Wet van 15 juli 2013 betreffende het eRegister van wegvervoersondernemingen

B.S. 18.02.2014

TITEL 1. — Algemene bepalingen

Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid zoals bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2. Voor de toepassing van deze wet en haar uitvoeringsbesluiten wordt verstaan onder :

1° "Federale Overheidsdienst" : de federale overheidsdienst opgericht bij het koninklijk besluit van 20 november 2001 houdende oprichting van de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer;

2° "dienst" : elke openbare dienst, instelling, natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie opdrachten van openbare dienst of van algemeen belang worden toevertrouwd door of krachtens een wet, met uitzondering van de Gemeenschappen en Gewesten en van de diensten die ressorteren onder de bevoegdheid van de Gemeenschappen en Gewesten;

3° "wet van 8 december 1992" : de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens;

4° "verantwoordelijke voor de verwerking" : de verantwoordelijke voor de verwerking van de persoonsgegevens als bedoeld in artikel 1, § 4, van de wet van 8 december 1992;

5° "wet goederenvervoer" : de wet van 15 juli 2013 betreffende het goederenvervoer over de weg en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr.1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen en tot intrekking van Richtlijn 96/26/EG van de Raad en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1072/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de markt voor internationaal goederenvervoer over de weg;

6° "wet reizigersvervoer" : de wet van 15 juli 2013 betreffende het reizigersvervoer over de weg en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr.1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen en tot intrekking van Richtlijn 96/26/EG van de Raad en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1073/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de internationale markt voor touringcar- en autobusdiensten en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 561/2006;

7° "verwerking" : elke bewerking of elk geheel van bewerkingen met betrekking tot persoonsgegevens, zoals bepaald in artikel 1, § 2, van de wet van 8 december 1992;

8° "Commissie" : de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, opgericht bij artikel 23 van de wet van 8 december 1992;

9° "sectoraal comité" : het sectoraal comité voor de federale overheid van de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, bedoeld in artikel 36bis van de wet van 8 december 1992;

10° "eRegister" : het elektronisch Register van wegvervoersondernemingen;

11° "wegvervoersonderneming" : elke onderneming die onder het toepassingsgebied van de wet goederenvervoer of de wet reizigersvervoer valt;

12° "vervoersvergunning" : elke vergunning als bedoeld in de wet goederenvervoer of de wet reizigersvervoer;

13° "Verordening (EG) nr.1071/2009" : de Verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen en tot intrekking van richtlijn 96/26/EG van de Raad;

14° "Verordening (EG) nr.1072/2009" : de Verordening (EG) nr. 1072/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de markt voor internationaal goederenvervoer over de weg;

15° "Verordening (EG) nr.1073/2009" : de Verordening (EG) nr. 1073/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de internationale markt voor touringcar- en autobusdiensten en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 561/2006.

Art. 3. In geval van tegenstrijdigheid tussen de bepalingen van deze wet en die van de wet van 8 december 1992, geldt de reglementering die het meest voordelig is voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de natuurlijke personen.

TITEL 2. — Elektronisch register van wegvervoersondernemingen

HOOFDSTUK 1. — Oprichting en doeleinden

Art. 4. Binnen de Federale Overheidsdienst wordt een elektronisch register van wegvervoersondernemingen opgericht.

Het eRegister wordt tevens opengesteld voor de gewestelijke overheden teneinde aan hun gelijkaardige behoeften tegemoet te komen.

Art. 5. De gegevens verwerkt in het eRegister kunnen enkel worden gebruikt voor volgende doeleinden :

het beoordelen van de betrouwbaarheid van de wegvervoersondernemingen, de vervoersmanagers en de andere personen belast met het dagelijks bestuur van de wegvervoersondernemingen;

de opsporing, de vaststelling, de vervolging en de sanctionering mogelijk maken van ernstige inbreuken met betrekking tot het wegvervoer;

het opmaken van anonieme statistieken mogelijk maken;

het mogelijk maken van het beheer en de controle van de vervoersvergunningen en de voorwaarden inzake toegang tot het beroep en tot de markt van de wegvervoersondernemingen;

de handhaving van de regelgeving coördineren en vergemakkelijken door gegevensuitwisseling met de andere lidstaten van de Europese Unie en de Staten die tot het netwerk van nationale elektronische registers toetreden, zodat de vervoersondernemingen niet het risico nemen ernstige inbreuken te begaan;

het organiseren van een doeltreffende bestuursrechtelijke samenwerking, enerzijds, met de andere lidstaten van de Europese Unie en de Staten die tot het netwerk van nationale registers toetreden, anderzijds, tussen de federale en de gewestelijke overheden, zodat de kosten van de controles door de overheden, evenals de administratieve lasten van de vervoersondernemingen verminderen.

