16 MAART 1968. - Wet betreffende de politie over het wegverkeer.
[B.S. 27.03.1968]

Titel IV. Strafbepalingen en veiligheidsmaatregelen

Hoofdstuk VI. Verval van het recht tot sturen

Afdeling 2. Verval uitgesproken wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid

Artikel 42

Verval van het recht tot sturen moet uitgesproken worden wanneer, naar aanleiding van een veroordeling wegens overtreding van de politie over het wegverkeer of wegens een verkeersongeval te wijten aan het persoonlijk toedoen van de dader, de schuldige lichamelijk of geestelijk ongeschikt wordt bevonden tot het besturen van een motorvoertuig; in dat geval wordt het verval uitgesproken, hetzij voorgoed, hetzij voor een termijn gelijk aan de waarschijnlijke duur van de ongeschiktheid al naargelang deze blijvend of voorlopig blijkt te zijn.

Artikel 43

Het verval van het recht tot sturen wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van de bestuurder gaat in bij de uitspraak van de beslissing wanneer deze op tegenspraak is gewezen en bij de betekening wanneer zij bij verstek is gewezen, niettegenstaande voorziening.

Artikel 44

Hij die wegens lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid van het recht tot sturen vervallen is verklaard, kan na twee jaar om opheffing van het verval verzoeken indien aan zijn ongeschiktheid een einde is gekomen. Het verzoek wordt ingediend bij een aan het openbaar ministerie gerichte verzoekschrift voor het gerecht dat de maatregel van verval heeft uitgesproken. Tegen de uitspraak van dit gerecht staat geen hoger beroep open.

Wordt het verzoek afgewezen, dan kan geen nieuw verzoek worden ingediend voor een termijn van twee jaar, te rekenen van de datum der afwijzing, is verstreken.