16 MAART 1968. - Wet betreffende de politie over het wegverkeer.
[B.S. 27.03.1968]

Titel I: Reglementering

Hoofdstuk II : Aanvullende reglementen

Artikel 2

Artikel 2 werd opgeheven, voor wat betreft het Vlaams Gewest, bij art. 13 van het decreet van 16 mei 2008, B.S. 10.06.2008, inwerkingtreding 5 april 2009.
Artikel 2 werd opgeheven, voor wat betreft het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, bij art. 19 van de ordonnantie van 3 april 2014, B.S. 14.05.2014, inwerkingtreding 24 mei 2014.

Onder voorbehoud van artikel 3 van deze gecoördineerde wetten en van artikelen 2 en 3 van de wet van 12 juli 1956 tot vaststelling van het statuut der autosnelwegen, stellen de gemeenteraden aanvullende reglementen vast betreffende de op het grondgebied van hun gemeente gelegen openbare wegen.

Artikel 2bis

Artikel 2bis werd opgeheven, voor wat betreft de federale overheid, bij art. 3 van de Wet van 20 juli 2005, B.S. 11.08.2005, inwerkingtreding 1 januari 2008.
Artikel 2bis werd opgeheven, voor wat betreft het Vlaams Gewest, bij art. 13 van het decreet van 16 mei 2008, B.S. 10.06.2008, inwerkingtreding 5 april 2009.
Artikel 2bis werd opgeheven, voor wat betreft het Waals Gewest, bij art. 4 van het decreet van 19 december 2007, B.S. 14.01.2008, inwerkingtreding 1 januari 2008.
Artikel 2bis werd opgeheven, voor wat betreft het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, bij art. 19 van de ordonnantie van 3 april 2014, B.S. 14.05.2014, inwerkingtreding 24 mei 2014.

Artikel 3

Artikel 3 werd opgeheven, voor wat betreft het Vlaams Gewest, bij art. 13 van het decreet van 16 mei 2008, B.S. 10.06.2008, inwerkingtreding 5 april 2009.
Artikel 3 werd opgeheven, voor wat betreft het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, bij art. 19 van de ordonnantie van 3 april 2014, B.S. 14.05.2014, inwerkingtreding 24 mei 2014.

§ 1. De Minister van Openbare Werken, de Minister tot wiens bevoegdheid het wegverkeer behoort, de Minister van Landbouw en de Minister van Landsverdediging stellen onderscheidenlijk de aanvullende reglementen vast die betrekking hebben op :

openbare wegen die tot grote rijkswegen behoren en kruispunten waarvan een van die openbare wegen deel uitmaakt;

de aanwijzing van de bebouwde kommen, bedoeld in het algemeen reglement op de politie over het wegverkeer, wanneer die zich over meer dan één gemeente uitstrekken;

voor het openbaar verkeer openstaande wegen in Staatsbossen, natuur- en bosreservaten;

militaire wegen die voor het openbaar verkeer openstaan.

Die reglementen worden vastgesteld na advies van de betrokken gemeenteraden of, wanneer het gaat om gemeenten die deel uitmaken van groepen van gemeenten als bedoeld in artikel 7, eerste lid, na advies van de betrokken raadgevende commissies.

Is dat advies binnen zestig dagen na de aanvraag niet ingekomen, dan kan de bevoegde Minister het reglement ambtshalve vaststellen.

§ 2. De gemeenteraden stellen de in §1 bedoelde aanvullende reglementen vast indien de bevoegde Minister dat niet heeft gedaan. Die reglementen worden hem ter goedkeuring voorgelegd na advies van de betrokken raadgevende commissies, wanneer het gaat om gemeenten die deel uitmaken van groepen van gemeenten als bedoeld in artikel 7, eerste lid.

Hebben de raadgevende commissies geen advies uitgebracht binnen zestig dagen nadat het aanvullend reglement is ingekomen, dan kunnen de gemeenteraden het rechtstreeks aan de Minister voorleggen. Heeft de Minister geen uitspraak gedaan binnen zestig dagen nadat het aanvullend reglement of, in voorkomend geval, het advies van de raadgevende commissies is ingekomen, dan kan het in werking gesteld worden.

Artikel 4

De Minister van Financiën en de Minister tot wiens bevoegdheid het wegverkeer behoort kunnen in onderlinge overeenstemming aanvullende reglementen vaststellen betreffende het aanbrengen van verkeerstekens voor de douanekantoren, de hulpdouanekantoren en andere aan de grens gelegen inningskantoren, alsmede voor de controleposten die in de douanetoezichtstroken langs de grens gevestigd zijn.

Artikel 5

Door de Koning kan opdracht worden gegeven :

aan de provinciegouverneurs om het verkeer op alle wegen, in dooitijd, te regelen;

aan de bestendige deputaties om buiten dooitijd op te treden bij de toepassing van de ladingstarieven en de vaststelling van de voorwaarden voor het gebruik van straatlocomotieven.

Artikel 6

De provincieraden mogen geen aanvullende reglementen met betrekking tot de politie over het wegverkeer vaststellen.