16 MAART 1968. - Wet betreffende de politie over het wegverkeer.
[B.S. 27.03.1968]

Titel IV: Strafbepalingen en veiligheidsmaatregelen

Hoofdstuk III : Overtreding van de bepalingen betreffende het rijbewijs en de leervergunning

Alle hieronder vermelde bedragen moeten vermenigvuldigd worden met 8 opdeciemen!
Voorbeeld: 50 euro = 50 x 8 = 400 euro

Artikel 30

§ 1. Met geldboete van 200 euro tot 2 000 euro, wordt gestraft hij die :

een motorvoertuig bestuurt zonder houder te zijn van het rijbewijs vereist voor het besturen van dit voertuig, of van het als zodanig geldend bewijs;

opgeheven (art. 9.3°, Wet 07-02-2003, B.S. 25-02-2003)

een valse verklaring heeft afgelegd om de afgifte van een rijbewijs of van een als zodanig geldend bewijs te bekomen; in dit geval wordt het verkregen document in beslag genomen en de verbeurdverklaring ervan wordt uitgesproken in geval van veroordeling;

een motorvoertuig bestuurt terwijl hij lijdt aan een van de lichaamsgebreken of aandoeningen, door de Koning bepaald overeenkomstig artikel 23 §1, 3°, of indien hij niet voldaan heeft aan het geneeskundig onderzoek, door de Koning opgelegd in de gevallen die Hij bepaalt.

§ 2. Met geldboete van 50 euro tot 500 euro, wordt gestraft hij die :

een overtreding heeft begaan van de bepalingen door de Koning vastgesteld krachtens artikel 23 §1, 2° en 4°, hetzij als bestuurder, hetzij als persoon die een bestuurder begeleidt met het oog op de scholing;

met het oog op de scholing in het sturen, een persoon begeleidt die in overtreding is met de bepalingen van 1°.

§ 3. Met gevangenisstraf van drie maanden tot een jaar en met geldboete van 200 euro tot 2 000 euro of met een van die straffen alleen, en met het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten minste drie maanden en ten hoogste vijf jaar of voorgoed, wordt gestraft hij die een motorvoertuig bestuurt of een bestuurder begeleidt met het oog op scholing terwijl zijn rijbewijs of het als zodanig geldende bewijs dat vereist is voor het besturen van dat voertuig of voor het begeleiden met het oog op scholing met toepassing van artikel 55 onmiddellijk is ingetrokken of terwijl de onmiddellijke intrekking met toepassing van artikel 55bis is verlengd.

§4. De gevangenisstraffen en geldboeten worden verdubbeld bij herhaling binnen drie jaar te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan.

Artikel 31

Met geldboete van 10 euro tot 500 euro wordt gestraft hij die, buiten de in artikelen 30, 34 §2, 2°, 37bis, § 1, 4° en 48 bedoelde gevallen, een motorvoertuig bestuurt zonder het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs vereist voor het besturen van dit voertuig bij zich te hebben of weigert die documenten te vertonen overeenkomstig artikel 22, wanneer hij daarom wordt verzocht.

In geval van verzachtende omstandigheden kan de geldboete verminderd worden, zonder dat ze minder dan 1 euro mag bedragen.

De straffen worden verdubbeld bij herhaling binnen drie jaar te rekenen van de dag van de uitspraak van een vorig veroordelend vonnis dat in kracht van gewijsde is gegaan.

Artikel 32

Met geldboete van 100 euro tot 1000 euro wordt gestraft hij die wetens een motorvoertuig toevertrouwt aan een persoon, die niet voorzien is van het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs vereist voor het besturen van dit voertuig.