11 OKTOBER 1976. - Ministerieel besluit houdende de minimum afmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens.
[B.S. 14.10.1976]

Hoofdstuk II. Verkeersborden

Artikel 9. Verbodsborden

9.1. Verkeersbord C1. Verboden richting voor iedere bestuurder.

Met ieder verkeersbord C1 dat bij het begin van een wegvak met verboden richting geplaatst is, moet op het andere uiteinde een verkeersbord F19 overeenkomen, rechts in de rijrichting geplaatst.

F19

Het verkeersbord F19 mag evenwel niet geplaatst worden indien het verbod opgelegd door het verkeersbord C1, niet het geheel van de openbare weg betreft.

Geen enkel verkeersbord wordt geplaatst op het einde van het wegvak of weggedeelte met verboden richting behoudens in de in dit reglement bepaalde gevallen.

Bij het begin van een verboden richting moet het verkeersbord C1 links herhaald worden op de rijbanen waarvan de breedte het verkeer in meerdere files toelaat; het mag evenwel niet worden herhaald indien het een verbod bevestigt dat voorzien is in het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer.

De volgende opschriften kunnen de betekenis van het verkeersbord C1 beperken :

a) ten gunste van fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen klasse A, door aanvulling met een onderbord van het model M2 of M3, bedoeld in artikel 65.2. van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer.

Dit onderbord M2 of M3 moet aangebracht worden op de openbare wegen waar de maximale toegestane snelheid lager is dan of gelijk is aan 50 km per uur en de beschikbare rijbaanbreedte ten minste 3 meter is, behalve indien veiligheidsredenen er zich tegen verzetten.

M.2.     M.3.

Op de openbare wegen waar de maximale toegestane snelheid hoger is dan 50 km per uur en de beschikbare rijbaanbreedte minder dan 3,5 meter is en op deze waar de maximale toegestane snelheid gelijk is aan of lager dan 50 km per uur en de beschikbare rijbaanbreedte minder dan 3 meter is, mag het onderbord M2 of M3 worden aangebracht, behalve indien veiligheidsredenen er zich tegen verzetten.

In deze gevallen wordt het verkeersbord F19 aangevuld met een onderbord van het model M4 of M5, bedoeld in artikel 65.2. van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer;

M.4.     M.5.

b) ten gunste van de voertuigen van geregelde openbare diensten voor gemeenschappelijk vervoer, door aanvulling met een onderbord met de vermelding "uitgezonderd bus".

Indien het een busstrook of een bijzondere overrijdbare bedding betreft waarop het verkeer slechts in één rijrichting is toegelaten, wordt het verkeersbord C1, ten gunste van de categorieën van voertuigen die er respectievelijk zijn toegelaten, aangevuld met een onderbord van het type IV van bijlage II van dit besluit. 

In dit geval :

  • mag het verkeersbord F19 niet geplaatst worden;
  • wordt een verkeersbord F17 of F18 in plaats van het verkeersbord F19 geplaatst; het duidt voor elk van de rijstroken de rijrichting aan. Dit verkeersbord wordt rechts geplaatst en links herhaald;

F17     F18

  • moeten voorsorteringspijlen aangebracht worden op de rijstroken aan het begin en aan het einde van elk gedeelte van het gereglementeerde wegvak.)

9.2. Verkeersbord C3. Verboden toegang, in beide richtingen, voor ieder bestuurder.

Indien het plaatselijk verkeer toegelaten is, wordt het verkeersbord aangevuld met een onderbord van het type IV van bijlage 2 tot dit besluit met de vermelding " Uitgezonderd plaatselijk verkeer ".

Dit onderbord mag ook een meer beperkende vermelding dragen, zoals " uitgezonderd landbouwersgebruik ", enz.

9.2bis. Verkeersbord C3 met onderbord "speelstraat".


De openbare weg die men als speelstraat wil inrichten moet liggen op een plaats waar de snelheid beperkt is tot 50 km per uur.

Hij moet liggen in een straat of wijk met overheersend woonkarakter, zonder doorgaand verkeer en mag niet bediend worden door een geregelde dienst voor gemeenschappelijk vervoer.

Tijdens de uren dat de openbare weg als speelstraat wordt gesignaleerd mag er speelinfrastructuur geplaatst worden mits de doorgang van toegelaten bestuurders en prioritaire voertuigen niet verhinderd wordt.

De openbare weg die men als speelstraat wil inrichten moet tijdelijk afgesloten worden telkens tijdens dezelfde uren.

Er moeten voldoende hekken geplaatst worden om de speelstraat duidelijk af te bakenen.

Op de hekken wordt een bord C3 en onderbord "speelstraat" vast bevestigd.

De uren tijdens welke de straat als speelstraat is ingericht worden op het onderbord vermeld.

De hekken worden geplaatst onder het toezicht en de verantwoordelijkheid van de wegbeheerder.

9.3. Verkeersborden C5 tot C19.

C5      C6      C7      C9      C11

C13    C15    C17    C19

De silhouetten die voorkomen op de verkeersborden C5, C6, C7, C9, C11, C13, C15, C17 en C19 mogen op eenzelfde verkeersbord gegroepeerd worden.

