Let op: de inhoud van de berichten weerspiegelt de situatie zoals ze op het ogenblik van publicatie van toepassing was. Het is dus mogelijk dat sommige berichten ondertussen verouderd zijn.

Nieuwe wetgeving uitzonderlijk vervoer

op .

Uitzonderlijk vervoerOp 14 juni 2010 verscheen in het Belgisch Staatsblad het langverwachte koninklijk besluit van 2 juni 2010 betreffende het wegverkeer van uitzonderlijke voertuigen.
De reglementering rond het uitzonderlijk vervoer steunde tot op heden op twee kleine artikeltjes uit de Wegcode (48 en 59.5).

Om het gebrek aan duidelijke regelgeving op te vangen werd de Instructie B/2001 gepubliceerd door de Federale Overheidsdienst Mobiliteit en Vervoer met daarin een opsomming van ondermeer de vereisten inzake signalisatie, de begeleidingsvoorwaarden, rijverboden, enz...
http://www.mobilit.fgov.be/data/route/teuv/indiv.pdf

De nieuwe wetgeving is grotendeels gebaseerd op dit document en regelt het verkeer van voertuigen waarvan de constructie en/of de ondeelbare lading de maximum afmetingen en/of gewichten overschrijdt die voorzien zijn in het K.B. van 1 december 1975 (Wegcode) en in het K.B. van 15 maart 1968 (technisch reglement).

Categorieën uitzonderlijke voertuigen

1. Categorie 1

  • Enkelvoudig voertuig met een lengte < 19 m
  • Sleep met een lengte < 27 m
  • Breedte < 3,5 m
  • Hoogte en massa conform met Wegcode en technisch reglement

2. Categorie 2

  • Enkelvoudig voertuig met een lengte > 19 m en < 22 m
  • Sleep met een lengte > 27 m en < 30 m
  • Breedte > 3,5 m en < 4,25 m
  • Hoogte > 4 m en < 4,50 m
  • Massa groter dan de maxima voorzien in technisch reglement en < 90 ton

3. Categorie 3

  • Enkelvoudig voertuig met een lengte > 22 m en < 28 m
  • Sleep met een lengte > 30 m en < 35 m
  • Breedte > 4,25 m en < 5 m
  • Hoogte > 4,50 m en < 4,80 m
  • Massa > 90 ton en < 120 ton

4. Categorie 4

  • Enkelvoudig voertuig met een lengte > 28 m
  • Sleep met een lengte > 35 m
  • Breedte > 5 m
  • Hoogte > 4,80 m
  • Massa > 120 ton

Vergunningsplicht

Alvorens zo'n uitzonderlijk voertuig (auto, aanhangwagen of sleep) op de openbare weg kan worden toegelaten dient een vergunning aangevraagd te worden. Deze vergunning bevat de voorschriften die de verkeersveiligheid moeten verzekeren en  om het verkeer van het uitzonderlijk vervoer veilig en vlot te laten verlopen.

Er zijn twee types van vergunningen :

1. Langlopende, permanente vergunning

  • voor uitzonderlijke voertuigen categorie 1 : geldigheidsduur max. 5 jaar
  • voor uitzonderlijke voertuigen categorie 2 : geldigheidsduur max. 1 jaar

2. Kortlopende, tijdelijke vergunning

  • voor uitzonderlijke voertuigen categorie 3 : geldigheidsduur max. 4 maanden
  • voor uitzonderlijke voertuigen categorie 4 : geldigheidsduur max. 2 maanden

Vrijstellingen

Er is geen vergunning vereist voor :

  • uitzonderlijke voertuigen in het verkeer gebracht door :
    het leger, de politiediensten, de beheerders voor het uitvoeren van hun opdrachten, de civiele bescherming, de brandweer.
  • uitzonderlijke voertuigen die door de overheid worden opgevorderd naar aanleiding van rampenbestrijding.

Retributies

Een retributiesysteem wordt ingevoerd, ondermeer om misbruik te voorkomen. Er dient betaald te worden na de notificatie van de vergunning en zelfs indien deze geweigerd wordt.

De retributies voeden het budgettaire fonds betreffende de organisatie van het verkeer van uitzonderlijk vervoer dat eind 2006 opgericht werd en op 1 juli 2010 in werking treedt.

  • Categorieën 1 en 2 : 75 euro
  • Categorie 3 : 113 euro
  • Categorie 4 : 150 euro

Nieuwigheden t.o.v. de oude instructie

Op vraag van de gewesten worden gestuurde assen verplicht voor de uitzonderlijke voertuigen die bepaalde afmetingen overschrijden. Deze maatregel wordt ingevoerd om schade aan het wegdek te vermijden, met name aan de rotondes en dit voor volgende voertuigen :

  • Enkelvoudige voertuigen met een lengte > 19 m : vooraan en achteraan uitgerust met ten minste één gestuurde as
  • Slepen met een lengte > 27 m : het langst getrokken voertuig is uitgerust met ten minste één gestuurde as

Palen, lange elementen of geprefabriceerde elementen mogen gelijktijdig vervoerd worden om technische of stabiliteitsredenen.

