11 OKTOBER 1976. - Ministerieel besluit houdende de minimum afmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens.
[B.S. 14.10.1976]

Hoofdstuk II. Verkeersborden

Artikel 6. Inleidende bepalingen en afmetingen

6.1. De verkeersborden moeten van het lichtweerkaatsend type of van het type met eigen verlichting zijn.

Het herhalingsbord moet niet noodzakelijk van hetzelfde type zijn als het verkeersbord dat rechts geplaatst is.

6.2.1. Buiten de gevallen uitdrukkelijk bedoeld door dit besluit, mogen de verkeersborden slechts herhaald worden wanneer het verkeer het rechtvaardigt.

6.2.2. Buiten de gevallen uitdrukkelijk bedoeld door het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer of door dit besluit, is het verboden verkeersborden die aan de bestuurders eenzelfde informatie omtrent eenzelfde plaats geven, op dezelfde steun of het ene bord in de onmiddellijke nabijheid van het andere te plaatsen.

6.3. De verkeersborden moeten, in de mate van het mogelijke, zuiver gehouden worden zodanig dat zij voor de weggebruikers identificeerbaar blijven.

6.4.1. Buiten de bebouwde kommen hebben de verkeersborden met de hieronder aangegeven vorm volgende minimum afmetingen :

6.4.2. In de bebouwde kommen hebben de verkeersborden met de hieronder aangegeven vorm volgende minimum afmetingen :

6.4.3. Voor de verkeersborden die een maatregel ter kennis brengen die alleen moet nageleefd worden door de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen, mogen deze afmetingen teruggebracht worden tot minimum 0,30 m.

6.5. Signalisatie met veranderlijke informatie.

6.5.1. Kleinere afmetingen zoals bepaald in de artikelen 6.4.1. en 6.4.2. mogen voor de verkeersborden van de signalisatie met veranderlijke informatie slechts gebruikt worden in de onderbruggingen en in de tunnels.

6.5.2. In principe wordt de signalisatie met veranderlijke informatie slechts gebruikt op wegen die ten minste twee rijstroken voor elke rijrichting omvatten, of, ingeval van éénrichtingsverkeer, wanneer er ten minste twee rijstroken zijn in de toegelaten rijrichting.

Behalve voor de signalisatie van de schoolomgevingen zoals bepaald in artikel 2.37 van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer, mag deze signalisatie op andere wegen slechts uitzonderlijk aangebracht worden, rekening houdend met de drukte en de aard van het verkeer.

6.5.3. De signalisatie met veranderlijke informatie wordt herhaald na elk kruispunt of na elke toegang tot een autosnelweg.

Een einde-verbodsbord moet geplaatst worden op de autosnelweg of wanneer dit einde-verbod niet samenvalt met een kruispunt.

Er mag geen gebruik gemaakt worden van een signalisatie met zonale draagwijdte, behalve voor de signalisatie van de schoolomgevingen zoals bepaald in artikel 2.37 van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer voor de verkeersborden F4a en F4b.

F4a        F4b

In dit geval :

  • wordt de signalisatie niet herhaald na elk kruispunt;
  • wordt de opheffing van de reglementering op het einde van de zone aangegeven.

6.6. Rijstrooksignalisatie.

6.6.1. Kleinere afmetingen zoals bepaald in de artikelen 6.4.1. en 6.4.2. mogen slechts gebruikt worden in de onderbruggingen en in de tunnels.

6.6.2. In principe wordt de rijstrooksignalisatie slechts gebruikt op wegen die ten minste twee rijstroken in elke rijrichting omvatten, of, ingeval van éénrichtingsverkeer, wanneer er ten minste twee rijstroken zijn in de toegelaten richting.

Op andere wegen mag deze signalisatie slechts uitzonderlijk aangebracht worden, rekening houdend met de drukte en de aard van het verkeer.

6.6.3. De rijstrooksignalisatie wordt herhaald na elk kruispunt of na elke toegang tot een autosnelweg.

Een einde-verbodsbord moet geplaatst worden op de autosnelweg of wanneer dit einde-verbod niet samenvalt met een kruispunt.

Wat de gevaarsborden betreft, wordt de lengte van het gevaarlijk weggedeelte aangeduid.