Het aantal gegroepeerde silhouetten mag echter niet groter zijn dan drie. Buiten de bebouwde kommen bedraagt dit aantal ten hoogste twee.

Bij gelijktijdig gebruik van de symbolen van de verkeersborden C9 en C11 worden deze op eenzelfde verkeersbord gegroepeerd.

9.4. Verkeersborden C21 tot C29.

C21     C22     C23     C24a    C24b

C24c   C25     C27     C29    

De verkeersborden C21, C22, C23, C24a, C24b, C24c, C25, C27 en C29 moeten worden geplaatst op plaatsen waar de weggebruiker nog een alternatieve reisweg kan kiezen. Indien er op de plaats waar de voornoemde verkeersborden de toegang voor de betrokken voertuigen verbieden, geen andere reisweg meer mogelijk is, dan moet er een gelijkaardig verkeersbord, voorzien van een onderbord van het model Ia zoals omschreven in bijlage 2 bij dit besluit, waarop de afstand tot het eigenlijke verbodsteken is vermeld, op de plaats waar er wel nog een andere reisweg mogelijk is, worden geplaatst.

type Ia

Een onderbord van het type VIIa van bijlage 2 tot dit besluit, aangebracht onder het verkeersbord C23, beperkt het verbod tot de bestuurders van voertuigen waarvan de massa in beladen toestand hoger is dan het aangeduide.

type VIIa

Een onderbord, zoals omschreven in bijlage 9 van onderhavig besluit, aangebracht onder het verkeersbord C24a, beperkt het verbod tot bestuurders van voertuigen die gevaarlijke goederen vervoeren en waarvoor de toegang tot tunnels van de categorieën B, C, D of E verboden is.

Enkel doorgangen waarvan de doorrijhoogte minder bedraagt dan 4,30 m moeten door het verkeersbord C29 worden aangeduid. De te vermelden doorrijhoogte is gelijk aan de vrije doorrijhoogte verminderd met 0,30 m.

Voor doorgangen waarvan de doorrijhoogte minder bedraagt dan 2,50 m, is de te vermelden hoogte gelijk aan de doorrijhoogte verminderd met 0,15 m.

Wanneer de vrije doorrijhoogte over de lengte of de breedte van de doorgang verschilt, dan moet de laagste doorrijhoogte worden vermeld.

Hetzelfde geldt ook wanneer de doorrijhoogte verschillend is naargelang de rijstrook. In dit geval zal er gebruik worden gemaakt van de verkeersborden F89 en F91.

F89     F91

Indien nodig kan de doorrijhoogte die op deze manier werd geregeld, bij de ingang van de doorgang worden aangeduid met borden zoals bepaald in bijlage 8 van onderhavig besluit.

9.5. Verkeersbord C31. Verbod aan het volgend kruispunt af te slaan in de richting door de pijl aangegeven.

Dit verkeersbord wordt geplaatst in de onmiddellijke nabijheid van het kruispunt. Het moet links herhaald worden op rijbanen met éénrichtingsverkeer waarvan de breedte het verkeer in meerdere files toelaat.

Het mag niet geplaatst worden indien het verbod niet het geheel van de dwarsweg betreft.

Indien de bestuurder in de onmiddellijke nabijheid van de ingang van een kruispunt een verkeersbord C1 niet kan zien dat op een weg van dit kruispunt geplaatst is, mag een verkeersbord C31 geplaatst worden als waarschuwing van het verkeersbord C1, behalve indien het afslaan in dezelfde richting op een andere weg van het kruispunt toegelaten is. Telkens als het mogelijk is zal evenwel het verkeersbord D1 of D3 gebruikt worden in plaats van het verkeersbord C31.

Wanneer er op de verboden richting alleen een uitzondering is voor de fietsers en eventueel voor de bestuurders van tweewielige bromfietsen klasse A, moet het verkeersbord C31 gebruikt worden in plaats van het verkeersbord D3, en mag het gebruikt worden in plaats van het verkeersbord D1.

C1    D1    D3

Op een kruispunt waar het verboden is naar rechts en naar links af te slaan wordt geen verkeersbord C31 geplaatst; alleen een verkeersbord D1, waarvan de pijl naar boven gericht is, wordt in zulk geval geplaatst.

Hetzelfde geldt aan de opritten van autosnelwegen; het verkeersbord D1 wordt dan zo geplaatst in de hoek gevormd door de oprit en de rijbaan van de autosnelweg, dat het zowel zichtbaar is voor de bestuurder die op de autosnelweg rijdt als voor de bestuurder die er zich op begeeft.

Het is verboden tegelijk verkeersborden C31 en D1, D3 of D5 te plaatsen om eenzelfde reglementering op te leggen.

D1    D3    D5

Wanneer het verkeersbord C31 niet van toepassing is op de fietsers en eventueel de bestuurders van tweewielige bromfietsen klasse A, wordt een onderbord gebruikt van het model M.2. of M.3. bedoeld in artikel 65.2. van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer.

M.2.     M.3.

