23 JULI 2001. - Ministerieel besluit betreffende de inschrijving van voertuigen.
[BS 08.08.2001]

Hoofdstuk III. Kentekenplaten voor auto's en aanhangwagens

Afdeling 1. Algemene bepalingen

Artikel 3

§ 1. De kentekenplaten van de auto's en de aanhangwagens bestaan uit een metalen plaat met een opschrift, Europees symbool, een reliëfstempel en diverse veiligheidselementen.

De hoeken van de plaat zijn afgerond. Over gans de omtrek van de kentekenplaat loopt een afgeronde boord.

De grond van de kentekenplaat is retroflecterend.

§ 2. De kentekenplaten hebben volgende afmetingen :

  • 520 millimeter breed en 110 millimeter hoog, hierna te noemen "rechthoekige kentekenplaat";
  • 340 millimeter breed en 210 millimeter hoog, hierna te noemen "vierkante kentekenplaat".

De keuze tussen beide formaten van kentekenplaten met voormelde afmetingen dient overeen te komen met de plaats voor de montage van de kentekenplaat aan de achterzijde van het voertuig. De boord is 5 millimeter breed. Het opschrift, de stempel en de boord zijn in een reliëf van minimaal 1 millimeter ten opzichte van de grond van de kentekenplaat. Het opschrift bestaat uit rechte, genormaliseerde, schrifttekens waarvan de vorm en de afmetingen bepaald worden in bijlage 1.

§ 3. Het Europees symbool bevat een blauwe rechthoekige zone die ligt tegen de linker- en de onderste boord van de kentekenplaat. Die blauwe zone is 100 millimeter hoog en 45 millimeter breed en vertoont onderaan een witte letter « B » als onderscheidingsteken van het land, met daarboven een kring van twaalf vijfpuntige, gele sterren. Grond, sterren en het onderscheidingsteken van het land zijn retroflecterend.

§ 4. De reliëfstempel is ovaal van vorm, bevat de gestileerde letters « C » en « V » en heeft dezelfde kleur als de boord van de kentekenplaat. Hij is 20 millimeter hoog en 12 millimeter breed.

§ 5. Mits voorafgaande goedkeuring door een instelling belast met de controle van de in het verkeer gebrachte voertuigen, mag een kentekenplaat met de afmetingen van een motorfietskentekenplaat aangebracht worden op het voertuig, op voorwaarde dat de door de constructeur van het voertuig voorziene originele plaats voor het aanbrengen van een kentekenplaat te klein is voor een rechthoekige of vierkante kentekenplaat. De nadere regels inzake aanvraag en goedkeuringsvereisten van dergelijke kentekenplaat worden bepaald door de leidend ambtenaar of diens gemachtigde. Met betrekking tot het opschrift, Europees symbool en reliëfstempel van de kentekenplaat met motorfietsafmetingen, zijn de bepalingen van hoofdstuk IV van toepassing.