29 OKTOBER 2008. - Ministerieel besluit tot bepaling van de beoordelingsregels van de theoretische en praktische examens met het oog op het behalen van het getuigschrift van basiskwalificatie bedoeld in het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E.
[B.S. 05.11.2008]

Artikel 1

Het theoretisch examen basiskwalificatie, het gecombineerd theoretisch examen en het aanvullend theoretisch examen basiskwalificatie voor de bestuurders van de voertuigen van groep D en van groep C, bedoeld in de artikelen 29, 36 en 43 van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E worden beoordeeld op de wijze bepaald in bijlage 1.

Artikel 2

Het praktisch examen basiskwalificatie, het gecombineerd praktisch examen en het aanvullend praktisch examen basiskwalificatie voor de bestuurders van de voertuigen van groep D en van groep C, bedoeld in de artikelen 31, 38 en 43 van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E worden beoordeeld op de wijze bepaald in bijlage 2.

Artikel 3

Dit besluit heeft uitwerking met ingang op 10 september 2008.


Bijlage 1 bij het ministerieel besluit 28 oktober 2008 van tot bepaling van de beoordelingsregels van de theoretische en praktische examens met het oog op het behalen van het getuigschrift van basiskwalificatie bedoeld in het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E

Beoordeling van het theoretisch examen

A. Het theoretisch examen van basiskwalificatie bedoeld in artikel 29 van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E wordt als volgt geëvalueerd :

1. honderd vragen betreffende de examenstof voorzien in de bijlage 1 van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E:

Maximum aantal punten : 100.
Minimum vereist om te slagen : 80

2. acht casestudy's betreffende de examenstof voorzien in de bijlage 1 van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E:

Maximum aantal punten : 40
Minimum vereist om te slagen : 32

3. mondelinge proef : tien mondelinge vragen betreffende de examenstof voorzien in de bijlage 1 van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E:

Maximum aantal punten : 100
Minimum vereist om te slagen : 80

De kandidaat die slaagt voor één van de drie theoretische proeven vermeld onder punt 1, 2 of 3 is gedurende drie jaar vrijgesteld voor die proef.

B. Het gecombineerd theoretisch examen bedoeld in artikel 36 van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E wordt als volgt geëvalueerd :

1. honderd vragen die als volgt worden verdeeld :

  • vijftig vragen betreffende de examenstof voorzien in de bijlage 4 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs :
Maximum aantal punten : 50
Minimum vereist om te slagen : 40
  • vijftig vragen betreffende de examenstof voorzien in de bijlage 1 van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E

Maximum aantal punten : 50
Minimum vereist om te slagen : 40

    De kandidaat die slaagt voor één van beide onderdelen, hetzij voor de 50 vragen betreffende de examenstof van bijlage 4 bij het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs, hetzij voor de 50 vragen betreffende de examenstof van bijlage 1 bij het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E, is gedurende drie jaar vrijgesteld voor dit onderdeel.

    2. acht casestudy's betreffende de examenstof voorzien in de bijlage 1 van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E:

    Maximum aantal punten : 40
    Minimum vereist om te slagen : 32

    3. mondelinge proef : tien mondelinge vragen betreffende de examenstof voorzien in de bijlage 1 van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E:

    Maximum aantal punten : 100
    Minimum vereist om te slagen : 80

    De kandidaat die slaagt voor één van de drie theoretische proeven vermeld onder punt 1, 2 of 3 is gedurende drie jaar vrijgesteld voor die proef.

    C. Het aanvullend theoretisch examen basiskwalificatie bedoeld in artikel 43 van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E wordt als volgt geëvalueerd:

    1. vijftig vragen betreffende de examenstof voorzien in de bijlage 1 van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E:

    Maximum aantal punten : 50
    Minimum vereist om te slagen : 40

    2. vier casestudy's betreffende de examenstof voorzien in de bijlage 1 van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E:

    Maximum aantal punten : 20
    Minimum vereist om te slagen : 16

    3. mondelinge proef : vijf mondelinge vragen betreffende de examenstof voorzien in de bijlage 1 van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E:

    Maximum aantal punten : 50
    Minimum vereist om te slagen : 40

    De kandidaat die slaagt voor één van de drie theoretische proeven vermeld onder punt 1, 2 of 3 is gedurende drie jaar vrijgesteld voor die proef.

    Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 29 oktober 2008 tot bepaling van de beoordelingsregels van de theoretische en praktische examens met het oog op het behalen van het getuigschrift van basiskwalificatie bedoeld in het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E

    De Eerste Minister,

    Y. LETERME
    De Staatssecretaris voor Mobiliteit,
    E. SCHOUPPE


    Bijlage 2 bij het ministerieel besluit van 29 oktober 2008 tot bepaling van de beoordelingsregels van de theoretische en praktische examens met het oog op het behalen van het getuigschrift van basiskwalificatie bedoeld in het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E

    Beoordeling van het praktische examen

    A. Rijtest op de openbare weg bedoeld in artikel 35, § 1, 1°, 42, § 1, 1°, en 43 van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E.

    De proef wordt volgens de volgende rubrieken beoordeeld :

    1) categorie D en D+E en subcategorie D1 en D1+E : bediening van het voertuig (inbegrepen het rationeel, het economisch, het comfortabel en milieuvriendelijk rijden);
    categorie C en C+E en subcategorie C1 en C1+E : bediening van het voertuig en vervoersreglementering (inbegrepen het rationeel, het economisch en milieuvriendelijk rijden);

    2) plaats op de openbare weg;

    3) bochten;

    4) kruisen en inhalen;

    5) richtingsverandering;

    6) voorrang;

    7) verkeerslichten en bevelen;

    8) snelheid en verkeersinzicht;

    9) gedrag ten overstaan van de andere weggebruikers;

    10) defensief rijden.

    De rubrieken worden beoordeeld met : « goed », « voorbehoud », « onvoldoende » of « slecht ».

    De kandidaat is niet geslaagd als :

    • een rubriek beoordeeld wordt met « slecht »;
    • twee rubrieken beoordeeld worden met « onvoldoende »;
    • een rubriek beoordeeld wordt met « onvoldoende » en twee met « voorbehoud »;
    • vier rubrieken beoordeeld worden met « voorbehoud »;
    • rijfouten of gevaarlijk rijgedrag die de veiligheid van het examenvoertuig, de passagiers of de andere weggebruikers direct in gevaar brengen.

    B. Praktische test basiskwalificatie bedoeld in artikel 35, § 1, 2°, in artikel 42, § 1, 2° en in artikel 43 van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E

    De proef wordt volgens de volgende rubrieken beoordeeld :

    1) categorie D en D+E en subcategorie D1 en D1+E : comfort;
    categorie C en C+E en subcategorie C1 en C1+E : vastzettechnieken;

    2) noodsituatie

    3) schadeformulier

    4) lading

    5) criminaliteit

    Deze rubrieken worden beoordeeld met : « voldoende », « voorbehoud » of « onvoldoende ».

    De kandidaat is niet geslaagd als :

    • twee rubrieken beoordeeld worden met « onvoldoende »;
    • een rubriek beoordeeld wordt met « onvoldoende » en twee met « voorbehoud »;
    • vier rubrieken beoordeeld worden met « voorbehoud ».

    C. Proef op een terrein buiten het verkeer bedoeld in artikel 42, § 1, 3° van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E

    De manoeuvres worden op de manier voorzien in de bijlage 5, VI, A van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs beoordeeld.

    De kandidaat die slaagt voor één van de praktische proeven vermeld onder A, B en C is gedurende drie jaar vrijgesteld voor die proef.

    Gezien om gevoegd te worden bij het ministerieel besluit van 29 oktober 2008 tot bepaling van de beoordelingsregels van de theoretische en praktische examens met het oog op het behalen van het getuigschrift van basiskwalificatie bedoeld in het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E

    De Eerste Minister,

    Y. LETERME.
    De Staatssecretaris voor Mobiliteit
    E. SCHOUPPE