Let op: de inhoud van de berichten weerspiegelt de situatie zoals ze op het ogenblik van publicatie van toepassing was. Het is dus mogelijk dat sommige berichten ondertussen verouderd zijn.

Nieuwe signalisatie voor tunnels

op .

Op 28 juni 2006 verscheen in het Belgisch Staatsblad het koninklijk besluit van 20 juni 2006 tot wijziging van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg.

De plaatsingsvoorwaarden van deze verkeersborden worden bepaald in het ministerieel besluit van 19 juni 2006 tot wijziging van het ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald.  Dit ministerieel besluit verscheen ook op 28 juni 2006 in het Belgisch Staatsblad.

Deze wijzigingen treden op 28 augustus 2006 in werking.

Het koninklijk besluit beoogt de omzetting in Belgisch recht van de Richtlijn 2004/54/EG van 29 april 2004 inzake minimumveiligheidseisen voor tunnels in het trans-Europese wegennet.

Deze Richtlijn beoogt een minimum veiligheidsniveau te verzekeren voor weggebruikers in tunnels van het trans-Europese wegennet door de preventie van kritische gebeurtenissen die mensenlevens, milieu en tunnelinstallaties in gevaar kunnen brengen, en door bescherming te bieden bij ongevallen.

Zij is van toepassing op alle tunnels in het trans-Europese wegennet van meer dan 500 meter lang, ongeacht of deze in gebruik, in aanbouw, dan wel in de ontwerpfase zijn.

De Richtlijn beoogt het bereiken van een uniform, constant en hoog niveau van bescherming voor weggebruikers in wegtunnels en wordt omgezet in het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en het gebruik van de openbare weg, meer bepaald de bepalingen van de richtlijn betreffende de verkeerstekens voor tunnels.

Volgende aanwijzingsborden worden toegevoegd :

1) F8. Tunnel.

F8

Tunnel met een lengte van meer dan 500 meter.

Op onderborden wordt de lengte van de tunnel en eventueel zijn naam aangeduid.

Plaatsingsvoorwaarden :

Deze verkeersborden worden geplaatst aan elke ingang van een tunnel met een lengte van meer dan 500 meter.
Een onderbord van het type II van bijlage 2 tot dit besluit duidt de lengte van de tunnel aan.
De naam van de tunnel kan ook worden aangegeven.
Voor tunnels met een lengte van meer dan 3 000 m wordt de resterende lengte van de tunnel om de 1 000 m aangegeven.

2) F52. Aankondiging van een nooduitgang in tunnels.

F52

Plaatsingsvoorwaarden :

Deze verkeersborden duiden de nooduitgangen aan.

3) F52bis. Vluchtroute.

  F52bis

Aankondiging van de dichtstbijzijnde nooduitgang, in de aangeduide richting, in tunnels. De afstand in meter is aangeduid op het verkeersbord.

Plaatsingsvoorwaarden :

De dichtstbijzijnde nooduitgang in elke richting wordt aangeduid door middel van de verkeersborden F52bis.
Deze verkeersborden worden op afstanden van maximaal 25 m op een hoogte van 1 tot 1,5 m boven wegniveau op de tunnelwanden aangebracht en vermelden de afstanden tot aan de uitgangen.

4) F56. Brandblusapparaat.

 F56

Plaatsingsvoorwaarden :

Dit verkeersbord duidt aan dat de hulppost in de tunnel uitgerust is met een brandblusapparaat.
In hulpposten die door een deur van de tunnel gescheiden zijn, geeft de volgende tekst aan dat de hulppost geen bescherming biedt bij brand :
« Deze zone is niet brandbestendig - Volg de aanwijzingen naar de nooduitgangen. »

5) F62. Noodtelefoon.

 F62

Plaatsingsvoorwaarden :

Dit verkeersbord duidt aan dat de hulppost in de tunnel uitgerust is met een noodtelefoon.

6) F98. Vluchthaven.

 F98

Een onderbord met volgende symbolen duidt aan dat de vluchthaven uitgerust is met een noodtelefoon en een brandblusser.

Plaatsingsvoorwaarden :

Dit verkeersbord duidt in de tunnel de plaats aan waar de vluchthavens zich bevinden.
De brandblusapparaten en de noodtelefoons worden gesignaleerd door middel van een onderbord.

{module 327}