27 DECEMBER 1996. - Ministerieel besluit tot uitvoering van artikel 3 van het koninklijk besluit van 10 juni 1959 betreffende inzonderheid de bloedproef met het oog op het bepalen van het alcoholgehalte.
[B.S. 31.12.1996]

Artikel 1

Het voor de bloedafname gebruikte systeem, bedoeld in artikel 3 van het koninklijk besluit van 10 juni 1959 betreffende de bloedproef met het oog op het bepalen van het alcoholgehalte en tot vaststelling van de datum van inwerkingtreding van de wet van 15 april 1958 tot wijziging van het Wetboek van strafvordering, van de wet van 1 augustus 1899 houdende herziening van de wetgeving en van de reglementen op de politie van het vervoer en van de besluitwet van 14 november 1939 betreffende de beteugeling van de dronkenschap, bevat :

Een steriele buis onder permanent vacuüm of onder vacuüm in-situ met een inhoud van ten minste 5 ml, uit wit neutraal glas of uit een neutrale doorzichtige kunststof. De afnamebuis is voorzien van een identificatienummer.

Een steriele onbuigzame naald, vervaardigd uit nikkel of uit een roestvrije metaallegering. Zij moet worden gevoegd bij de afnamebuis en bij een aangepaste adaptor.

Een tampon met een waterig antisepticum.

Een occlusief verband, bestaande uit een geperforeerde hechtpleister bedekt met een gaasverband.

Het geheel wordt geborgen in een verpakking die een doelmatige bescherming biedt bij het vervoer.

Artikel 2

De stop moet voldoende buiten de afnamebuis uitsteken, zodat hij bij de opeenvolgende analysebewerkingen gemakkelijk kan worden verwijderd en teruggeplaatst.

Na gedurende zes maanden in een koelkast in aanwezigheid van organische vloeistoffen te zijn bewaard, mag de stop niet poreuzer zijn geworden, noch stoffen laten vrijkomen die de bepaling van het alcoholgehalte kunnen beïnvloeden.

Artikel 3

Het permanent vacuüm in de afnamebuis moet gedurende een jaar intact in stand blijven zodat de vulling gedurende die tijd normaal kan verlopen.

De afnamebuis moet droog natriumfluoride (2,0\+ 0,5 mg/ml bloed) bevatten in combinatie met ofwel droog EDTA (1-2 mg/ml bloed) ofwel met droog kaliumoxalaat (1,5-2,5 mg/ml bloed).

Artikel 4

Het ministerieel besluit van 22 augustus 1959 ter uitvoering van het koninklijk besluit van 10 juni 1959 betreffende de bloedproef met het oog op het bepalen van het alcoholgehalte, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 30 oktober 1981, wordt opgeheven.

Artikel 5

Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt.