11 OKTOBER 1976. - Ministerieel besluit houdende de minimum afmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens.
[B.S. 14.10.1976]

Hoofdstuk II. Verkeersborden

Artikel 12. Aanwijzingsborden

12.1. Verkeersborden F1, F1a of F1b. Begin van een bebouwde kom.
Verkeersborden F3, F3a of F3b. Einde van een bebouwde kom.

F1 F1  F1a F1a F1a  F1b F1b F1b

F3 F3  F3a F3a F3a  F3  F3b F3b

Deze verkeersborden moeten als minimum afmetingen 0,90 m X 0,60 m of 0,60 m x 0,90 m hebben.

Deze verkeersborden worden tegelijk geplaatst, op alle toegangs- en uitgangswegen van een bebouwde kom, ongeveer op de plaats waar de openbare weg het uitzicht van een straat krijgt of verliest.

Indien eenzelfde gemeente meerdere bebouwde kommen omvat, of indien een bebouwde kom zich uitstrekt over meerdere gemeenten, dan moeten de namen van de gemeenten, van de bebouwde kom en eventueel van de plaats op wier grondgebied het verkeersbord wordt geplaatst, op hetzelfde bord voorkomen.

12.1bis. Verkeersbord F4a. Begin van een zone met een snelheidsbeperking van 30 km per uur.
Verkeersbord F4b. Einde van een zone met een snelheidsbeperking van 30 km per uur.

F4a       F4b

1. Deze verkeersborden hebben als afmetingen 0,60 m X 0,90 m. Deze afmetingen mogen verminderd worden tot 0,40 m X 0,60 m rekening houdend met de plaatsgesteldheid.

Deze verkeersborden worden afzonderlijk geplaatst van de andere verkeersborden met zonale draagwijdte. Zij mogen evenwel op dezelfde paal worden bevestigd.

2. Deze verkeersborden worden tegelijk geplaatst op alle toegangen en alle uitgangen van de zones met een snelheidsbeperking van 30 km per uur.

3. Met deze verkeersborden worden één of meerdere straten afgebakend waarin de verblijfsfunctie primeert of waarin de verkeersfunctie ondergeschikt wordt gemaakt aan de verblijfsfunctie, en dit als gevolg van het beleid dat door de wegbeheerder gevoerd wordt.

4. De toegang tot de zone 30, die aangeduid wordt met deze verkeersborden, moet duidelijk herkenbaar zijn door de plaatsgesteldheid, door een inrichting of door beide.

5. Indien aansluitend bij een schoolomgeving, zoals gedefinieerd in artikel 2.37 van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, de mogelijkheid bestaat om een grotere zone 30 af te bakenen omdat er één of meer straten op aansluiten met een overwegende verblijfsfunctie, zodat de schoolomgeving hierin vervat kan zijn, dan kan deze meer omvattende zone 30 afgebakend worden, in plaats van alleen maar de strikter geïnterpreteerde schoolomgeving.

Artikel 12.1ter. Verkeersborden F4a en A23. Begin van een schoolomgeving.
Verkeersbord F4b. Einde van een schoolomgeving.

F4a      A23      F4b

Behoudens uitzonderlijke gevallen, gerechtvaardigd door de plaatsgesteldheid moet elke schoolomgeving met deze verkeersborden worden afgebakend

12.2. Verkeersbord F5. Begin of oprit van een autosnelweg.
Verkeersbord F7. Einde van een autosnelweg.

F5      F7

Het verkeersbord F5 wordt geplaatst bij het begin en bij elke oprit van een autosnelweg.

Het verkeersbord F7 wordt geplaatst bij het einde en bij elke uitrit van een autosnelweg.

12.2bis Verkeersbord F8. Tunnel.

Deze verkeersborden worden geplaatst aan elke ingang van een tunnel met een lengte van meer dan 500 meter.

Een onderbord van het type II van bijlage 2 tot dit besluit duidt de lengte van de tunnel aan.

De naam van de tunnel kan ook worden aangegeven.

Voor tunnels met een lengte van meer dan 3 000 m wordt de resterende lengte van de tunnel om de 1000 m aangegeven.

12.3. Verkeersbord F9. Autoweg.
Verkeersbord F11. Einde van een autoweg.

F9     F11

Deze verkeersborden mogen slechts geplaatst worden op de openbare wegen die geen toegang geven tot de aanliggende eigendommen.

12.3bis. Verkeersbord F12a. Begin van een woonerf.
Verkeersbord F12b. Einde van een woonerf.

F12a     F12b

Deze verkeersborden moeten als afmetingen 0,90 m 0,60 m hebben. De witte boord moet 0,05 m breed zijn.

Deze verkeersborden worden tegelijk geplaatst op alle toegangen en uitgangen van een woonerf.

12.4. Verkeersbord F13. Verkeersbord dat pijlen op de rijbaan aankondigt en de keuze van een rijstrook voorschrijft.

Wanneer voorsorteringspijlen zijn aangebracht moet het verkeersbord F13 geplaatst worden, behalve wanneer de bijzondere plaatsgesteldheid het niet toelaat.

Wanneer voorsorteringsstroken voorbehouden voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen werden afgebakend, moet het verkeersbord F13, aangevuld zoals bedoeld in artikel 71.2. van het algemeen verkeersreglement, geplaatst worden.

12.5. Verkeersbord F17. Aanduiding van de rijstroken van een rijbaan met een strook voorbehouden voor autobussen.

Dit verkeersbord moet worden herhaald na elk kruispunt.

Dit verkeersbord moet als minimumafmetingen 0,60 m x 0,40 m hebben.

Dit verkeersbord mag slechts aangevuld worden met het symbool van een fiets op voorwaarde dat de fietsers in dezelfde richting rijden als de autobussen.

Dit verkeersbord mag worden aangevuld met de symbolen van een bromfiets, een motorfiets, een voor het vervoer van passagiers ontworpen en gebouwd voertuig met meer dan acht zitplaatsen, die van de bestuurder niet meegerekend, en een voertuig bestemd voor het woon-werkverkeer dat gesignaleerd is door het bord afgebeeld in artikel 72.5, vijfde lid, van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg en behorend tot de categorieën M2 en M3, bedoeld in het technisch reglement van de auto's, zoals bepaald in artikel 72.5 van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg. Deze symbolen, met een minimumhoogte van 120 mm en een minimumbreedte van 200 mm, worden vermeld ofwel op het verkeersbord zelf in het wit, ofwel in het zwart op een wit onderbord met een maximumbreedte van 700 mm en een minimumhoogte van 200 mm.

12.5bis. Verkeersbord F18. Aanduiding van een bijzondere overrijdbare bedding, voorbehouden voor voertuigen van geregelde openbare diensten voor gemeenschappelijk vervoer.

Dit verkeersbord moet na elk kruispunt herhaald worden.

Dit verkeersbord moet als minimumafmetingen 0,60 m x 0,40 m hebben.

Dit verkeersbord mag slechts aangevuld worden met het symbool van een fiets voor zover :

de bijzondere overrijdbare bedding niet gebruikt wordt door tramvoertuigen;

de bijzondere overrijdbare bedding niet in het midden van de rijbaan ligt;

de fietsers in dezelfde richting van de voertuigen van geregelde diensten voor gemeenschappelijk vervoer rijden.

Dit verkeersbord mag worden aangevuld met het woord « TAXI » en met de symbolen van een bromfiets, een motorfiets, een voor het vervoer van passagiers ontworpen en gebouwd voertuig met meer dan acht zitplaatsen, die van de bestuurder niet meegerekend, en een voertuig bestemd voor het woon-werkverkeer dat gesignaleerd is door het bord afgebeeld in artikel 72.5, vijfde lid, van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg en behorend tot de categorieën M2 en M3, bedoeld in het technisch reglement van de auto's, zoals bepaald in artikel 72.6 van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg. Deze symbolen met een minimumhoogte van 120 mm en een minimumbreedte van 200 mm, en het woord « TAXI », worden vermeld ofwel op het verkeersbord zelf in het wit, ofwel in het zwart op een wit onderbord met een maximumbreedte van 700 mm en een minimumhoogte van 200 mm.

12.6. Verkeersbord F19. Openbare weg met éénrichtingsverkeer.

Dit verkeersbord wordt rechts geplaatst.

Het wordt links herhaald op de rijbanen waarvan de breedte het verkeer in meerdere files toelaat.

Het verkeersbord F19 mag niet geplaatst worden indien het verbod opgelegd door het verkeersbord C1 niet het geheel van de openbare weg betreft.

Het verkeersbord F19 wordt aangevuld met een onderbord van het model M.4. of M.5. bedoeld in artikel 65.2. van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer wanneer het verkeer van fietsers en eventueel van bestuurders van tweewielige bromfietsen klasse A in de tegenovergestelde richting toegelaten is

C1        M.4.        M.5.

12.7. Verkeersbord F23a. Nummer van een gewone weg.

Indien de weg één enkel nummer heeft, wordt dit verkeersbord boven het centraal gedeelte van de groep wegwijzers geplaatst.

12.8. Verkeersborden F25 en F27. Voorwegwijzers.

F25      F27

a) Het verkeersbord F25 duidt in schemavorm de verschillende richtingen van de wegen aan zonder bijkomstige details, zoals verkeersgeleiders, bermen, enz.

De weg die aan het kruispunt voorrang heeft wordt op dit verkeersbord door een bredere streep voorgesteld.

b) Het wegnummer of de wegnummers worden ingeschreven in de overeenstemmende pijl.

Indien de weg een ring is, wordt het R-nummer niet vermeld maar worden de wegnummers naast de overeenstemmende bestemmingen vermeld.

a) De oppervlakte van het verkeersbord F27 wordt verdeeld in meerdere gedeelten waarvan de opeenvolging van boven naar beneden in beginsel als volgt is :

  • de richtingen in rechte lijn;
  • de richtingen naar links;
  • de richtingen naar rechts.

b) In elk gedeelte wordt een pijl geplaatst :

  • voor al de richtingen in rechte lijn : een pijl naar omhoog, links op het bord;
  • voor al de richtingen naar links : een pijl naar links, links op het bord;
  • voor al de richtingen naar rechts : een pijl naar rechts, rechts op het bord.

c) In elk gedeelte :

  • wordt, indien de weg één enkel nummer heeft, dat nummer ingeschreven aan de tegenovergestelde kant van deze die aan de pijl is voorbehouden;
  • worden, indien de weg meerdere nummers heeft, deze nummers ingeschreven naast de overeenstemmende bestemmingen, aan de tegenovergestelde kant van deze die aan de pijl is voorbehouden;
  • wordt, indien de weg een ring is, het R-nummer niet vermeld, maar worden de andere wegnummers ingeschreven naast de overeenstemmende bestemmingen, aan de tegenovergestelde kant van deze die aan de pijl is voorbehouden.

De verkeersborden F25 en F27 geven geen enkele aanduiding van de afstand in km. Voor elke richting is het aantal opschriften beperkt tot drie; deze opschriften volgen elkaar op van boven naar beneden, in dalende orde van afstand, waarbij eveneens rekening gehouden wordt met de bestemmingen die niet op de gevolgde weg zelf liggen maar via deze weg kunnen bereikt worden.

