25 OKTOBER 2011. - Ministeriële Omzendbrief houdende de campagne voor verkeersveiligheid: “Rijden onder invloed van alcohol – BOB"
(B.S. 28.11.2011)

Ondanks de vele inspanningen en het steeds groeiende bewustzijn bij de bestuurders wordt vastgesteld dat het rijden onder invloed één van de belangrijkste oorzaken van verkeersongevallen blijft en dat, vooral tijdens de nacht, een groot aantal bestuurders onder invloed van alcohol blijft rijden. Terecht werd er dan ook tijdens de Staten-Generaal voor de Verkeersveiligheid op gewezen dat bijkomende inspanningen op het vlak van sensibilisatie en handhaving nodig zijn om het tij te doen keren.

1 Doelstelling

1.1. Tijdens de komende eindejaarscampagne die loopt van vrijdag 2 december 2011, 22.00 u tot en met maandag 16 januari 2012, 05.59 u worden de controles betreffende het alcoholgebruik door bestuurders opgedreven. De inbreuken vastgesteld naar aanleiding van deze controles zijn het voorwerp van prioritaire vervolging door de gerechtelijke overheden.
Uit de cijfers van de FOD Justitie blijkt dat reeds aan 96,5 % van de in 2009 vastgestelde misdrijven betreffende het rijden onder invloed van alcohol die aan het parket werden overgemaakt, een gevolg werd gegeven. Meer dan één op vijf overtreders betaalde een geldsom met verval van strafvordering tot gevolg. In 71,9 % van de gevallen diende men zich voor de rechtbank te verantwoorden of werd een ander gevolg gegeven. Slechts 1,8 % van de dossiers werden zonder gevolg geklasseerd.
De controles zullen plaatsvinden tegelijkertijd met de sensibilisatiecampagne van het BIVV.

1.2. De doelstelling is om minstens 200.000 bestuurders te controleren op rijden onder invloed van alcohol met behulp van een toestel (dit kan een ademtesttoestel of een “sampling-toestel” zijn) en om de kwalitatieve aanpak van deze controles te verbeteren.

2 Richtlijnen

2.1. Voor deze controles in het bijzonder, moeten de richtlijnen van de omzendbrief COL 8/2006 (herzien op 29/09/2010), gemeenschappelijke omzendbrief van de Minister van Justitie en het College van procureurs-generaal houdende een eenvormig vaststellings-, opsporings- en vervolgingsbeleid betreffende het sturen onder invloed van alcohol, in staat van dronkenschap of in een soortgelijke staat onder meer ten gevolge van het gebruik van drugs of van geneesmiddelen, alsook betreffende de aanwezigheid in het organisme van andere stoffen dan alcohol die de rijvaardigheid beïnvloeden – sturen onder invloed van alcohol-drugs” alsook de richtlijnen van de gemeenschappelijke omzendbrief COL 9/2006 (herzien op 29/09/2010) van de Minister van Justitie en het College van procureurs-generaal houdende een eenvormig strafrechtelijk beleid inzake de onmiddellijke intrekking van het rijbewijs, nageleefd worden.

2.2. Er wordt gevraagd dat deze controles:

  • het voorwerp uitmaken van voorafgaand overleg tussen de parketten en de politiediensten;
  • plaatsvinden op de juiste plaats en het juiste tijdstip, zodat ze zowel voor het publiek als voor de overtreders geloofwaardig overkomen;
  • ook aandacht besteden aan het rijden onder invloed van andere stoffen dan alcohol die de rijvaardigheid beïnvloeden (drugs);
  • ook aandacht besteden aan het dragen van de gordel door de bestuurder en de passagiers;
  • ook worden georganiseerd in de vooravond, om de zichtbaarheid te verhogen en het ontradend effect van de controles te bevorderen;
  • ook op een aselectieve wijze worden uitgevoerd (elke persoon die staande wordt gehouden dient een ademtest af te leggen), wat eveneens het preventieve effect verhoogt. Indien er een vermoeden is van drugsgebruik dient overgegaan te worden tot het uitvoeren van de checklist;
  • in de mate van het mogelijke inhouden dat het administratief werk op het terrein wordt afgewerkt;
  • op algemene wijze vooraf aangekondigd worden in de media en dat er achteraf berichtgeving plaatsvindt over de resultaten.

