voertuig verlaat.

51.5. Is de bestuurder afwezig, weigert hij of is hij niet in staat om de bevelen van de in artikel 3 van dit besluit bevoegde personen op te volgen, dan mag de bevoegde persoon ambtshalve voor de verplaatsing van het voertuig en de lading zorgen.

Op autowegen en autosnelwegen zorgt de bevoegde persoon steeds ambtshalve voor de verplaatsing van het voertuig en de lading.

De verplaatsing gebeurt op risico en kosten van de bestuurder en de burgerlijk aansprakelijke personen.