Let op: de inhoud van de berichten weerspiegelt de situatie zoals ze op het ogenblik van publicatie van toepassing was. Het is dus mogelijk dat sommige berichten ondertussen verouderd zijn.

Invoering nieuwe categorie van voertuigen (voortbewegingstoestellen)

op .

Ingevolge het koninklijk besluit van 13 februari 2007 betreffende de voortbewegingstoestellen (B.S. 23-02-2007) wordt er een nieuwe categorie van voertuigen ingevoerd, namelijk de “voorbewegingstoestellen”.  Daarnaast treedt er een wijziging op in de bepaling van een rijwiel.

Deze wijzigingen treden in werking op 15/03/2007.

1. Voortbewegingstoestellen

De laatste jaren verschenen er steeds meer voertuigen in het straatbeeld waarvoor er in de wegcode niet onmiddellijk een specifieke reglementering te vinden was.  De nieuwe wetgeving kent aan deze categorie van langzame voertuigen, voortaan de "voortbewegingstoestellen" genoemd,  nu een juridisch statuut toe.
Ze zullen worden ondergebracht bij twee bestaande categorieën van weggebruikers. In functie van de gevoerde snelheid (ongeacht of ze gemotoriseerd zijn of niet) worden ze gelijkgesteld met voetgangers of fietsers.
De gemotoriseerde voortbewegingstoestellen krijgen als voorwaarde mee dat ze naar bouw en motorvermogen niet sneller mogen rijden dan 18 km/u.
Voor de niet-gemotoriseerde voortbewegingstoestellen is geen snelheidsbeperking voorzien.
Niet onbelangrijk is dat de zogeheten "pocket-bikes" of mini-motoren in elk geval verboden blijven op de openbare weg.

1.1.  Wat zijn voortbewegingstoestellen en welke soorten zijn er ?

Een « voortbewegingstoestel » is:

  • ofwel een « niet-gemotoriseerd voortbewegingstoestel », dit wil zeggen elk voertuig dat niet beantwoordt aan de definitie van een rijwiel, dat door de gebruiker of de gebruikers door middel van spierkracht wordt voortbewogen en niet met een motor is uitgerust (vb. skeelers, rolschaatsen, steps, skateboard, éénwieler, rolstoel...);
  • ofwel een « gemotoriseerd voortbewegingstoestel », dit wil zeggen elk motorvoertuig met twee of meer wielen dat naar bouw en motorvermogen, op een horizontale weg, niet sneller kan rijden dan 18 km per uur (vb. elektrische autopeds, segways, elektrische rolstoelen of rolwagens voor personen met een beperkte mobiliteit, ...).

1.2.  Vergelijking met andere voertuigen

  • Voor de toepassing van de wegcode worden de gemotoriseerde voortbewegingstoestellen niet gelijkgesteld met motorvoertuigen.
  • Het niet bereden voortbewegingstoestel wordt niet als voertuig beschouwd.
  • De gebruiker van een voortbewegingstoestel, dat niet sneller dan stapvoets rijdt, wordt niet gelijkgesteld met een bestuurder.  

1.3.  Welke regels zijn van toepassing voor de gebruikers van voortbewegingstoestellen?

  • Wanneer de gebruikers van voortbewegingstoestellen niet sneller dan stapvoets rijden moeten zij de regels van toepassing voor de voetgangers volgen.
  • Wanneer de gebruikers van voortbewegingstoestellen sneller dan stapvoets rijden moeten zij de regels van toepassing voor de fietsers volgen.

1.4.  Welke regels moeten de andere weggebruikers naleven t.o.v. gebruikers van voortbewegingstoestellen?

De regels die de andere weggebruikers moeten naleven ten opzichte van respectievelijk voetgangers en fietsers, gelden eveneens ten opzichte van gebruikers van voortbewegingstoestellen.

1.5.  Verlichting

Tussen het vallen van de avond en het aanbreken van de dag en in alle omstandigheden wanneer het niet meer mogelijk is duidelijk te zien tot op een afstand van ongeveer 200 meter, moeten de gebruikers van voortbewegingstoestellen die rijden op de andere delen van de openbare weg dan degene die voorbehouden zijn voor het verkeer van voetgangers volgende verlichting gebruiken:

  • vooraan, een wit of geel licht;
  • achteraan, een rood licht.

Die lichten mogen in één enkel toestel verenigd zijn, dat links geplaatst of gedragen wordt.

1.6.  Maximale afmetingen

  • De lading van een voortbewegingstoestel mag niet meer dan 0,50 meter vooraan en achteraan en 0,30 meter aan elke kant uitsteken.
  • De maximum hoogte van een beladen voortbewegingstoestel is bepaald op 2,50 meter.
  • De maximum breedte van voortbewegingstoestellen is bepaald op 1 meter.  

1.7.  Schrappingen in het verkeersreglement

Gezien steps, rolschaatsen en voertuigen bestuurd door een persoon met een handicap, al dan niet uitgerust met een motor die niet toelaat om sneller dan stapvoets te rijden, onder de noemer ‘voortbewegingstoestellen’ vallen, worden alle verwijzigen in de wegcode naar deze voertuigen en weggebruikers geschrapt.  Dit is het geval voor volgende artikels :

1.8. Rijbewijs

Het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs werd eveneens aangepast.  Ingevolge deze aanpassing wordt er bepaald dat :

  • rijwielen uitgerust met een elektrische hulpmotor met een nominaal continu vermogen van maximaal 0,25 kW, waarvan de aandrijfkracht geleidelijk vermindert en tenslotte wordt onderbroken wanneer het voertuig een snelheid van 25 km/u bereikt, of eerder, indien de bestuurder ophoudt met trappen, niet beschouwd worden als motorvoertuigen voor wat betreft de toepassing van het KB rijbewijs.
  • de gemotoriseerde voortbewegingstoestellen niet gelijkgesteld worden met motorvoertuigen voor wat betreft de toepassing van het KB rijbewijs.

Bijgevolg worden de bestuurders van rijwielen uitgerust met voornoemende elektrische hulpmotor en de bestuurders van voortbewegingstoestellen ontslagen van de verplichting houder te zijn van een rijbewijs en het bij zich te hebben.

2. Rijwielen

Vanaf 15 maart 2007 wordt er een nieuwe bepaling van een rijwiel van kracht, luidend :

« Rijwiel », elk voertuig met twee of meer wielen, dat wordt voortbewogen door middel van pedalen of van handgrepen door één of meer van de gebruikers en niet met een motor is uitgerust, zoals een fiets, een driewieler of een vierwieler.

De bevestiging van een elektrische hulpmotor met een nominaal continu vermogen van maximaal 0,25 kW, waarvan de aandrijfkracht geleidelijk vermindert en tenslotte wordt onderbroken wanneer het voertuig een snelheid van 25 km/u bereikt, of eerder, indien de bestuurder ophoudt met trappen, brengt geen wijziging in de classificatie als rijwiel.

Het niet bereden rijwiel wordt niet als voertuig beschouwd. »

Door deze wijziging kunnen rijwielen voortaan ook voortbewogen worden door middel van handgrepen door één of meer van de gebruikers.

Het maximaal vermogen van de elektrische hulpmotor werd van 0.3 kW teruggebracht op 0.25 kW.

Nieuw is ook dat de aandrijfkracht geleidelijk moet verminderen en tenslotte onderbroken worden wanneer het voertuig een snelheid van 25 km/u bereikt.

{module 327}