2.3. Gebruik van “sampling-toestel”

Het gebruik van dit toestel wordt omschreven in een brief (zie bijlage 3) d.d. 10 oktober 2011 van het College van procureurs-generaal aan de Minister van Justitie. Deze brief legt uit dat:

  • dit type toestel op twee manieren alcohol kan detecteren: detectie via een meting van de omgevingslucht binnenin het voertuig (zonder blaasprestatie) of detectie via een blaasprestatie van de bestuurder van het voertuig;
  • een detectie via een blaasprestatie niet wordt aanvaard;
  • een “sampling-toestel” enkel mag worden gebruikt als een eerste aanduiding van de aanwezigheid van alcohol;
  • bij detectie van alcohol een ademtest met het klassieke, gehomologeerde toestel dient te worden uitgevoerd.

3 Communicatie

In de lijn van de aanpak die vorig jaar werd ingevoerd, legt de campagne dit jaar het accent op de redenen die de bestuurders motiveren om BOB te zijn. Daarvan is de belangrijkste reden, dat het ontoelaatbaar – en verboden – is, achter het stuur plaats te nemen nadat men te veel alcohol gedronken heeft. Op een humoristische toon zal de campagne aantonen dat er meer dan één reden is om BOB te zijn, hetzij om een hartaanval te vermijden voor een controle, om niet te moeten liegen voor de verzekering of om zelf te kunnen beslissen wanneer men naar huis wil. De campagne is gericht op personen die terugkeren van familiefeesten, een restaurantbezoek met vrienden of met partners of bedrijfsrecepties.
De campagne bestaat uit affiches langs de autosnelwegen en zal ook zichtbaar zijn via de verschillende media. Op het terrein zullen BOB-teams aanwezig zijn op de kerstmarkten en andere evenementen tijdens de eindejaarsperiode. Gezien het succes van verleden jaar, zal het BIVV opnieuw een BOB-kit met sensibiliseringsmateriaal voorstellen aan bedrijven om te verdelen tijdens hun nieuwjaarsrecepties.
Als u ze van dichtbij bekijkt, zult u zien dat de fel begeerde sleutelhangers voor deze campagne in een nieuw kleedje werden gestoken.
Ze geven nu licht.
Het BIVV zal ze gratis aan de politie aanbieden, in overeenstemming met de vooropgestelde doelstelling om minstens 200.000 bestuurders te controleren.
Bij de verdeling van het aantal sleutelhangers wordt er rekening gehouden met de verhouding tussen het aantal negatieve ademtesten per korps en het totaal aantal negatieve ademtesten afgenomen tijdens de vorige eindejaarscampagne.

4 Evaluatie

Om de campagne zorgvuldig te evalueren en in het verlengde ervan de publieke opinie optimaal te sensibiliseren en daardoor een ontradend effect te bekomen, is het belangrijk dat de resultaten van de controles zo efficiënt mogelijk worden verzameld.
De evaluatie van de campagne gebeurt in twee fasen: eerst een evaluatie van een 1ste periode van de campagne, d.w.z. van 2 december 2011 om 22.00 u tot 27 december 2011 om 05.59 u; later volgt een evaluatie van de volledige campagne.
Op lokaal en federaal vlak zullen de gegevens iedere werkdag die volgt op de dag van de controle verzameld worden door de verantwoordelijke van de zone of verkeerspost, die zal gebruik maken van de standaardapplicatie om deze gegevens te registreren.
De wijze van registratie zal worden toegelicht in een aan de campagne voorafgaand schrijven van de directie van de operationele politionele informatie (CGO) van de federale politie.
Er zullen twee persberichten worden verspreid door het BIVV: een eerste op donderdag 29 december 2011 en een tweede na de gehele campagne op woensdag 25 januari 2012.