De letterhoogte voor de naam van de bestemmingen bedraagt ten minste :

  • 0,24 m op de autosnelwegen en de wegen waar de maximum toegelaten snelheid hoger ligt dan 90 km/u;
  • 0,18 m op de wegen waar de maximum toegelaten snelheid hoger ligt dan 70 km/u en gelijk is of lager dan 90 km/u;
  • 0,12 m op de wegen waar de maximum toegelaten snelheid gelijk is of lager ligt dan 70 km/u.

Deze verkeersborden worden geplaatst op een afstand van ongeveer :

  • 200 m van het kruispunt, buiten de bebouwde kommen;
  • 100 m van het kruispunt, in de bebouwde kommen.

Deze afstanden mogen vergroot worden indien de snelheid, de verkeersdichtheid of de plaatsgesteldheid het wenselijk maken, en ook aan belangrijke kruispunten waar een rijstrookkeuze noodzakelijk is.

Wanneer de organisatie van het verkeer het rechtvaardigt, mogen deze borden aangevuld worden met de aanduidingen voorzien bij het verkeersbord F33a tot F35.

Een recreatie- of pretpark, een merkwaardig landschap of een geheel van voorzieningen van toeristische aard gelegen in een uitgestrekt gebied, mogen slechts aangeduid worden voor zover het aantal bezoekers meer dan 75 000 per jaar bedraagt of dat zij erkend zijn door de gewestregeringen als site van grote omvang of belang.

In dit geval worden de kleuren gebruikt die voorzien zijn voor de categorie van het betrokken verkeersbord. De bepalingen van artikel 12.8.4° inzake hoogte van de letters en symbolen, zijn van toepassing.

12.9.1. Verkeersborden F29, F31, F33a, F33b en F33c. Wegwijzers.

F29

F31

F33a

F33b

F33c

De plaatsing van deze verkeersborden mag het zicht van de gebruikers op de openbare weg zo weinig mogelijk belemmeren.

Op deze verkeersborden bedraagt de hoogte van de symbolen en van de letters voor de naam van de bestemmingen ten minste :

  • 0,24 m op de autosnelwegen en de wegen waar de maximum toegelaten snelheid hoger ligt dan 90 km/u.;
  • 0,18 m op de wegen waar de maximum toegelaten snelheid hoger ligt dan 70 km/u. en gelijk is of lager dan 90 km/u.;
  • 0,12 m op de wegen waar de maximum toegelaten snelheid gelijk is aan of lager ligt dan 70 km/u.

Deze verkeersborden worden samengebracht per richting. Voor elke richting mogen er niet meer dan vijf zijn. In principe worden de verkeersborden per richting naast elkaar geplaatst; het is bovendien verboden meer dan vijf verkeersborden boven elkaar te plaatsen, wanneer zij verschillende richtingen aangeven.

Wanneer slechts één bestemming kan bereikt worden in een richting en al de andere bestemmingen in de andere richting, wordt in dit geval de voorkeur gegeven aan de vermelding " andere richtingen ".

Indien al de richtingen, daarin inbegrepen, in voorkomend geval, de richtingen die naar een autosnelweg voeren, kunnen bereikt worden langs dezelfde weg, dan wordt slechts één aanwijzingsbord geplaatst met de woorden " alle richtingen ". Dit bord is van het type F29.

In principe worden de borden van boven naar beneden in de volgende volgorde geplaatst :

F31, F29, F33a , F33b en F33c en per type bord, in dalende orde van de afstand.

Tussen de aanduiding van de bestemming en de pijlpunt mag de afstand in km worden aangeduid. De frakties van km worden niet vermeld.

Indien de betrokken weg één of meerdere nummers heeft, mogen de verkeersborden F23a, F23b, F23c of F23d geplaatst worden boven het centraal gedeelte van de groep wegwijzers.

Indien de weg een ring is, worden de andere wegnummers op elk van de wegwijzers F29 geplaatst op de tegenovergestelde kant van de pijlpunt. In dit geval wordt op de wegwijzers F29 geen kilometeraanduiding gegeven.

Langs een reisweg die toelaat een autosnelweg te volgen in al de richtingen waarheen hij voert, mogen op de verkeersborden F31, in plaats van plaatsnamen, het nummer of de nummers van de autosnelweg voorkomen. In dit geval wordt geen enkele aanduiding van de afstand in km gegeven.

Op de verkeersborden F29 worden de aanduidingen gegeven in het wit op een blauwe achtergrond.

Op de verkeersborden F31 worden de aanduidingen gegeven in het wit op een groene achtergrond. Deze borden worden gebruikt indien de bestemming bereikt wordt langs een autosnelweg. Indien evenwel een bestemming kan bereikt worden langs twee verschillende reiswegen waarvan de ene geen autosnelwegen volgt, terwijl de andere er wel een volgt, dan wordt de bestemming aangegeven in het wit op een blauwe achtergrond voor het gedeelte dat deze twee reiswegen gemeenschappelijk hebben.

10° Op de verkeersborden F33a worden de aanduidingen gegeven in het zwart op een witte achtergrond, met uitzondering van het symbool van het verkeersbord F53 dat wit is op een blauwe achtergrond.

Deze verkeersborden worden gebruikt voor de aanduiding op afstand van :

  • belangrijke luchthavens, universitaire centra, klinieken en ziekenhuizen, beurs- of tentoonstellingshallen, havens, wijken of ringen.
    De reisroutes die er naar toe leiden, worden aangegeven vanop de autosnelwegen of de belangrijke wegen voor doorgaand verkeer, rekening houdend met het belang van de bestemming en haar invloed op de organisatie van het verkeer;
  • alleenstaande bedrijven gelegen buiten de bebouwde kom, belangrijke industrieparken en commerciële centra.
    Alleen de industrieparken, commerciële centra en bedrijven die veel verkeer met zich meebrengen en waarvoor de signalisatie noodzakelijk is om de meest geschikte reisroute aan te duiden, mogen gesignaleerd worden.
    Per industriepark, commercieel centrum of bedrijf worden slechts maximaal twee volledige reisroutes aangegeven vanaf een autosnelweg of een belangrijke weg voor doorgaand verkeer en dit vanop een afstand van maximum vijf kilometer.

