16 MAART 1968. - Wet betreffende de politie over het wegverkeer.
(B.S. 27.03.1968)
Titel IV: Strafbepalingen en veiligheidsmaatregelen
Hoofdstuk VI : Verval van het recht tot sturen
Afdeling 3. Verval uitgesproken als straf
Voorbeeld: 50 euro = 50 x 6 = 300 euro
Artikel 45
De rechter kan het verval van het recht tot sturen beperken tot de categorieën van voertuigen die hij aangeeft overeenkomstig de bepalingen vastgesteld door de Koning krachtens artikel 26.
Wanneer de overtreding met een motorvoertuig werd begaan, moet het verval ten minste betrekking hebben op de categorie van voertuigen waarmee de overtreding die aanleiding heeft gegeven tot verval, werd begaan.
Artikel 46
De Koning bepaalt de formaliteiten die moeten worden vervuld met betrekking tot de uitvoering van de vervallenverklaringen van het recht tot sturen.
Artikel 47
Hij die verval van het recht tot sturen heeft opgelopen na 25 mei 1965 en onderworpen werd aan een theoretisch, praktisch, geneeskundig of psychologisch onderzoek, mag, wanneer het verval geëindigd is, een voertuig van een der categorieën waarop de beslissing van vervallenverklaring slaat, slechts besturen mits hij met goed gevolg het opgelegd onderzoek heeft ondergaan.
De Koning bepaalt de organisatie en de nadere regels van dit onderzoek en stelt het tarief vast van de ten bate van de Staat of van de erkende instellingen te heffen retributies om de kosten ervan te dekken.
Artikel 48
Met gevangenisstraf van vijftien dagen tot een jaar en met geldboete van 500 euro tot 2 000 euro of met een van die straffen alleen en met het verval van het recht tot het besturen van een motorvoertuig voor een duur van ten minste drie maanden en ten hoogste vijf jaar of voorgoed, wordt gestraft, hij die:
1° een voertuig of een luchtschip bestuurt, een rijdier geleidt of een bestuurder begeleidt met het oog op de scholing, spijts het tegen hem uitgesproken verval;
2° een motorvoertuig bestuurt van de categorie bedoeld in de beslissing van vervallenverklaring of een bestuurder begeleidt met het oog op de scholing, zonder het voorgeschreven onderzoek met goed gevolg te hebben ondergaan.
Artikel 49
Hij die wetens een motorvoertuig voor het besturen of voor de begeleiding met het oog op de scholing, toevertrouwt aan een persoon die van het recht tot sturen vervallen is verklaard, wordt gestraft met een geldboete van 100 euro tot 1 000 euro.
Deze bepaling is niet van toepassing op het personeelslid van een erkende rijschool die een regelmatig ingeschreven leerling begeleidt die zich voorbereidt op het praktisch examen opgelegd krachtens de artikelen 23, 2°, of 38.