De Minister van Justitie,
S. DE CLERCK

De Minister van Binnenlandse Zaken,
Mevr. A. TURTELBOOM

De Staatssecretaris voor Mobiliteit,
E. SCHOUPPE


Bijlage 1. Resultaten gedragsmeting rijden onder invloed van alcohol 2009, BIVV, F. Riguelle

Rijden onder invloed van alcohol (ROI) is een belangrijke oorzaak van verkeersonveiligheid. Zo tast alcohol zelfs in geringe hoeveelheden de rijvaardigheid aan. Het ongevalrisico stijgt exponentieel naarmate de gebruikte hoeveelheid hoger ligt.
De tweejaarlijks door het BIVV georganiseerde nationale gedragsmeting werd ontwikkeld om het gedrag van de weggebruikers inzake rijden onder invloed van alcohol op de voet te volgen.
Uit de resultaten blijkt dat rijden onder invloed van alcohol vooral een nachtelijk probleem is. Rijden onder invloed van alcohol gebeurt meer tijdens de nachten dan overdag en dit zowel tijdens het weekend als in de week. Daarenboven blijken vooral de weekendnachten de gevaarlijkste perioden met bijna 13 % van de gecontroleerde weggebruikers onder invloed van alcohol. De evolutie van ROI tijdens weeknachten is ook verontrustend met 6,7 % overtreders in 2009.
Naast het tijdstip werden belangrijke resultaten teruggevonden met betrekking tot de leeftijdscategorie, waarbij we merken dat het rijden onder invloed het hoogst ligt bij de 40 tot 54-jarigen (3,3 % over de ganse week). Een meerderheid van positieve bestuurders ouder dan 40 jaar hadden een alcoholconcentratie in de uitgeademde alveolaire lucht hoger dan 0,35 mg/l. Bij jongere bestuurders in overtreding, hebben de meeste een alcoholconcentratie tussen 0,22 en 0,35 mg/l. De nationale gedragsmeting ROI stelt ons niet in staat om rechtstreekse conclusies te trekken over het ongevalrisico dat voortkomt uit het ROI. Dit ongevalrisico ligt bij jongere bestuurders hoger dan bij oudere bestuurders, ondanks het feit dat de eerste groep minder vaak onder invloed rijdt dan de laatste.
Het percentage bestuurders onder invloed varieert eveneens naargelang de herkomst van de bestuurders. Bestuurders zijn het meest geneigd tot drinken en rijden na een bezoek aan een horecazaak of na een avondje uit. Dit is ook het geval na een familie- of vriendenbezoek of na het sporten. Een zorgwekkende proportie van 21,3 % van mensen die uit een horecazaak kwamen werden positief getest in 2009. De proportie is kleiner voor wat betreft bestuurders op terugweg van een avondje uit of discotheekbezoek (14,9 %) maar de meesten hadden veel gedronken (12,7 % over 0,35 mg/l).
De conclusies zijn dat het percentage bestuurders onder invloed's nachts hoger ligt dan overdag, en dat dit cijfer in het weekend hoger ligt dan tijdens de week. Daarenboven blijkt 21,3 % van de bestuurders die terugkeren uit een horecazaak onder invloed te zijn, bij bestuurders die terugkomen van een avondje uit is dit 14,9 %.
In vergelijking met de vorige gedragsmeting rijden onder invloed van alcohol in 2007 is het verontrustend vast te stellen dat het aantal bestuurders onder invloed van alcohol tijdens de weekendnachten en de weeknachten gestegen is.
Handhaving vormt een belangrijk instrument om rijden onder invloed van alcohol tegen te gaan. Aselecte, zichtbare en gerichte controles zullen bijdragen om het onveiligheidsprobleem in te dijken.

