Let op: de inhoud van de berichten weerspiegelt de situatie zoals ze op het ogenblik van publicatie van toepassing was. Het is dus mogelijk dat sommige berichten ondertussen verouderd zijn.

Wijzigingen gebruik tachograaf

op .

Vanaf 1 mei 2006 treden er ingevolge de Verordening EG nr. 561/2006 enkele wijzigingen op inzake het gebruik van de tachograaf (wijzigingen Verordening EG nr. 3821/85).  Deze wijzigingen zijn het gevolg van de invoer van de digitale tachograaf in alle landen binnen de Europese Unie.

Onderstaande bepalingen treden in werking op 1 mei 2006.

1. Bewaren van de registratiebladen en afdrukken

De onderneming moet de registratiebladen en afdrukken, indien er afdrukken zijn gemaakt om aan het bovenstaande te voldoen, ten minste één jaar na het gebruik bewaren.

Nieuw is dat deze documenten in chronologische volgorde en leesbare vorm moeten bewaard worden.

Indien er met een digitale tachograaf gewerkt wordt, moeten de ondernemingen op verzoek van de bestuurders op hun verzoek ook een kopie verstrekken van de overgebrachte gegevens van de bestuurderskaart en papieren afdrukken daarvan.

De registratiebladen, afdrukken en overgebrachte gegevens moeten op verzoek van de met de controle belaste ambtenaren worden overgelegd of overhandigd.  

Gewijzigd artikel : artikel 14.2 - EEG 3821/85

2. Het niet gebruiken van de bestuurderskaart (digitale tachograaf)

Wanneer een bestuurderskaart is beschadigd, gebrekkig werkt of niet in het bezit van de bestuurder is :

a) maakt de bestuurder aan het begin van zijn rit een afdruk van de gegevens van het door hem bestuurde voertuig. Op deze afdruk vermeldt hij de gegevens waardoor hij kan worden geïdentificeerd (naam, nummer van zijn bestuurderskaart of rijbewijs), voorzien van zijn handtekening.  Bovendien vermeldt hij hierop tevens de voorziene tijdsgroepen (andere werkzaamheden, beschikbaarheid, de werkonderbrekingen en de dagelijkse rusttijden);

b) maakt de bestuurder aan het eind van zijn rit een afdruk van de gegevens over de perioden die zijn geregistreerd door het controleapparaat en vermeldt hij alle perioden die aan andere werkzaamheden, beschikbaarheid en rust zijn besteed na de afdruk aan het begin van de rit, indien deze niet door de tachograaf zijn geregistreerd, en vermeldt de bestuurder in dat document gegevens die zijn identificatie mogelijk maken (naam, nummer van zijn bestuurderskaart of rijbewijs), voorzien van zijn handtekening.

Gewijzigd artikel : artikel 15.1 - EEG 3821/85

3. Gebruik bestuurderskaart (bestuurder niet bij het voertuig)

Indien het voertuig uitgerust is met een digitale tachograaf en de bestuurder niet bij het voertuig is, en daardoor dus het apparaat niet kan bedienen, dan moeten de voorziene tijdgroepen (andere werkzaamheden, beschikbaarheid, werkonderbrekingen en rusttijden) op de bestuurderskaart geregistreerd worden met behulp van de voorziening voor handmatige invoer waarmee het controleapparaat is uitgerust.

Indien het voertuig dat met een digitale tachograaf is uitgerust, door meer dan één bestuurder wordt bemand, zorgt elke bestuurder ervoor dat zijn bestuurderskaart in de juiste lezer in de tachograaf is ingebracht.

Gewijzigd artikel : artikel 15.2 - EEG 3821/85

4. Andere werkzaamheden

"Andere werkzaamheden" worden geregistreerd onder het  teken.  Hieronder verstaan we :

1. Elke andere activiteit zoals gedefinieerd in artikel 3, onder a) *, van Richtlijn 2002/15/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2002 betreffende de organisatie van de arbeidstijd van personen die mobiele werkzaamheden in het wegvervoer uitoefenen (behalve rijden).

* a) "Arbeidstijd" :

1. in het geval van mobiele werknemers: de periode tussen het begin en het einde van het werk, waarin de werknemer op het werk is, ter beschikking van de werkgever staat en zijn taken of activiteiten uitoefent, dat wil zeggen:

  • de tijd die wordt besteed aan alle wegvervoersactiviteiten. Deze activiteiten zijn met name:

i) rijden;

ii) laden en lossen;

iii) toezicht houden op het in- en uitstappen van passagiers;

iv) schoonmaken en technisch onderhoud;

v) alle andere werkzaamheden om de veiligheid van het voertuig, de lading of de passagiers te verzekeren, dan wel om te voldoen aan de wettelijke of bestuursrechtelijke verplichtingen die direct met het specifieke vervoer in kwestie verband houden met inbegrip van toezicht op het laden en lossen, afwikkeling van administratieve formaliteiten bij de politie, de douane, de immigratieautoriteiten, enz.

