23 JULI 2001. - Ministerieel besluit betreffende de inschrijving van voertuigen.
[BS 08.08.2001]

Hoofdstuk III. Kentekenplaten voor auto's en aanhangwagens

Afdeling 6. Kentekenplaten voor land- of bosbouwtrekkers

Artikel 10/1

§ 1. De kentekenplaten "G", worden toegekend bij de inschrijving of herinschrijving van de voertuigen, vermeld in artikel 1, § 2, 59°, van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen, aan personen die in het bijzonder voor deze voertuigen de vrijstelling van accijnzen vragen krachtens artikel 429, §§ 2, i en 3, b, van de programmawet van 27 december 2004.

§ 2. Voor wat betreft de rechthoekige kentekenplaat, is de letter "G" gevolgd door een scheidingsstreepje ter hoogte van de horizontale middellijn van de kentekenplaat, de letter "L" en een combinatie van twee letters gevolgd door een streepje ter hoogte van de horizontale middellijn en een combinatie van drie cijfers;

Voor wat betreft de vierkante kentekenplaat, is de letter "G" gevolgd door een scheidingsstreepje, de letter "L" en door een combinatie van twee letters, boven een groep van drie cijfers.

§ 3. Mits voorafgaande goedkeuring door de directie verantwoordelijk voor de inschrijving van voertuigen bij de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, mag een kentekenplaat met motorfietskenteken-plaatafmetingen aangebracht worden op het voertuig, op voorwaarde dat de door de bouwer van het voertuig voorziene originele plaats voor het aanbrengen van een kentekenplaat te klein is voor een rechthoekige of een vierkante kentekenplaat.

§ 4. De kentekenplaten bedoeld in §§ 1 tot 3 hebben een rode grond (RAL 3020). Opschrift en boord zijn wit.

§ 5. Indien de persoon niet langer beschikt over de vrijstelling bedoeld in § 1, dient de "G" kentekenplaat ingeleverd te worden bij de directie verantwoordelijk voor de inschrijving van voertuigen bij de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer.