20 JULI 2005. - Ministerieel besluit tot bepaling van de betalingswijze van de in het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs en in het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E, bepaalde retributies.
[B.S. 09.09.2005]

Artikel 1

De aanvrager betaalt de in de artikelen 61, eerste lid, en 64sexies van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs, bepaalde retributies aan de in artikel 7 van hetzelfde besluit bepaalde overheid, in contanten, door middel van overschrijving of elektronische betaling. Dezelfde overheid beslist autonoom over de betalingswijze van de retributies.

Dezelfde procedure is van toepassing voor de betaling van de retributies bedoeld in artikel 55/1, § 2, eerste lid, van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E.

De retributies betreffende de verzoekschriften aan de beroepscommissie worden echter betaald door middel van overschrijving op het rekeningnummer 679-2006010-50 van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, overeenkomstig de instructies van het Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer.

Artikel 2

De in artikel 7, tweede lid, 1°, 2° en 4°, van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs bedoelde overheid betaalt, in de loop van de maand januari en van de maand juli, de in artikel 1, lid 1, bedoelde retributies van de zes voorgaande maanden, na inhouding van de overeenkomstig artikel 62, § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs en artikel 55/1, § 2, derde lid, van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E haar toegekende sommen, door middel van overschrijving op het rekeningnummer 679-2003008-55 van de Federale Overheidsdienst Financiën, overeenkomstig de instructies van het Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer.

De in artikel 7, tweede lid, 3°, van hetzelfde besluit bedoelde overheid betaalt, in de loop van de maand januari en van de maand juli, de in artikel 1, lid 1, bedoelde retributies van de zes voorgaande maanden, door middel van overschrijving op het rekeningnummer 679-2003008-55 van de Federale Overheidsdienst Financiën, overeenkomstig de instructies van het Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer.

De in het eerste en tweede lid bedoelde overschrijving gebeurt een eerste maal vóór 31 juli 2006 voor de retributies ontvangen van 1 januari 2006 tot 30 juni 2006, een tweede maal vóór 31 januari 2007 voor de retributies ontvangen van 1 juli 2006 tot 31 december 2006.

Artikel 3

Met dezelfde periodiciteit als deze voorzien voor de betalingen, vermeld in artikel 2, deelt de in artikel 7 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs bedoelde overheid aan de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer de inlichtingen mee bedoeld in artikel 62, §2 van hetzelfde besluit en in artikel 55/1, § 2, vierde lid, van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E.

Artikel 4

De kandidaat betaalt het in artikel 71, tweede lid, van het besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs, bedoelde inschrijvingsrecht door middel van overschrijving op het rekeningnummer 679-2006010-50 van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, overeenkomstig de instructies van het Directoraat-generaal Mobiliteit en Verkeersveiligheid van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer.

Artikel 5

In afwijking van de bepalingen van artikel 1, eerste lid, kunnen de retributies voorzien in artikel 61, eerste lid, van het koninklijk besluit van 23 maart betreffende het rijbewijs, binnen de maand te rekenen vanaf de inwerkingtreding van dit besluit, nog betaald worden door middel van plakzegels van het type dat voorgeschreven is voor de inning van zegelrechten.

Artikel 6

De in artikel 1, van het ministerieel besluit van 27 maart 1998 tot bepaling van de modellen van de documenten bedoeld in het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs, bepaalde bijlagen 2, 3, 4, 6, 7, 8, 9 en 11 worden vervangen door de bijlagen 1, 2, 3, 4, 5, 6, 7 en 8 bij dit besluit.

Artikel 7

Bij wijze van overgang wordt de, overeenkomstig artikel 62, § 1, van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs aan de gemeenten toegekende som voor de documenten waarvoor de retributies werden betaald in fiscale zegels overeenkomstig artikel 5, teruggestort door de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer.

Met het oog op de toepassing van het eerste lid, deelt de burgemeester of zijn gemachtigde, in de loop van de maand maart 2006, aan de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, het aantal voorlopige rijbewijzen, leervergunningen, rijbewijzen en duplicaten van deze documenten mee alsmede het aantal internationale rijbewijzen, die hij afgegeven heeft, met vermelding van de nummers van de vermelde documenten.

Aan die lijst voegt hij de stroken toe van de aanvraagformulieren waarop fiscale zegels gekleefd zijn en eventueel de onbruikbaar geworden rijbewijzen, internationale rijbewijzen, voorlopige rijbewijzen en leervergunningen.

Artikel 8

Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2006.


BIJLAGEN


Bijlage 1

 

 

Bijlage 2

 

 

Bijlage 3

 

 

Bijlage 4

 

 

Bijlage 5

 

 

Bijlage 6

 

Bijlage 7

 

 Bijlage 8