HOOFDSTUK 2. — eRegistergegevens

Art. 6. § 1. In het eRegister worden de gegevens opgenomen die noodzakelijk zijn voor de goede uitvoering van de Verordeningen (EG) nrs. 1071/2009, 1072/2009 en 1073/2009, alsook van de wet goederenvervoer en haar uitvoeringsbesluiten en de wet reizigersvervoer en haar uitvoeringsbesluiten, meer bepaald :

de identificatiegegevens en de rechtstoestand van de wegvervoersondernemingen;

de gegevens betreffende de vervoersvergunningen;

de gegevens betreffende de bestuurdersattesten;

de gegevens betreffende de betrouwbaarheid van de wegvervoersondernemingen, de vervoersmanagers en de andere personen die aan deze voorwaarde moeten voldoen;

de gegevens betreffende de houders van een getuigschrift van vakbekwaamheid voor het vervoer van goederen of reizigers over de weg;

de gegevens betreffende de band tussen de onder 4° bedoelde personen en de wegvervoersondernemingen;

de gegevens betreffende de financiële draagkracht van de wegvervoersondernemingen;

de gegevens betreffende de ongeschiktverklaringen van de vervoersmanagers;

de gegevens betreffende de ernstige inbreuken die hebben geleid tot een veroordeling of een sanctie die krachtens de in dit artikel bedoelde regelgevingen de betrouwbaarheid in het gedrang kunnen brengen.

§ 2. Met inachtneming van de communautaire regelgeving en na advies van de Commissie, kan de Koning de in paragraaf 1 bedoelde gegevens verder preciseren, wijzigen en aanvullen.

§ 3. Met betrekking tot de in paragraaf 1, 9°, bedoelde gegevens, worden tot 31 december 2015 alleen de in bijlage IV van de Verordening (EG) nr. 1071/2009 vermelde zwaarste inbreuken en het nationaal vervoer van goederen of reizigers zonder vervoersvergunning in het eRegister opgenomen.

HOOFDSTUK 3. — Inzameling en bijwerking van de eRegistergegevens

Afdeling 1. — Inzameling van de gegevens

Art. 7. Het bestuur dat binnen de Federale Overheidsdienst bevoegd is voor het vervoer over de weg is de verantwoordelijke voor de verwerking van de persoonsgegevens die zich in het eRegister bevinden.

Eenieder wordt door de verantwoordelijke voor de verwerking ingelicht wanneer gegevens die op hem betrekking hebben, worden opgeslagen of wanneer het voornemen bestaat deze gegevens aan derden door te geven.

In de verstrekte mededeling moet de identiteit van de verantwoordelijke voor de verwerking worden gepreciseerd, alsook het type verwerkte gegevens en de redenen voor zulke verrichtingen.

De Koning kan, na het advies van de Commissie, bepalen op welke wijze en onder welke voorwaarden de verantwoordelijke voor de verwerking en de diensten die gegevens leveren verplicht zijn om hun informatieplicht overeenkomstig artikel 9 van de wet van 8 december 1992 na te leven.

Art. 8. De Koning wijst, na het advies van de Commissie, voor elk van de in artikel 6 bedoelde gegevens, de diensten aan die als authentieke bron van die gegevens zullen fungeren.

Elke hiertoe aangewezen dienst zorgt voor de primaire inzameling, de registratie, de opslag, het beheer, de beveiliging en de terbeschikkingstelling van die gegevens, overeenkomstig de bepalingen van de communautaire regelgeving, deze wet en de wetten en reglementeringen die de inzameling van de in artikel 6 bedoelde gegevens toestaan.

De verantwoordelijke voor de verwerking wijst de plaats van bewaring van deze gegevens aan.

Afdeling 2. — Bijwerking en bewaring van de gegevens

Art. 9. De opeenvolgende wijzigingen aangebracht in de in artikel 6 bedoelde gegevens moeten onverwijld in het eRegister worden opgenomen met aanduiding van de datum waarop ze van toepassing zijn en de diensten waarvan ze uitgaan.

Art. 10. De in het eRegister verwerkte persoonsgegevens worden slechts bewaard gedurende de periode die nodig is om de wettelijke en reglementaire verplichtingen na te komen. In voorkomend geval bepaalt de Koning een maximale bewaringsduur.

De gegevens mogen evenwel niet vernietigd worden na afloop van deze maximale bewaringsduur en kunnen worden gecodeerd of anoniem gemaakt, volgens de door de Koning bepaalde nadere regels, na advies van de Commissie, voor historische, statistische of wetenschappelijke doeleinden.