Wanneer deze bestemmingen voorkomen op de verkeersborden F25 en F27 geplaatst op autosnelwegen of op belangrijke wegen voor doorgaand verkeer gelegen buiten de bebouwde kom, wordt het verkeersbord F33a gebruikt over het volledige traject. Het verkeersbord F34a wordt niet gebruikt.

Wanneer het verkeersbord F33a gebruikt wordt voor de signalisatie op afstand van industrieparken of commerciële centra mag het geen namen van bedrijven of winkels vermelden.

Voor de luchthavens, klinieken, ziekenhuizen, beurs- of tentoonstellingshallen, havens, bedrijven en industrieparken of commerciële centra van minder belang, wordt evenwel gebruik gemaakt van de verkeersborden van het type F34a evenals voor de aanduiding van de naam van de bedrijven of winkels binnen deze parken en centra, evenals voor de alleenstaande bedrijven binnen de bebouwde kommen, afgebakend door de verkeersborden F1a, F1b en F3a, F3b.

11° Op de verkeersborden F33a, F33b en F33c worden de symbolen geplaatst aan de tegenovergestelde zijde van de pijlpunt.

12° Op de verkeersborden F33b worden de aanduidingen en de symbolen gegeven in het blauw op een witte achtergrond.

Deze verkeersborden worden gebruikt voor de aanduiding op afstand van belangrijke toeristische valleien en waterlopen. De reisroute wordt aangegeven vanaf de autosnelwegen of belangrijke wegen voor doorgaand verkeer.

13° Op de verkeersborden F33c worden de aanduidingen gegeven in het wit op bruine achtergrond, en de symbolen in het zwart op witte achtergrond.

Deze verkeersborden mogen alleen geplaatst worden voor de bewegwijzering naar een cultureel- of een recreatiepark, een merkwaardig landschap of een geheel van voorzieningen van toeristische aard gelegen in een uitgestrekt gebied, voor zover het aantal bezoekers meer dan 75 000 per jaar bedraagt of dat zij erkend zijn door de gewestregeringen als site van grote omvang of belang.

Behoudens bijzondere omstandigheden, worden maximum twee volledige reisroutes aangegeven in een straal van 10 km van op de autosnelwegen of belangrijke wegen van doorgaand verkeer.

Wanneer deze bestemmingen voorkomen op verkeersborden F25 of F27 geplaatst op autosnelwegen of op belangrijke wegen voor doorgaand verkeer gelegen buiten de bebouwde kom, wordt het verkeersbord F33c gebruikt over het volledige traject. Het verkeersbord F35 wordt niet gebruikt.

12.9.2. Verkeersborden F34a, F35 en F37. Wegwijzers.

F34a

F35

F37

De plaatsing van deze verkeersborden mag het zicht van de gebruikers op de openbare weg zo weinig mogelijk belemmeren.

De verkeersborden F34a, F35 en F37 zijn rechthoekig, met de volgende afmetingen :

a) op de wegen waar de maximale toegelaten snelheid hoger ligt dan of gelijk is aan 70 km/h :

  • maximale lengte : 1,30 m;
  • maximale hoogte : 0,18 m; deze hoogte mag op 0,30 m worden gebracht wanneer de vermeldingen tweetalig zijn of te lang zijn in verhouding tot de maximale toegelaten lengte van het bord;
  • hoogte van de letters en symbolen : 0,12 m;

b) op de wegen waar de maximum toegelaten snelheid lager is dan 70 km/h :

  • maximale lengte : 1,20 m;
  • maximale hoogte : 0,15 m; deze hoogte mag op 0,25 m worden gebracht wanneer de vermeldingen tweetalig zijn of te lang zijn in verhouding tot de maximale toegelaten lengte van het bord;
  • hoogte van de letters en symbolen : 0,10 m.

Evenwel, wanneer de bijzondere plaatsgesteldheid voor gevolg heeft dat de borden op grote afstand van het gezichtsveld van de bestuurder worden geplaatst mogen de afmetingen voorzien onder a) worden toegepast.

De hoogte moet worden aangepast in verhouding tot de maximale hoogte toegelaten in artikel 12.8.4°, wanneer bepaalde vermeldingen op de borden F34a en F35 geïntegreerd zijn in verkeersborden van het type F25 en F27.

Voor de richtingen naar links wordt de pijl links op het bord geplaatst.

Voor de richtingen naar rechts en rechtdoor wordt de pijl rechts op het bord geplaatst.

Evenwel, wanneer in een systeem van parkeergeleiding op het verkeersbord F34a bijkomende informatie gegeven wordt zoals de elektronische weergave van beschikbare plaatsen of voor identificatie van de parkings, mogen de pijlen links onder elkaar worden geplaatst.

De verkeersborden F34a, F35 en F37 worden samengebracht per richting, en gescheiden van de verkeersborden van het type F29, F31, F33a , F33b en F33c.

Het is verboden meer dan acht verkeersborden van het type F34a, F35 en F37 boven elkaar te plaatsen.

Bovendien wordt het aantal boven elkaar te plaatsen verkeersborden verhoudingsgewijze verminderd wanneer, bij toepassing van artikel 12.9.2.2°, hun maximale hoogte op 0,25 m of 0,30 m is gebracht.

Uitzonderlijk, en rekening houdend met de plaatsgesteldheid, mogen de verkeersborden F34a, F35 en F37 evenwel worden samengebracht met de verkeersborden F29, F31, F33a , F33b en F33c.

