Omzendbrief. — Dragen van de gordel in de interventievoertuigen

B.S. 04.11.2014 − Ed. 2

Opgeheven en vervangen door de ministeriële omzendbrief van 23 april 2015.

Mevrouw de Gouverneur,
Mijnheer de Gouverneur,
Aan de Dames en Heren Provinciegouverneurs

De aandacht van de brandweerdiensten wordt gevestigd op het feit dat het dragen van de gordel in de prioritaire voertuigen verplicht geworden is behalve in uitzonderlijke gevallen.

Het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, voorziet voortaan, in artikel 35.2.1, 3°: « (...) worden evenwel vrijgesteld van het verplicht verbruik van de veiligheidsgordel en van het kinderbeveiligingssysteem:

(...)

3° De bestuurder van een prioritair voertuig, bedoeld in artikel 37, wanneer hij personen vervoert die een potentiële bedreiging vormen of in de onmiddellijke omgeving van de plaats van de interventie.

De passagiers van een prioritair voertuig, bedoeld in artikel 37, wanneer een persoon die een potentiële bedreiging vormt, wordt vervoerd of in de onmiddellijke omgeving van de plaats van de interventie of wanneer ze de persoon verzorgen die wordt vervoerd. ».

Deze wijziging is van kracht sinds 1 maart 2014 (Cf. KB van 29 januari 2014).

Vroeger waren de bestuurders en passagiers van de prioritaire voertuigen vrijgesteld van het verplicht gebruik van de veiligheidsgordel wanneer de aard van hun opdracht dit rechtvaardigde.

De logica is voortaan omgekeerd. Het dragen van de gordel is nu verplicht behalve in de volgende, limitatief door de reglementering opgesomde gevallen:

  1. Wanneer de vervoerde personen een potentiële bedreiging vormen. Deze situatie betreft voornamelijk de politie.
  2. In de onmiddellijke omgeving van de interventieplaats. Het doel is om de brandweerlieden toe te laten om hun gordel los te maken wanneer ze de interventieplaats naderen zodat ze zo snel mogelijk kunnen interveniëren op de plaats zelf.
  3. Wanneer de brandweerlieden de vervoerde persoon verzorgen.

Er wordt bijgevolg gevraagd aan de brandweerdiensten om erop toe te zien dat de bestuurder en de passagier(s) van een prioritair voertuig hun veiligheidsgordel dragen bij elk vertrek uit de kazerne. Het gaat om hun veiligheid.

In dit opzicht wordt herinnerd dat het sluitingssysteem van het ademhalingstoestel niet beschouwd wordt als een veiligheidsgordel. Dit systeem werd niet getest voor deze functie en verzekert niet dat een persoon in de zetel gehouden blijft bij een schok, zoals de gordel wel doet.

Bovendien moet het ademhalingstoestel aangetrokken kunnen worden (vastgegespt) nadat de veiligheidsgordel vastgemaakt is wanneer de brandweerman in interventiekledij is.

Daartoe is het belangrijk dat de gordel voldoende lang is - 2,35 m. Deze als nuttige lengte beschouwde lengte moet gemeten worden vanaf de schouder tot aan de clip van de gordel onderaan de zetel, aan de andere kant van de schouder. Deze clip is idealiter geïnstalleerd naar de voorkant van de zetel toe. In functie van de positie van de fixatiepunten van de gordel moet de werkelijke lengte ervan meer dan 2,35 m bedragen.

Het is dus aan de brandweerdiensten om de lengte van de gordels in de verschillende voertuigen te controleren en zo nodig, als de gordel te kort zou blijken, aan de leveranciers de nodige aanpassingen te vragen.

Voor de toekomst zullen de lastenboeken specificaties inzake de gordels bevatten en zullen gordels met een nuttige lengte van 2,5 m de voorkeur uitdragen.

Gelieve deze omzendbrief te verspreiden aan de brandweerdiensten.

Met de meeste hoogachting,

M. WATHELET,
Minister van Binnenlandse Zaken