De onderste rand van het bord met opschrift "Uitzonderlijk vervoer" wordt op ten minste 40 cm boven de grond geplaatst (voordien was dit 50 cm).

De uitzonderlijke voertuigen zijn uitgerust met :

  • een tweede gevaarsdriehoek;
  • twee schijven die het verkeersbord C3 voorstellen;
  • twee draagbare, geeloranje, enkelgerichte flashlichten, zichtbaar over een afstand van minstens 100 m.

Een volledig overzicht van de voorschriften inzake de veiligheidsuitrusting is terug te vinden in Hoofdstuk 5 (art. 15 tot 19)

De te volgen reiswegen dienen minstens vijf dagen voor het vervoer verkend te worden door de gebruiker, de bestuurder of de verkeerscoördinator. Niet verkende reiswegen mogen geenszins gevolgd worden.
Tevens dient vooraf nagegaan te worden of er tijdens de doortocht van bebouwde kommen geen moeilijkheden kunnen ontstaan door publieke evenementen (markten, festiviteiten, enz… ).

Begeleiding

Uitzonderlijk vervoerDe opvallendste maatregel is dat de escorte van de uitzonderlijke voertuigen niet meer door de politie zal gebeuren, behalve in de volgende omstandigheden :

voor het rijden in tegengestelde zin van het verkeer op openbare wegen waar de toegelaten maximumsnelheid méér dan 70 km per uur bedraagt;

voor het oversteken van de opening in de middenberm van een autosnelweg of van een weg verdeeld in vier of meer rijstroken waarvan er tenminste twee zijn bestemd voor elke rijrichting;

wanneer het tegenliggend of het in de rijrichting rijdend verkeer moet worden gestopt op openbare wegen waar de toegelaten maximumsnelheid méér dan 70 km per uur bedraagt.

De modaliteiten van de begeleiding worden bepaald door de betrokken politiedienst.
De aanvraag tot begeleiding wordt minstens vier werkdagen voor het vertrek van het vervoer ingediend bij de betrokken politiedienst. Deze aanvraag is steeds vergezeld van een kopie van het eerste blad van de vergunning.

Afhankelijk van de afmetingen, de massa's en de rijbewegingen zijn 1, 2 of 3 begeleidingsvoertuigen verplicht in de gele RAL kleuren 1003, 1004, 1023 of equivalent.
In één van deze voertuigen bevindt zich een verkeerscoördinator.
De specifieke signalisatie voor de begeleidingsvoertuigen wordt voorzien in de artikelen 22 tot 25.

Verkeerscoördinator

Deze is verantwoordelijk voor het konvooi en neemt de algemene leiding op zich. De verkeerscoördinator wordt met naam en toenaam schriftelijk aangeduid.
Hij ziet ondermeer toe op het goede verloop van het vervoer en het volgen van de voorgeschreven reiswegen.

Bevoegdheden van verkeerscoördinatoren en begeleiders

Zij mogen :

op kruispunten niet uitgerust met verkeerslichten, het verkeer uit de dwarsstraten stil te leggen;

op kruispunten uitgerust met verkeerslichten, het door een rood licht stil gelegde verkeer, blijvend staande te houden gedurende de tijd nodig opdat het konvooi het kruispunt kan ontruimen;

het tegenliggend, als in de rijrichting rijdend verkeer stil te leggen op de openbare wegen waar de toegelaten maximumsnelheid niet méér dan 70 km per uur bedraagt;

het achteropkomend verkeer dat in dezelfde richting rijdt als het uitzonderlijk voertuig te verhinderen om in te halen of voorbij te rijden.

Hiertoe worden artikelen 41.3.1.2° en 41.3.2 van de Wegcode aangepast.

Verkeersverboden

Het verkeer van uitzonderlijke voertuigen is verboden op bepaalde tijdstippen en plaatsen. Deze worden bepaald in artikel 30.

Inwerkingtreding

Dit K.B. treedt grotendeels in werking op 1 juli 2010.
De vergunningen die afgeleverd werden vòòr deze datum blijven geldig tot hun vervaldatum.

De voorschriften van artikelen 6 en 8 inzake de vergunningsaanvragen en retributies treden pas in werking op 1 oktober 2010.

Nog te verwachten

  • Voorschriften betreffende de opleiding van de begeleiders.
  • Een (boete)catalogus met een overzicht van de overtredingen.

Extra info