  • de periodes waarin de werknemer niet vrijelijk over zijn tijd kan beschikken en op de werkplek moet blijven, gereed om aan het werk te gaan, en daarbij belast is met bepaalde aan die dienst verbonden taken, met name de wachttijden bij laden of lossen wanneer de verwachte duur daarvan niet vooraf bekend is, dat wil zeggen: vóór het vertrek of net vóór het daadwerkelijk begin van de periode in kwestie, of op grond van de algemene bepalingen die de sociale partners hebben afgesproken en/of die in de wetgeving van de lidstaten zijn vastgelegd.

2. in het geval van zelfstandige bestuurders geldt dezelfde definitie voor de periode tussen het begin en het einde van het werk, waarin de zelfstandige bestuurder op de werkplek is, ter beschikking van de klant staat en zijn taken of activiteiten uitoefent, andere dan algemeen administratief werk dat niet direct verband houdt met het specifieke vervoer in kwestie.

Als arbeidstijd worden niet aangemerkt, de pauzes van artikel 5, de rusttijden van artikel 6, alsmede, - onverminderd de wetgeving van de lidstaten of afspraken tussen de sociale partners op grond waarvan dergelijke perioden moeten worden gecompenseerd of beperkt -, de onder b) bedoelde beschikbaarheidstijd.

2. alle werkzaamheden voor dezelfde of een andere werkgever in of buiten de vervoerssector.

Gewijzigd artikel : artikel 15.3 - EEG 3821/85

5. Beschikbaarheid

De "beschikbaarheid" wordt geregistreerd onder het teken.  Deze wordt gedefinieerd in artikel 3, onder b) *, van Richtlijn 2002/15/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2002 betreffende de organisatie van de arbeidstijd van personen die mobiele werkzaamheden in het wegvervoer uitoefenen :

* b) "Beschikbaarheidstijd"

  • andere perioden dan pauzes of rusttijden, waarin de mobiele werknemer niet op de werkplek behoeft te blijven, doch beschikbaar moet zijn om gevolg te kunnen geven aan eventuele oproepen om de rit aan te vatten of te hervatten, of om andere werkzaamheden uit te voeren.  Als beschikbaarheidstijd worden met name aangemerkt, de perioden waarin de mobiele werknemer een per veerboot of trein vervoerd voertuig begeleidt, alsmede wachttijden aan grenzen en tengevolge van rijverboden,

De perioden en de verwachte duur moeten de mobiele werknemer van tevoren bekend zijn, dat wil zeggen vóór het vertrek of net vóór het daadwerkelijk begin van de beschikbaarheidstijd, of op grond van de algemene bepalingen die de sociale partners hebben afgesproken, en/of die in de wetgeving van de lidstaten zijn vastgelegd,

  • voor mobiele werknemers in ploegendienst, de tijd die zij gedurende de rit naast de bestuurder of in een slaap- cabine doorbrengen;

Gewijzigd artikel : artikel 15.3 - EEG 3821/85

6. Vertoon van registratiebladen

Indien een voertuig uitgerust is met een analoge tachograaf, moet de bestuurder volgende zaken kunnen vertonen op verzoek van een met controle belaste ambtenaar :

  • de registratiebladen van de lopende week en die welke de bestuurder de voorafgaande vijftien dagen heeft gebruikt,
  • de bestuurderskaart, indien hij houder is van een dergelijke kaart, en
  • alle handmatig opgetekende gegevens en afdrukken van de lopende week zelf en van de voorafgaande 15 dagen.

Indien een voertuig uitgerust is met een digitale tachograaf, moet de bestuurder volgende zaken kunnen vertonen op verzoek van een met controle belaste ambtenaar :

  • de bestuurderskaart waarvan hij houder is,
  • alle handmatig geregistreerde gegevens en afdrukken van de week zelf en van de voorafgaande 15 dagen, en
  • de registratiebladen voor dezelfde periode als die welke hierboven bedoeld is en waarin hij heeft gereden met een voertuig dat is uitgerust met een analoge tachograaf.

Gewijzigd artikel : artikel 15.7 - EEG 3821/85

{module 327}