30 JANUARI 2006. - Ministerieel besluit tot bepaling van de leerstof van de jaarlijkse opleiding voor het leidend en onderwijzend personeel van de rijscholen bedoeld in artikel 14 van het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen.
[B.S. 24.02.2006]

Artikel 1

§ 1. De rijschooldirecteurs, de adjunct-rijschooldirecteurs en de instructeurs, die houder van een directie- of instructietoelating zijn, zijn verplicht om elk jaar een opleiding over de in artikel 4 bedoelde onderwerpen te volgen.

§ 2. In het jaar waarin ze hun brevet behalen, zijn de rijschooldirecteurs, de adjunct-rijschooldirecteurs en de instructeurs vrijgesteld van deze verplichting.

§ 3. Deze opleidingen kunnen gegeven worden door organisaties van nationale en internationale experten.

Artikel 2

Een uitgewerkt programma van de jaarlijkse opleiding voorzien in artikel 14 van het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen wordt elk jaar overgemaakt aan de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, Mobiliteit en Verkeersveiligheid, directie Certificatie en Inspectie.

Artikel 3

    Het uitgewerkt programma wordt goedgekeurd door de Minister tot wiens bevoegdheid de verkeersveiligheid behoort of de Adviseur-generaal Certificatie en Inspectie van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer.
    Colloquia en seminaries kunnen beschouwd worden als opleidingen voor zover het programma goedgekeurd werd door de Minister.

    Het programma, om goedgekeurd te kunnen worden, moet minimum één maand voor het plaatsgrijpen, bij de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, Directie Certificatie en Inspectie toekomen.

      Artikel 4

      Het programma, om goedgekeurd te kunnen worden, moet minimum volgende leerstof voorzien:

      § 1. De wijzigingen van de reglementering betreffende de verkeersveiligheid in de brede zin;

      § 2. De begrippen en methodologie van de organisatie van het theoretische en praktische onderricht;

      § 3. De begrippen en maatregelen tot bevordering van de verkeersveiligheid en de mobiliteit in het kader van de duurzame ontwikkeling;

      § 4. Een verdieping van de examenleerstof voorzien voor het behalen van een instructietoelating;

      § 5. Voor de houders van het brevet I: economische en organisatorische aspecten van de exploitatie van een rijschool.

      Artikel 5

      De opleiding die voor het verkrijgen van een ander brevet gevolgd werd, wordt niet meegerekend.

      Artikel 6

      Opgeheven (art. 3, M.B. 08-11-2010, B.S. 01-12-2010)

      Artikel 7

      De rijschooldirecteur ziet erop toe dat elke adjunct-rijschooldirecteur en elke instructeur die onder zijn toezicht geplaatst is, de in dit besluit bedoelde opleiding volgt. Hij houdt een lijst bij met alle namen van de adjunct-rijschooldirecteurs en de instructeurs met vermelding van fulltime of parttime (kleiner of gelijk aan 50 %) die de opleiding hebben gevolgd, met vermelding van de datum en de uren. Deze lijst vermeldt ook zijn naam.

      Deze lijst wordt elk jaar voor 15 januari overgemaakt aan de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer, Directie Certificatie en Inspectie met de bewijsstukken van de personeelsleden die de opleiding hebben gevolgd.

      Artikel 8

      De organisatoren van de opleidingsactiviteiten leveren aan de rijschooldirecteurs, de adjunct-rijschooldirecteurs en de instructeurs die de opleiding hebben gevolgd, een getuigschrift af waarvan het model in bijlage 5 van het ministerieel besluit tot bepaling van de modellen van sommige documenten bedoeld in het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen staat.

      Het gevolgde aantal uren en de onderwezen onderwerpen worden erop vermeld.

      Artikel 9

      Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.