In dit geval :

  • wordt inzake plaatsing de voorkeur gegeven aan de verkeersborden F29, F31, F33a en F33c, boven de verkeersborden F34a, F35 en F37;
  • mogen in een rijrichting in totaal niet meer dan acht richtingen worden aangeduid, ook niet wanneer de verkeersborden F29 tot F33b zelf zijn samengebracht.

De verkeersborden F34a, F35 en F37 worden, van boven naar beneden, in de volgende volgorde geplaatst:

  • F34a het eerst,
  • F35 daarna,
  • F37 het laatst.

Met uitzondering van de symbolen van de verkeersborden F53 en F55, die respectievelijk wit op een blauwe achtergrond en rood op een witte achtergrond zijn, zijn de symbolen op de verkeersborden F34a, F35 en F37 zwart op een witte achtergrond.

Wanneer enkel gebruik wordt gemaakt van de symbolen, mogen de symbolen van de verkeersborden F34a, F35 en F37 worden samengebracht.

In dit geval wordt gebruik gemaakt van de verkeersborden F34a met een witte achtergrond, geplaatst overeenkomstig 7°, a) hiernavermeld.

Het aantal symbolen mag niet meer dan vijf bedragen.

a) op de verkeersborden F34a zijn de opschriften in het zwart op een witte achtergrond;

b) er mogen maximum twee reisroutes aangegeven worden vanaf een weg voor doorgaand verkeer en dit vanop een afstand van maximum 2 km;

c) de verkeersborden F34a worden gebruikt voor de signalisatie van :

  • de luchthavens, klinieken, ziekenhuizen, beurs- en tentoonstellingshallen, havens, alle van minder belang;
  • op voorwaarde dat de signalisatie noodzakelijk is om de meest geschikte reisroute aan te duiden : de industrieparken, de commerciële centra en de alleenstaande bedrijven gelegen buiten de bebouwde kom, alle van minder belang en de alleen staande bedrijven gelegen in de bebouwde kom;
  • de inrichtingen en etablissementen, die openbaar zijn of van algemeen belang, en die niet vermeld werden in artikel 71.2. van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer. In dit geval wordt op het verkeersbord F34a ofwel het type van de inrichting of het etablissement aangebracht (bv. : Kazerne) ofwel het type en de naam (bv. : Regie van Nijvel), ofwel de naam (bv. : NATO); in dit geval wordt geen gebruik gemaakt van symbolen;
  • om specifieke voorzieningen aan te duiden binnen de luchthavens, universitaire centra, beurs- en tentoonstellingshallen, havens, industrieparken en commerciële centra.
    In dit geval worden meerdere steunpalen geplaatst met daarop maximum acht verkeersborden en dit naar rata van de te signaleren voorzieningen en wordt geen gebruik gemaakt van symbolen.
    De steunpalen worden op één meter van elkaar geplaatst en de lengte van de borden wordt teruggebracht op 0,90m.
    In deze gevallen wordt het verkeersbord F33a niet gebruikt;

d) er mag gebruik gemaakt worden van een symbool alleen en desgevallend van meerder symbolen indien zich diverse activiteiten op dezelfde plaats bevinden. Het aantal mag evenwel niet hoger zijn dan 5.

De aanduidingen op de verkeersborden F35 zijn in het wit op een bruine achtergrond. Het symbool is zwart op witte achtergrond en is aangebracht aan de andere kant van de pijl.

Dit verkeersbord wordt onder meer gebruikt voor de signalisatie van een cultureel park, een recreatie- of pretpark, een merkwaardig landschap of een geheel van voorzieningen van toeristische aard gelegen in een uitgestrekt gebied die niet conform het artikel 12.9.1, 13°, kunnen worden gesignaleerd.

Slechts twee reisroutes mogen aangegeven worden vanaf een weg voor doorgaand verkeer en dit van op een afstand van maximum 2 km.

Wanneer het evenwel gaat om een cultureel park, een recreatie- of pretpark, een merkwaardig landschap of een geheel van voorzieningen van toeristische aard gelegen in een uitgestrekt gebied, zal een reisroute mogen worden aangegeven vanaf een autosnelweg of een weg voor doorgaand verkeer in een straal van 10 km, indien het aantal bezoekers meer dan 150 000 per jaar bedraagt en van 5 km indien dit aantal begrepen is tussen 75 000 en 150 000 en voorzover de organisatie van het verkeer dit rechtvaardigt.

Indien een symbool wordt gebruikt, mag de naam van de categorie van de voorziening worden weggelaten.

Er mag gebruik gemaakt worden van enkel de symbolen, wanneer de voorzieningen geconcentreerd zijn op eenzelfde plaats, met een maximum van vijf symbolen.

Het gebruik van andere dan de voorziene symbolen moet beperkt blijven tot bekende monumenten of merkwaardige landschappen alsook tot de culturele parken, de recreatie- of de pretparken; in dit geval moet de benaming steeds naast het symbool worden geplaatst. (bv. de Leeuw van Waterloo, Atomium...).

De bijzondere symbolen van de sporttakken zijn opgenomen in de bijlage 6 van dit besluit.

Er mogen geen andere symbolen gebruikt worden dan deze voorzien in bijlage 6 tot dit besluit.

Wanneer meerdere sporttakken kunnen beoefend worden op dezelfde plaats, zal in principe slechts gebruik gemaakt worden van het symbool van een sportcentrum voorzien in artikel 71.2. van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer.

10° Kastelen of merkwaardige privé-gebouwen mogen worden gesignaleerd op voorwaarde dat ze tijdens het toeristisch seizoen regelmatig voor het publiek toegankelijk zijn.

11°

a) De aanduidingen op de verkeersborden F37 zijn bruin op een gele achtergrond. Het symbool is zwart op witte achtergrond en is aangebracht aan de andere kant van de pijl.

De verkeersborden F37 moeten altijd onderscheiden zijn van de verkeersborden van het type F29, F31, F33a en F33b.

b) Binnen de bebouwde kommen, die meer dan 30 000 inwoners tellen, worden de overnachtingsgelegenheden niet gesignaleerd.

Binnen de bebouwde kommen worden de restaurants niet gesignaleerd.

c) Ten hoogste twee reisroutes mogen aangegeven worden vanaf de dichtsbijzijnde weg voor doorgaand verkeer.

Indien gebruik gemaakt wordt van een symbool dan mag de naam van de soort voorziening weggelaten worden.

Er mag gebruik gemaakt worden van enkel de symbolen en met een maximum van vijf symbolen.

12.9.3. Verkeersbord F34b1, F34b2, F34c1 en F34c2. Wegwijzer : voor bepaalde categorieën van weggebruikers aanbevolen reisweg.

F34b1     F34b2

F34c1     F34c2

Wegwijzer.

Aanbevolen reisweg voor bepaalde categorieën van weggebruikers.

De plaatsing van deze verkeersborden mag het zicht van de gebruikers op de openbare weg zo weinig mogelijk belemmeren.

De verkeersborden F34b1 en F34c1 zijn rechthoekig met een maximale hoogte van 0,15 m en een maximale lengte van 1,20 m.

De verkeersborden F34b2 en F34c2 zijn rechthoekig met een minimale hoogte van 0,45 m en een minimale lengte van 0,30 m.

Op deze verkeersborden hebben de letters en de symbolen een maximale hoogte van 0,10 m.

Op de verkeersborden F34b1 en b2 zijn de aanduidingen wit op blauwe achtergrond, op de verkeersborden F34c1 en c2 zijn de aanduidingen wit op bruine achtergrond.

De symbolen zijn zwart op witte achtergrond.

Op de verkeersborden F34b2 en F34c2 zijn de vermelding van de bestemming en de pijl facultatief.

De afstand in km mag vermeld worden en, wanneer het reiswegen voor voetgangers betreft, in frakties van km, afgerond tot de honderdtallen in meters.

De verkeersborden F34b1 en b2 mogen worden gebruikt voor de aanduiding van de aangeraden reisroute naar plaatsen en instellingen van algemeen belang.

De verkeersborden F34c1 en c2 mogen worden gebruikt voor de aanduiding van de aangeraden reisroute naar plaatsen van toeristische aard.

Het symbool van de categorieën van betrokken weggebruikers wordt steeds aangeduid.

Op de verkeersborden F34c1 en c2 mogen de symbolen voorzien voor het verkeersteken F35 niet worden gebruikt.

De verkeersborden F34b en c worden in beginsel gescheiden van de verkeersborden F29 tot F37 en zo geplaatst dat ze zichtbaar zijn voor de weggebruikers op wie ze betrekking hebben.

Wanneer verkeersborden F34b evenwel samengebracht worden met verkeersborden F29 tot F37, worden zij boven de borden F34a tot F37 geplaatst. In voorkomend geval, worden borden F34a tot F37 niet geplaatst om zich te schikken naar de bepalingen van artikel 12.9.2.3° en 4°.

De gehele reisroute wordt aangegeven.

12.10. Verkeersbord F39. Voorwegwijzer die een omlegging aankondigt.

Dit verkeersbord wordt geplaatst in de nabijheid van het begin van een omlegging, wanneer de normale reisweg niet kan gevolgd worden.

Op dit verkeersbord bedraagt de letterhoogte voor de naam van de bestemmingen ten minste :

  • 0,15 m buiten de bebouwde kommen;
  • 0,12 m in de bebouwde kommen.

12.11. Verkeersbord F41. Wegwijzer. Omleggingsweg.

Op dit verkeersbord bedraagt de letterhoogte voor de naam van de bestemmingen ten minste :

  • 0,15 m buiten de bebouwde kommen;
  • 0,12 m in de bebouwde kommen.

12.12. Verkeersbord F45. Doodlopende weg.

Het symbool van dit verkeersbord mag aangepast worden aan ieder geval afzonderlijk.

12.12bis. Verkeersborden F45, F47, F55, F59 tot F77.

F45    F47    F55    F59    F60    

F61    F63    F65    F67    F69    

F71    F73    F75    F77

De verkeersborden F45, F47, F55, F59 tot F77 hebben als minimumafmetingen 0,60 m X 0,90 m.

Wegens plaatselijke omstandigheden mogen deze afmetingen worden verminderd tot 0,40 m X 0,60 m.

12.13. Verkeersbord F49. Oversteekplaats voor voetgangers.

Dit verkeersbord mag slechts geplaatst worden ter hoogte van een oversteekplaats voor voetgangers. Het wordt niet geplaatst aan de oversteekplaatsen voor voetgangers, aan de kruispunten of aan de oversteekplaatsen voor voetgangers die beschermd worden door driekleurige verkeerslichten.

Het verkeersbord F49 heeft als minimumafmetingen 0,60 m X 0,60 m.

12.13bis. Verkeersbord F50. Oversteekplaats voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen.

Dit verkeersbord moet geplaatst worden ter hoogte van een oversteekplaats voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen.

Het wordt evenwel niet geplaatst aan de oversteekplaatsen voor fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen die beschermd worden door driekleurige verkeerslichten.

12.13ter. Verkeersbord F50bis. Verkeersbord dat de bestuurders die van richting veranderen wijst op fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen die dezelfde openbare weg volgen.

Dit verkeersbord mag slechts geplaatst worden wanneer de bestuurders die van richting veranderen onvoldoende zicht hebben op de fietsers en bestuurders van tweewielige bromfietsen die aan het kruispunt de rijbaan gaan oversteken.

Het verkeersbord met de reproduktie van het verkeersbord A21 mag eveneens geplaatst worden onder dezelfde voorwaarden.