Bijlage 2. Mogelijke gevolgen bij vaststelling van rijden onder invloed van alcohol

Bij alcoholintoxicatie van 0,22 tot 0,35 mg/l uitgeademde alveolaire lucht wordt een onmiddellijke inning ten belope van 137,5 euro geïnd.
Een minnelijke schikking wordt voorgesteld als uit een bloedanalyse een gelijkwaardige intoxicatie blijkt van 0,5 tot 0,8 g/l bloed of als de onmiddellijke inning niet voldaan wordt.
De procureur des Konings stelt een minnelijke schikking voor van:

  • 400 euro indien de geconstateerde alcoholconcentratie ten minste 0,35 mg per liter uitgeademde alveolaire lucht (0,8 g/l bloed), maar minder dan 0,5 mg per liter uitgeademde alveolaire lucht (1,2 g/l bloed) bedraagt;
  • 550 euro indien de geconstateerde alcoholconcentratie ten minste 0,5 mg per liter uitgeademde alveolaire lucht (1,2 g/l bloed), maar minder dan 0,65 mg per liter uitgeademde alveolaire lucht (1,50 g/l bloed) bedraagt.

Bij weigering die voorgestelde minnelijke schikkingen te voldoen wordt nagenoeg steeds vervolgd voor de politierechtbank.
De personen die onder invloed zijn van minstens 0,65 mg alcohol per liter uitgeademde alveolaire lucht (1,5 g/l bloed), worden in regel steeds voor de politierechtbank gedagvaard en er is eveneens een onmiddellijke intrekking van het rijbewijs.

Bijlage 3. Brief van 10 oktober 2011 van het College van procureurs-generaal aan de Minister van Justitie

Betreft: Alcoholgehalte – vaststelling
Onderwerp: Gebruik van het toestel “sampling” teneinde alcohol op te sporen
Mijnheer de Minister,

Ik antwoord op uw brief van 28 september 2011 aan het College van procureurs-generaal, gezien die vraag ressorteert onder de aangelegenheden die ik in dit College behandel.
De verwerving en het gebruik van het toestel “sampling” werd reeds besproken in de expertisecel “Wegverkeer”, op verzoek van het kennis- en expertisecentrum wegverkeer van de geïntegreerde politie, gestructureerd op twee niveaus, Centrex, dat op 28 september 2011 heeft vergaderd.
Uit de toelichting van de vertegenwoordigers van het centrum die de vergadering bijwoonden, blijkt dat van het toestel “sampling” twee vormen of twee wijzen van gebruik bestaan.
De eerste beoogt de chauffeur te doen blazen in het toestel, de tweede heeft tot doel het toestel te gebruiken als een detector van alcohol in de lucht binnenin het voertuig.
Bij die gelegenheid werd beslist dat geen van beide beoogde modellen kan worden beschouwd als een toestel dat, conform hetgeen bepaald is in de wet inzake het wegverkeer (artikelen 59 en 63) en het koninklijk besluit van 21 april 2007 betreffende de ademtesttoestellen en de ademanalysetoestellen, de mogelijkheid biedt om alcoholopname vast te stellen.
Dat de eerste vorm, die uitademing vereist, evenwel “intrusief” is en er een risico bestaat van interferentie met de wettelijke procedure tot vaststelling van alcoholgebruik, gezien die vorm inderdaad kan worden verward met een ademtest, al was het maar door de schijn veroorzaakt door de gebruikswijze, zodat het gebruik ervan door de politiediensten moet worden uitgesloten; de tweede vorm heeft deze nadelen niet, aangezien er geen test op de persoon wordt uitgevoerd.
Het betreft in casu een eenvoudig middel voor de opsporing.

Met bijzondere hoogachting,
De Procureur-generaal, Cl. MICHAUX