16 MAART 1968. - Wet betreffende de politie over het wegverkeer.
[B.S. 27.03.1968]

Titel IV: Strafbepalingen en veiligheidsmaatregelen

Hoofdstuk VIIIbis : De immobilisering van een voertuig als beveiligingsmaatregel

Alle hieronder vermelde bedragen moeten vermenigvuldigd worden met 8 opdeciemen!
Voorbeeld: 50 euro = 50 x 8 = 400 euro

Artikel 58bis

§ 1. De immobilisering van het voertuig als beveiligingsmaatregel kan worden bevolen in de gevallen bedoeld in artikel 30, §§ 1 tot 3, en in artikel 48.

De immobilisering als beveiligingsmaatregel wordt bevolen door de in artikel 55, § 1, derde lid bedoelde personen.

Ingeval de officier van gerechtelijke politie toepassing maakt van artikel 55, § 2, kan hij eveneens de immobilisering van het voertuig als beveiligingsmaatregel bevelen.

§ 2. Het voertuig wordt geïmmobiliseerd op kosten en op risico van de overtreder.

Indien de eigenaar van het voertuig niet de overtreder is, kan hij het zonder kosten terugkrijgen. De kosten en de risico's zijn ten laste van de overtreder.

§ 3. De immobilisering als beveiligingsmaatregel wordt beëindigd door de personen die de oplegging hebben bevolen, of ingeval van toepassing van artikel 55, § 2, door de procureur des Konings of de procureur-generaal, bedoeld in artikel 55, § 2, tweede lid hetzij ambtshalve, hetzij op verzoek van de overtreder.

De immobilisering mag niet langer duren dan tot het tijdstip waarop het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs wordt teruggegeven in de gevallen bedoeld in § 1 of wanneer een rechter het einde van het verval van het recht tot sturen heeft uitgesproken.

§ 4. Met gevangenisstraf van acht dagen tot zes maanden en met geldboete van 100 euro tot 1 000 euro of met een van die straffen alleen, wordt gestraft hij die gebruik maakt of aan een derde toelaat gebruik te maken van een voertuig waarvan hij weet dat de immobilisering als beveiligingsmaatregel is bevolen.