Eventueel kunnen de reprodukties van de verkeersborden A21 en A25 samen aangebracht worden.

A21      A25

12.13quater. Verkeersbord F 52. Nooduitgangen in tunnels.

 

Deze verkeersborden duiden de nooduitgangen aan.

12.13quinquies. Verkeersbord F 52bis. Vluchtroute.

 

De dichtstbijzijnde nooduitgang in elke richting wordt aangeduid door middel van de verkeersborden F 52bis.

Deze verkeersborden worden op afstanden van maximaal 25 m op een hoogte van 1 tot 1,5 m boven wegniveau op de tunnelwanden aangebracht en vermelden de afstanden tot aan de uitgangen.

12.14. Verkeersborden F53, F55, F59 tot F75.

F53    F55    F59    F60    F61

F63    F65    F67    F69    F71

F73    F75    F77

De verkeersborden F53, F55, F59 tot F75 worden slechts gebruikt als er geen gebruik wordt gemaakt van de verkeersborden F34a, F35 en F37 en enkel ter hoogte of in de onmiddellijke nabijheid van de gesignaleerde vestiging.

Evenwel, de symbolen van de verkeersborden F63 tot F69 worden slechts op de autosnelwegen gebruikt. Een of meerdere combinaties met het symbool van het verkeersbord F59 zijn toegelaten. Ze worden altijd samengebracht op een verkeersbord met een blauwe achtergrond.)

12.14bis Verkeersbord F 56. Brandblusapparaat.

Dit verkeersbord duidt aan dat de hulppost in de tunnel uitgerust is met een brandblusapparaat.

In hulpposten die door een deur van de tunnel gescheiden zijn, geeft de volgende tekst aan dat de hulppost geen bescherming biedt bij brand :

« Deze zone is niet brandbestendig - Volg de aanwijzingen naar de nooduitgangen. »

12.15. Verkeersbord F57 Waterloop.

Dit verkeersbord wordt geplaatst in de nabijheid van de betrokken waterloop.

Op dit verkeersbord bedraagt de letterhoogte ten minste :

  • 0,24 m op autosnelwegen en wegen waar de maximum toegelaten snelheid hoger ligt dan 90 km/u.,
  • 0,18 m op de wegen waar de maximum toegelaten snelheid hoger ligt dan 70 km/u en lager dan 90 km/u,
  • 0,12 m op de wegen waar de maximum toegelaten snelheid gelijk is aan of lager ligt dan 70 km/u. Het symbool van de waterloop wordt altijd toegevoegd. De opschriften en symbolen zijn blauw op een witte achtergrond.

12.15bis Verkeersbord F 62. Noodtelefoon.

Dit verkeersbord duidt aan dat de hulppost in de tunnel uitgerust is met een noodtelefoon.

12.16. Verkeersbord F77.

Vereniging tot bevordering van het vreemdelingenverkeer trefpunt voor toeristische informatie.

Het verkeersbord F77 wordt alleen ter hoogte van de verenigingen tot bevordering van het vreemdelingenverkeer en van de trefpunten voor toeristische informatie geplaatst.

12.17. Verkeersborden F79 tot F85.

F79    F81    F83    F85

Deze verkeersborden mogen slechts gebruikt worden om voorlopige aanwijzingen te geven bij werken. Het aantal pijlen moet overeenstemmen met het werkelijk aantal rijstroken. Het symbool moet overeenstemmen met de plaatsgesteldheid.

12.18. Verkeersbord F87. Verhoogde inrichting op de openbare weg.

Dit verkeersbord heeft een zijde van tenminste 0,40 m.

Het moet geplaatst worden ter hoogte van elke verhoogde inrichting op de openbare weg, aangelegd overeenkomstig het koninklijk besluit van 9 oktober 1998 tot bepaling van de vereisten voor de aanleg van verhoogde inrichtingen op de openbare weg en van de technische voorschriften waaraan deze moeten voldoen, gelegen buiten de kruispunten.

De verkeersdrempels, aangelegd binnen de zones afgebakend door de verkeersborden F4a en F4b, moeten evenwel niet gesignaleerd worden.

12.19. F89. Voorwegwijzer die een gevaar of een verkeersregel aankondigt die slechts van toepassing is op één of meerdere rijstroken van een rijbaan die meerdere rijstroken in dezelfde richting omvat. F91. Verkeersbord dat een gevaar aanduidt of een verkeersregel voorschrijft die slechts van toepassing is op één of meerdere rijstroken van een rijbaan die meerdere rijstroken in dezelfde richting omvat.

F89      F91

Deze verkeersborden hebben als minimumafmetingen 1 800 mm X 1 800 mm.

Wanneer de aanduiding van een gevaar of van een verkeersregel boven de rijstrook geplaatst is waarvoor ze bestemd is, dienen de verkeersborden F89 en F91 niet geplaatst te worden. In dit geval komen de verkeersborden die boven de rijstroken geplaatst worden niet voor op een bord met blauwe achtergrond.

Op de openbare wegen waarop de maximale toegelaten snelheid meer bedraagt dan 90 km per uur, wordt het verkeersbord F89 op ten minste 500 m van het verkeersbord F91 geplaatst.

Hetzelfde geldt wanneer de verkeersborden boven de rijstroken aangebracht zijn.

Wanneer de rijstrooksignalisatie van blijvende aard is, mogen niet meer dan twee verschillende gevaarsborden, borden betreffende de voorrang, verbods- of gebodsborden per rijstrook gelden.

De bijkomende vermeldingen moeten overeenstemmen met het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer, met dit besluit alsook met zijn bijlagen.

Ze moeten zo kort mogelijk zijn.