9.6. Verkeersbord C33.

Dit verkeersbord mag niet gebruikt worden om aan te duiden dat een rijbaan éénrichtingsverkeer heeft.

9.7. Verkeersborden C35 en C39.

C35        C39

Op een rijbaan met éénrichtingsverkeer moet het verkeersbord dat op het eerste gereglementeerd weggedeelte staat links herhaald worden.

9.8. Verkeersborden C37 en C41.

C37         C41

Het verkeersbord wordt slechts geplaatst indien het einde van het verbod niet samenvalt met een kruispunt.

Het mag vervangen worden door het verkeersbord C46.

C46

9.9. Verkeersbord C43.

Dit verkeersbord mag niet gebruikt worden op plaatsen waar :

a) de bijzondere plaatsgesteldheid duidelijk een snelheidsvermindering oplegt;

b) waar een gevaarsbord kan gebruikt worden behalve wat betreft het gevaarsbord A23 wanneer het gevoegd is bij een verkeersbord F4a, gebeurlijk met veranderlijke informatie, conform het artikel 2.37 van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg en behalve wat betreft het gevaarsbord A51 wanneer het gevoegd is bij een verkeersbord F4a of zonale C43 met de vermelding 50 of zonale C43 met de vermelding 70 .

A23     F4a     A51

Wanneer de snelheidsbeperking is aangeduid door middel van signalisatie met veranderlijke informatie, mag ze slechts gebruikt worden tijdens de periodes van aankomst en vertrek van de kinderen aan de school.

Het mag niet bij het verkeersbord A23 worden geplaatst :

  • wanneer de snelheid reeds beperkt is tot ten minste 30 km per uur;
  • wanneer de maximum toegestane snelheid gelijk is aan of hoger is dan 70 km per uur.

In de bebouwde kommen die afgebakend zijn door verkeersborden F1a, F1b en F3a, F3b mogen geen verkeersborden C43 met snelheidsbeperking tot 50 km/u worden geplaatst of behouden.

Er moet evenwel een verkeersbord C43 met snelheidsbeperking tot 50 km/u, aangevuld door het onderbord van het type VI van bijlage 2 tot dit besluit, met de vermelding " Herhaling " worden geplaatst op het einde van het weggedeelte waarop een snelheid van meer dan 50 km/u werd toegelaten. Het wordt links herhaald op de rijbanen met éénrichtingsverkeer.

Verkeersborden C43 met op een onderbord de vermelding " Herhaling " mogen gebruikt worden indien de bijzondere plaatsgesteldheid het rechtvaardigt.

F1      F3    C43     type VI

Wanneer een snelheidsbeperking wordt opgelegd buiten de bebouwde kom, moet het eerste verkeersbord C43 aangekondigd worden door een gelijkaardig verkeersbord, aangevuld met een onderbord van het type Ia van bijlage 2 tot dit besluit, indien het verschil tussen de maximale toegelaten snelheid en de opgelegde snelheidsbeperking meer dan 20 km/u. bedraagt.

C43C43    type Ia

Op openbare wegen waar de snelheid beperkt is overeenkomstig artikel 11.2.2° a) van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer mogen alleen verkeersborden C43 met de vermelding 90 km/uur gebruikt worden met een onderbord met de vermelding " Herhaling ".

Deze verkeersborden mogen alleen worden gebruikt indien de bijzondere plaatsgesteldheid het rechtvaardigt

Wanneer het verkeersbord C43 met de vermelding 30 (km) bij de verkeersborden F1, F1a of F1b is gevoegd :

  • mag de bebouwde kom geen openbare wegen omvatten die voorrangswegen zijn doordat er borden B9 geplaats zijn;
  • moet binnen deze bebouwde kom de snelheid teruggebracht worden tot 30 km per uur door maatregelen inzake organisatie van het verkeer of het parkeren, infrastructuur of door andere aanpassingen in het straatbeeld of door een combinatie van deze maatregelen.

9.10. Verkeersbord C45. Einde van de snelheidsbeperking opgelegd door het verkeersbord C43.

Dit verkeersbord wordt slechts geplaatst indien het einde van het verbod niet samenvalt met een kruispunt.

Het mag vervangen worden door het verkeersbord C46.

9.11. Verkeersbord C46. Einde van alle plaatselijke verbodsbepalingen opgelegd aan de voertuigen in beweging.

Dit verkeersbord mag slechts gebruikt worden om een einde te maken aan de verbodsbepalingen voorgeschreven door de verkeersborden C33, C35, C39 en C43 en uitsluitend wanneer het einde van het verbod niet samenvalt met een kruispunt of een toegang tot een autosnelweg.

C33      C35      C39      C43C43

9.12. Verkeersbord C48. Vanaf het verkeersbord tot het volgend kruispunt, verbod de cruise control of kruissnelheidsregelaar te gebruiken.

Een onderbord van het type VII van bijlage 2 bij dit besluit, aangebracht onder het verkeersbord C48 beperkt het verbod tot de bestuurders van voertuigen waarvan de maximale toegelaten massa hoger is dan de aangeduide.

Type VIIa