8 SEPTEMBER 2008. - Ministeriële omzendbrief tot bepaling van de beoordelingswijze van de theoretische en praktische examens met het oog op het behalen van het getuigschrift van basiskwalificatie bedoeld in het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E.
(B.S. 10.09.2008)

De huidige omzendbrief bepaalt de manier waarop de theoretische en praktische examens met het oog op het behalen van het getuigschrift van basiskwalificatie voor de groep D (categoriëen D1, D1+E, D en D+E) bedoeld in het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E worden geëvalueerd, overeenkomstig de artikelen 29, 31, 35, 36, 42 en 43 van dit besluit.

I. Theoretisch examen met het oog op het behalen van het getuigschrift van basiskwalificatie bedoeld in het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E

A. Het theoretisch examen van basiskwalificatie bedoeld in artikel 29 van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E wordt als volgt geëvalueerd :

1. honderd vragen betreffende de examenstof voorzien in de bijlage 1 van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E :

Maximum aantal punten : 100.
Minimum vereist om te slagen : 80

2. acht casestudy's betreffende de examenstof voorzien in de bijlage 1 van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E :

Maximum aantal punten : 40
Minimum vereist om te slagen : 32

3. mondelinge proef : tien mondelinge vragen betreffende de examenstof voorzien in de bijlage 1 van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E:

Maximum aantal punten : 100
Minimum vereist om te slagen : 80

De kandidaat die slaagt voor één van de drie theoretische proeven vermeld onder punt 1, 2 of 3, is gedurende drie jaar vrijgesteld voor die proef.

B. Het gecombineerd theoretisch examen bedoeld in artikel 36 van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E wordt als volgt geëvalueerd :

1. honderd vragen die als volgt worden verdeeld :

  • vijftig vragen betreffende de examenstof voorzien in de bijlage 4 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs :

Maximum aantal punten : 50
Minimum vereist om te slagen : 40

  • vijftig vragen betreffende de examenstof voorzien in de bijlage 1 van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E

Maximum aantal punten : 50
Minimum vereist om te slagen : 40

De kandidaat die slaagt voor één van beide onderdelen, hetzij voor de 50 vragen betreffende de examenstof van bijlage 4 bij het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs, hetzij voor de 50 vragen betreffende de examenstof van bijlage 1 bij het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E, is gedurende drie jaar vrijgesteld voor dit onderdeel.

2. acht casestudy's betreffende de examenstof voorzien in de bijlage 1 van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E :

Maximum aantal punten : 40
Minimum vereist om te slagen : 32

3. mondelinge proef : tien mondelinge vragen betreffende de examenstof voorzien in de bijlage 1 van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E:

Maximum aantal punten : 100
Minimum vereist om te slagen : 80

De kandidaat die slaagt voor één van de drie theoretische proeven vermeld onder punt 1, 2 of 3, is gedurende drie jaar vrijgesteld voor die proef.

C. Het aanvullend theoretisch examen basiskwalificatie bedoeld in artikel 43 van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E wordt als volgt geëvalueerd :

1. vijftig vragen betreffende de examenstof voorzien in de bijlage 1 van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E :

Maximum aantal punten : 50
Minimum vereist om te slagen : 40

2. vier casestudy's betreffende de examenstof voorzien in de bijlage 1 van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E :

Maximum aantal punten : 20
Minimum vereist om te slagen : 16

3. mondelinge proef : vijf mondelinge vragen betreffende de examenstof voorzien in de bijlage 1 van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E:

Maximum aantal punten : 50
Minimum vereist om te slagen : 40

De kandidaat die slaagt voor één van de drie theoretische proeven vermeld onder punt 1, 2 of 3 is gedurende drie jaar vrijgesteld voor die proef.

II. Praktisch examen met het oog op het behalen van het getuigschrift van basiskwalificatie bedoeld in het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E

A. Rijtest op de openbare weg bedoeld in artikelen 35, § 1, 1°, 42, § 1, 1° en 43 van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E

De proef wordt volgens de volgende rubrieken beoordeeld :

1) bediening van het voertuig (inbegrepen het rationeel, het economisch, het comfortabel en milieuvriendelijk rijden);

2) plaats op de openbare weg;

3) bochten;

4) kruisen en inhalen;

5) richtingsverandering;

6) voorrang;

7) verkeerslichten en bevelen;

8) snelheid en verkeersinzicht;

9) gedrag ten overstaan van de andere weggebruikers;

10) defensief rijden.

De rubrieken worden beoordeeld met : « goed », « voorbehoud », « onvoldoende » of « slecht ».

De kandidaat is niet geslaagd als :

  • een rubriek beoordeeld wordt met « slecht »;
  • twee rubrieken beoordeeld worden met « onvoldoende »;
  • een rubriek beoordeeld wordt met « onvoldoende » en twee met « voorbehoud »;
  • vier rubrieken beoordeeld worden met « voorbehoud »;
  • rijfouten of gevaarlijk rijgedrag die de veiligheid van het examenvoertuig, de passagiers of de andere weggebruikers direct in gevaar brengen.

B. Praktische test basiskwalificatie bedoeld in artikel 35, § 1, 2°, in artikel 42, § 1, 2°, en in artikel 43 van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E

De proef wordt volgens de volgende rubrieken beoordeeld :

1) comfort

2) noodsituatie

3) schadeformulier

4) lading

5) criminaliteit

Deze rubrieken worden beoordeeld met : « voldoende », « voorbehoud » of « onvoldoende ».

De kandidaat is niet geslaagd als :

twee rubrieken beoordeeld worden met « onvoldoende »;

een rubriek beoordeeld wordt met « onvoldoende » en twee met « voorbehoud »;

vier rubrieken beoordeeld worden met « voorbehoud ».

C. Proef op een terrein buiten het verkeer bedoeld in artikel 42, § 1, 3°, van het koninklijk besluit van 4 mei 2007 betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E en de subcategorieën C1, C1+E, D1, D1+E

De manoeuvres worden op de manier voorzien in de bijlage 5, VI, A, van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs beoordeeld.

Wanneer men slaagt voor één van de praktische proeven vermeld onder A, B en C is men gedurende drie jaar vrijgesteld voor die proef.

De Staatssecretaris voor Mobiliteit,
E. SCHOUPPE