De hoogte van de vermeldingen die op de onderborden voorkomen, bedraagt ten minste :

  • 0,24 m op de autosnelwegen en de wegen waarop de maximale toegelaten snelheid meer bedraagt dan 90 km/u;
  • 0,18 m op de openbare wegen waarop de maximale toegelaten snelheid meer bedraagt dan 70 km/u en gelijk is aan of minder dan 90 km/u;
  • 0,12 m op de openbare wegen waarop de maximale toegelaten snelheid gelijk is aan of minder dan 70 km/u.

De bepalingen van artikel 12.19.5° zijn eveneens van toepassing op de signalisatie met veranderlijke informatie die per rijstrook wordt gebruikt.

12.20. F93. Verkeersbord dat een radio-omroep aanduidt waar verkeersinformatie gegeven wordt.

De hoogte van de letters en van de symbolen die de naam van de omroep vormen, bedraagt voor dit verkeersbord ten minste :

  • 0,24 m op de autosnelwegen en de openbare wegen waarop de maximale toegelaten snelheid meer bedraagt dan 90 km/u;
  • 0,18 m op de openbare wegen waarop de maximale toegelaten snelheid meer bedraagt dan 70 km/u en gelijk is aan of minder dan 90 km/u;
  • 0,12 m op de openbare wegen waarop de toegelaten snelheid gelijk is aan of minder dan 70 km/u.

In het witte vierkant van het verkeersbord mogen, onder het woord " Radio ", in het zwart, de naam of het omroepteken en het nummer van het programma voorkomen.

Onderaan, op de blauwe achtergrond van het verkeersbord, wordt de frequentie vermeld en in voorkomend geval de golflengte van de lokale zender.

Deze aanduiding mag gevolgd worden door de vermelding " MHz ".

12.21. F95. Noodstopstrook.

Dit verkeersbord heeft als minimumafmetingen 1 800 mm X 2 700 mm.

Het mag in het onderste gedeelte aangevuld worden met de vermelding van de afstand waarop de noodstopstrook zich bevindt.

Dit verkeersbord moet aangebracht worden op de plaatsen waar een noodstopstrook is aangelegd en uitsluitend in dit geval.

12.22. F97. Verkeersbord dat een versmalling aanduidt die de omvang van een rijstrook heeft.

Dit verkeersbord wordt gebruikt om een versmalling aan te duiden die de omvang van een rijstrook heeft in de plaats van het verkeersbord A7 en van het onderbord van het type IX van bijlage 2 bij dit besluit.

A7      type IX

12.22bis Verkeersbord F 98. Vluchthaven.

Dit verkeersbord duidt in de tunnel de plaats aan waar de vluchthavens zich bevinden.

De brandblusapparaten en de noodtelefoons worden gesignaleerd door middel van een onderbord.

12.23. Verkeersborden F99a en F101a. - Weg voorbehouden voor het verkeer van voetgangers, fietsers en ruiters.

F99a     F101a

Deze borden hebben een zijde van tenminste 0,40 m.

Zij mogen door geen enkel onderbord aangevuld worden.

Zij mogen niet gebruikt worden voor de bebakening van een voetgangerszone.

12.24. Verkeersborden F99b en F101b. - Weg voorbehouden voor het verkeer van voetgangers, fietsers en ruiters met aanduiding van het deel van de weg dat aan de onderscheiden categorieën weggebruikers is toegewezen.

F99b     F101b

Deze borden hebben een zijde van tenminste 0,40 m.

Zij mogen door geen enkel onderbord aangevuld worden.

In voorkomend geval mogen de symbolen op de borden omgewisseld worden.

Zij mogen niet gebruikt worden voor de bebakening van een voetgangerszone.

De ruimte die aan elke categorie van weggebruikers voorbehouden is moet duidelijk zichtbaar zijn.

12.25. Verkeersborden F103 en F105. - Begin en einde van een voetgangerszone.

F103        F105

Deze borden hebben als minimumafmetingen 0,60 m x 0,90 m. Zij mogen verminderd worden tot 0,40 m x 0,60 m rekening houdend met de plaatselijke omstandigheden.

Zij mogen slechts geplaatst worden indien de zone een handels- of toeristische activiteit heeft.

De weggebruikers die toegang hebben tot de voetgangerszone, overeenkomstig artikel 22sexies 1.2° van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer, worden aangegeven in het zwart op het onderste witgedeelte van het bord en in de volgende orde :

  • de voertuigen voor de bevoorrading met vermelding van de uren van toegang, eventueel de dagen en eventueel de voorwaarden;
  • de taxi's met vermelding van de uren van toegang en eventueel de dagen;
  • de fietsers, in voorkomend geval met vermelding van de uren van toegang en eventueel de dagen.

12.25bis. Verkeersborden F99c en F101c. Weg voorbehouden voor het verkeer van landbouwvoertuigen, voetgangers, fietsers en ruiters.

F99c     F101c

Deze borden hebben een zijde van ten minste 0,40 m.

Zij mogen door geen enkel onderbord worden aangevuld.

Zij mogen niet gebruikt worden voor de bebakening van een voetgangerszone.

12.26. Verkeersbord F107. Toelating om links in te halen voor bestuurders van voertuigen en slepen gebruikt voor het vervoer van zaken met een maximale toegelaten massa van meer dan 3,5 ton.

Verkeersbord F109. Einde toelating om links in te halen voor bestuurders van voertuigen en slepen gebruikt voor het vervoer van zaken met een maximale toegelaten massa van meer dan 3,5 ton.

F107     F109

Het verkeersbord F107 wordt rechts geplaatst en herhaald.

Dit verkeersbord moet herhaald worden na elk kruispunt en na elke oprit van een autosnelweg.

Dit verkeersbord moet als minimumafmetingen 0,60 m x 0,90 m hebben.

Het verkeersbord F109 wordt rechts geplaatst en mag links worden herhaald.

Dit verkeersbord moet als minimumafmetingen 0,60 m x 0,90 m hebben.