HOOFDSTUK 4. — Realisatie van het principe

Art. 11. Behoudens bij de uitoefening van hun controletaken, mogen de diensten die gemachtigd zijn de gegevens van het eRegister te raadplegen deze gegevens niet meer rechtstreeks opvragen bij de wegvervoersondernemingen, hun aangestelden of lasthebbers.

Eens een gegeven is meegedeeld en opgenomen in het eRegister, kunnen de diensten die toegang hebben tot het eRegister, het niet rechtstreeks meedelen ervan niet meer ten laste leggen van de betrokken persoon.

HOOFDSTUK 5. — Toegang tot het eRegister en gebruik, wijziging en verwijdering van gegevens

Art. 12. § 1. De toegang tot het eRegister vereist een voorafgaande machtiging van het sectoraal comité.

Vooraleer zijn machtiging te geven, gaat het sectoraal comité na of deze toegang geschiedt in overeenstemming met de communautaire regelgeving, met deze wet en haar uitvoeringsbesluiten en met de wet van 8 december 1992.

§ 2. In afwijking van paragraaf 1 is geen machtiging van het sectoraal comité nodig voor :

de raadpleging van de gegevens bepaald in artikel 16, lid 2, a) tot d) van de Verordening (EG) nr.1071/2009;

de raadpleging van het eRegister in de gevallen die de Koning na advies van de Commissie heeft bepaald.

Art. 13. § 1. Eenieder heeft recht op kosteloze mededeling door de verantwoordelijke voor de verwerking van de hem betreffende gegevens die opgenomen zijn in het eRegister.

§ 2. De registratie in het eRegister van de ongeschiktverklaring van een vervoersmanager uitgesproken door een Belgische bevoegde instantie, wordt door de verantwoordelijke van de verwerking onverwijld aan de betrokken vervoersmanager meegedeeld.

Art. 14. § 1. Onverminderd het bijzonder recht op verzet als bedoeld in artikel 12, § 1, tweede lid van de wet van 8 december 1992, kan eenieder bij de verantwoordelijke voor de verwerking de kosteloze rechtzetting vragen van elk onjuist gegeven dat op hem betrekking heeft, alsook de kosteloze schrapping van elk op hem betrekking hebbend gegeven dat geregistreerd, opgeslagen, beheerd of ter beschikking gesteld wordt in strijd met de communautaire regelgeving, met deze wet of haar uitvoeringsbesluiten, of met de wet van 8 december 1992.

§ 2. De in artikel 8 bedoelde diensten moeten, bij vaststelling van foutieve gegevens of van het ontbreken van gegevens in het eRegister, onmiddellijk de verantwoordelijke voor de verwerking verwittigen. Deze meldingsplicht geldt eveneens bij vaststelling van niet doorgevoerde wijzigingen of schrappingen in het eRegister.

Art. 15. De regels betreffende de toegang tot het eRegister worden door de Koning bepaald na het advies van de Commissie.

Art. 16. De personen die bij de uitoefening van hun functie zorgen voor de registratie, de opslag, het beheer en de terbeschikkingstelling van de gegevens bedoeld in artikel 6, of die kennis hebben van dergelijke gegevens, zijn gebonden door het beroepsgeheim.

Art. 17. § 1. De verantwoordelijke voor de verwerking wijst, binnen of buiten zijn personeel, een dienstverantwoordelijke inzake de informatieveiligheid en bescherming van de persoonlijke levenssfeer aan die eveneens de in artikel 17bis van de wet van 8 december 1992 bedoelde functie vervult van aangestelde voor de gegevensbescherming. De identiteit van die verantwoordelijke wordt meegedeeld aan de Commissie.

§ 2. De dienstverantwoordelijke doet aangifte bij de Commissie en bij de verantwoordelijke voor de verwerking en, in voorkomend geval ook bij de betrokkene, van de misbruiken waarvan hij kennis zou hebben.

Bij ontstentenis van aangifte door de dienstverantwoordelijke doet iedere dienst rechtstreeks aangifte bij de Commissie en bij de verantwoordelijke voor de verwerking van de misbruiken waarvan hij kennis zou hebben.

Art. 18. De verantwoordelijke voor de verwerking is tevens het nationaal contactpunt dat is belast met de uitwisseling van gegevens zoals bepaald in artikel 18 van de Verordening (EG) nr. 1071/2009.

TITEL 3. — Inwerkingtreding

Art. 19. De Koning bepaalt de datum van de inwerkingtreding van elke bepaling van deze wet, met uitzondering van het huidige artikel dat onmiddellijk in werking treedt.