6.6.4. De signalisatie met zonale geldigheid mag niet gebruikt worden voor de rijstrooksignalisatie.

6.7. Signalisatie met zonale geldigheid.

6.7.1. De zonale geldigheid kan toegekend worden :

aan de verbodsborden, met uitzondering van de verkeersborden C1, C31, C33 en C47;

C1    C31    C33    C47

Wat betreft het verkeersbord C43 mag enkel een zonale draagwijdte toegekend worden aan :

  • 30 km per uur;
  • 50 km per uur voor zover deze zone zich buiten een bebouwde kom bevindt, afgebakend door de verkeersborden F1a, F1b en F3a, F3b, ze bebouwd is of er gewoonlijk veel voetgangers of fietsers komen;
  • 70 km per uur voorzover deze zone zich buiten een bebouwde kom bevindt, afgebakend door de verkeersborden F1a, F1b en F3a, F3b.

C43

aan de verkeersborden betreffende het stilstaan en parkeren, met uitzondering van de verkeersborden E5, E7 en E11.

E5    E7    E11

6.7.2. De verkeersborden op de signalisatie met zonale draagwijdte worden afgebeeld overeenkomstig bijlage 7 van dit besluit.

6.7.3. De verkeersborden met zonale geldigheid hebben als minimumafmetingen 0,60 m X 0,90 m. Deze afmetingen mogen verminderd worden tot 0,40 m X 0,60 m, rekening houdend met de plaatsgesteldheid.

6.7.4. De bepalingen van de artikelen 9.2, 9.3, 9.4, 9.7 en 11.1, 11.3, 11.4.1 en 2 en 11.7.2° van dit besluit zijn van toepassing wanneer aan een verkeersbord de zonale geldigheid wordt toegekend.

6.7.5.1° Bij de toegang tot een zone mogen ten hoogste twee reglementeringen ingevoerd worden.

In dit geval mogen de verkeersborden met zonale geldigheid, boven of naast elkaar geplaatst worden op een en hetzelfde bord, dat als minimumafmetingen 0,60 m X 1,60 m heeft. Deze afmetingen mogen verminderd worden tot 0,40 m X 1,00 m, rekening houdend met de plaatsgesteldheid.

Wanneer in een zone met twee reglementeringen slechts aan één ervan een einde wordt gesteld, moet de reglementering die van toepassing blijft door een herhalingsbord aangeduid worden.

Beide reglementeringen mogen op hetzelfde verkeersbord afgebeeld worden overeenkomstig bijlage 7 tot dit besluit.

6.7.5.2° Binnen een zone mogen andere reglementeringen met zonale draagwijdte ingevoerd worden, voorzover het aantal zonale reglementeringen die door de weggebruikers moeten worden toegepast, op geen enkele plaats binnen de zone meer dan twee bedraagt.

6.7.5.3° De bepalingen van de artikelen 6.7.5.1° en 6.7.5.2° gelden niet voor de verkeersborden F4a en F4b en voor de verkeersborden F117 en F118.

Zij moeten bovendien afzonderlijk worden geplaatst van de andere verkeersborden met zonale draagwijdte.

Zij mogen evenwel op dezelfde paal worden bevestigd.

F4a        F4b        F117        F118

6.7.6. Behalve wat de verkeersborden F4a en F4b betreft, mag de signalisatie met zonale geldigheid slechts voor meerdere wegen ingevoerd worden.

6.7.7. De in een zone van kracht zijnde reglementering mag door een gelijkaardig verkeersbord herhaald worden; het draagt de vermelding " Herhaling ", overeenkomstig artikel 65.5.8 van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer.

6.7.8. In een zone mogen alleen maatregelen die meer beperkend van aard zijn of maatregelen die van een andere aard zijn dan de regel die in deze zone van toepassing is, voor bepaalde openbare wegen genomen worden.

Maatregelen die minder beperkend van aard zijn mogen slechts incidenteel in de zone worden getroffen.

6.8. Beperking van de draagwijdte van de verkeersborden.

Het onderbord bepaald in artikel 65.6.van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer mag slechts gebruikt worden voor rijbanen met meerdere rijstroken in dezelfde rijrichting en indien het verkeersbord slechts van toepassing is op de uitrit die rechts van de rijbaan ligt.