16 MAART 1968. - Wet betreffende de politie over het wegverkeer.
[B.S. 27.03.1968]

Titel IV: Strafbepalingen en veiligheidsmaatregelen

Hoofdstuk IXbis : Andere stoffen die de rijvaardigheid beïnvloeden : test en tijdelijk rijverbod

Artikel 61bis

§ 1. De in artikel 59, § 1 bedoelde overheidspersonen kunnen de test bepaald in § 2 voor het detecteren van stoffen die de rijvaardigheid beïnvloeden, bedoeld in artikel 37bis, § 1, 1°, opleggen :

aan de vermoedelijke dader van een verkeersongeval of aan ieder die het mede heeft kunnen veroorzaken, zelfs indien hij het slachtoffer ervan is. In dit geval kan er onmiddellijk worden overgegaan tot de speekseltest bedoeld in § 2, 2°, zonder de checklist bedoeld in § 2, 1° te overlopen;

aan ieder die op een openbare plaats een voertuig of een rijdier bestuurt of een bestuurder begeleidt met het oog op scholing;

aan ieder die op het punt staat om op een openbare plaats een voertuig of een rijdier te besturen of op het punt staat een bestuurder te begeleiden met het oog op scholing.

§ 2. De test bedoeld in § 1 van dit artikel bestaat uit :

eerst het vaststellen van indicaties van tekenen van recent gebruik van één van de stoffen bedoeld in artikel 37bis, § 1, 1° aan de hand van een gestandaardiseerde checklist 1, waarvan de nadere toepassingsregels en het model door de Koning worden bepaald;

vervolgens, indien de gestandaardiseerde checklist 1 bedoeld in 1°, een indicatie geeft van tekenen van recent gebruik van een van de stoffen bedoeld in artikel 37bis, § 1, 1°, het afnemen van een speekseltest.

1. Zie K.B. 17 september 2010 betreffende het model en de toepassingsregels van de gestandaardiseerde checklist tot vaststelling van indicaties van tekenen van recent druggebruik in het verkeer (B.S. 27-09-2010)

Onder de hieronder vermelde gehaltes wordt het resultaat van de speekseltest niet in aanmerking genomen.

Stof Gehalte (ng/ml)
Delta-9-tetrahydrocannabinol (THC) 25
Amfetamine 50
Methyleendioxymethylamfetamine (MDMA) 50
Morfine (vrij) of 6-acetylmorfine 10
Cocaïne of Benzoylecgonine 20

§ 3. Het verzamelen van de gegevens die nodig zijn voor het invullen van de gestandaardiseerde checklist en voor het afnemen van de speekseltest moet zich beperken tot wat strikt noodzakelijk is voor de vaststelling van de overtredingen van deze wet, die op een openbare plaats zijn begaan. Deze gegevens mogen slechts worden gebruikt voor gerechtelijke doeleinden in verband met de bestraffing van deze overtredingen.

§ 4. De kosten van de speekseltest zijn ten laste van de onderzochte persoon indien de overtreding bepaald in artikel 37bis, § 1, 1° door middel van een speekselanalyse of bloedanalyse bewezen is.

Artikel 61ter

§ 1. Het besturen op een openbare plaats van een voertuig of van een rijdier of het begeleiden met het oog op de scholing is verboden aan iedere persoon die een voertuig of een rijdier bestuurde, een bestuurder begeleidde met het oog op scholing of op het punt stond te besturen of een bestuurder te begeleiden met het oog op de scholing, gedurende twaalf uur vanaf de vaststelling :

wanneer de speekseltest de aanwezigheid in het organisme aantoont van minstens een van de stoffen bepaald in artikel 37bis, § 1, 1° in een gehalte dat gelijk is aan of hoger dan het gehalte bepaald in de tabel van artikel 61bis, § 2, 2°;

in geval van weigering van de speekseltest of de speekselanalyse zonder wettige reden;

in geval van een weigering omwille van een wettige reden of omwille van een praktische onmogelijkheid voldoende speeksel te collecteren, noch een speekseltest noch een speekselanalyse kon worden uitgevoerd en de gestandaardiseerde checklist bedoeld in artikel 61bis, § 2, 1° een indicatie geeft van tekenen van recent gebruik van één van de stoffen bedoeld in artikel 37bis, § 1, 1°;

in geval het resultaat van de speekseltest negatief is en betrokkene zich blijkbaar bevindt in de toestand bedoeld in artikel 35.

§ 2. Vooraleer aan de persoon wordt toegestaan om opnieuw een voertuig of een rijdier op een openbare plaats te besturen of de bestuurder te begeleiden met het oog op de scholing, wordt hem een nieuwe speekseltest, bedoeld in artikel 61bis, § 2, 2°, opgelegd, zonder de gestandaardiseerde checklist bedoeld in artikel 61bis, § 2, 1°, te overlopen.

Het verbod bedoeld in artikel 61ter, § 1, wordt telkens hernieuwd voor een periode van twaalf uur :

wanneer de speekseltest de aanwezigheid in het organisme aantoont van minstens één van de stoffen bepaald in artikel 37bis, § 1, 1° in een gehalte dat gelijk is aan of hoger dan het gehalte bepaald in de tabel van artikel 61bis, § 2, 2°;

in geval van weigering van deze speekseltest;

in geval van weigering van de speekseltest omwille van een wettige reden of ingeval van een praktische onmogelijkheid voldoende speeksel te collecteren, en de gestandaardiseerde checklist, bedoeld in artikel 61bis, § 2, 1°, die in dit geval wordt overlopen, een indicatie geeft van tekenen van recent gebruik van een van de stoffen bedoeld in artikel 37bis, § 1, 1°;

in geval het resultaat van de speekseltest negatief is en betrokkene zich blijkbaar bevindt in de toestand bedoeld in artikel 35.

§ 3. De overheidspersonen bedoeld in artikel 59, § 1, zijn belast met de toepassing van dit artikel.

Artikel 61ter/1

§ 1. Wanneer de persoon een wettige reden inroept voor het weigeren van de speekseltest of de speekselanalyse, vorderen de in artikel 59, § 1 bedoelde overheidspersonen een geneesheer om het ingeroepen motief te beoordelen.

§ 2. De inhoud van de wettige reden mag door de geneesheer niet worden onthuld als ze door het medisch geheim wordt gedekt.

§ 3. De kosten voor de tussenkomst van de geneesheer zijn ten laste van de onderzochte persoon indien de in § 1 bedoelde weigering niet gegrond was.

§ 4. De praktische onmogelijkheid voldoende speeksel te collecteren om de speekseltest of de speekselanalyse uit te voeren wordt niet beschouwd als een vorm van weigering. De kosten van de speekseltest zijn ten laste van de onderzochte persoon indien de overtreding bepaald in artikel 37bis, § 1, 1° door middel van een bloedanalyse bewezen is.

Artikel 61quater

Iedere persoon aan wie een rijverbod, bedoeld in artikel 61ter, is opgelegd, moet op verzoek van de politie het rijbewijs, of het als zodanig geldend bewijs waarvan hij houder is, afgeven voor de duur van het rijverbod.

Wanneer de afgifte niet dadelijk kan gebeuren of wanneer de persoon aan wie het verbod is opgelegd niet verplicht is houder te zijn van een rijbewijs of van een als zodanig geldend bewijs, wordt het voertuig of het rijdier dat hij bestuurde of op het punt stond te besturen, op zijn kosten en risico, ingehouden.

Na het verstrijken van de verbodstermijn wordt het rijbewijs of het als zodanig geldend bewijs niet teruggegeven indien artikel 55 wordt toegepast.