Let op: de inhoud van de berichten weerspiegelt de situatie zoals ze op het ogenblik van publicatie van toepassing was. Het is dus mogelijk dat sommige berichten ondertussen verouderd zijn.

Nieuwe rijbewijsnormen voor gezichtsvermogen, diabetes en epilepsie

op .

Powered by Polinfo
Vanaf 15 september 2010 gelden nieuwe medische minimumnormen voor bestuurders met een oogaandoening, diabetes of epilepsie. België schikt zich daarmee naar de Europese vereisten uit richtlijnen 2009/112/EG en 2009/113/EG.

Rijbewijs

Wie lijdt aan epilepsie, diabetes of een beperkt gezichtsvermogen zal voortaan aan nieuwe rijgeschiktheidsnormen moeten voldoen. De federale regering heeft de medische minimumnormen voor besturen van voertuigen met een van deze aandoeningen aangepast op basis van de Europese richtlijnen 2009/112/EG en 2009/113/EG. Die richtlijn creëert naast een reeks verduidelijkingen, nieuwe definities en specifieke medische gevallen, zowel versoepelde als strengere voorwaarden. De nieuwe EU-wetgeving komt er door nieuwe inzichten van de medische wetenschap en moet er voor zorgen dat meer patiënten met epilepsie, diabetes en oogaandoeningen mogen rijden als hun gezondheidsprobleem onder controle is.

De wijzigingen hebben betrekking op de kandidaten voor een rijbewijs van groep 1 (personenauto’s en motors - categorieën A3, A, B, B+E of G) en op de kandidaten voor een rijbewijs van groep 2 (vrachtwagens en bussen – categorieën C, C+E, D of D+E en subcategorieën C1, C1+E, D1 of D1+E - vervoer in opdracht van een werkgever). Hieronder vindt u een overzicht van een aantal belangrijke nieuwigheden.

Epilepsie

Bij de rijgeschiktheidsbeoordeling wordt voortaan een duidelijk onderscheid gemaakt tussen kandidaten met epilepsie en kandidaten die een epileptische aanval hebben gehad (ongeacht ze al dan niet curatieve cerebrale chirurgie hebben ondergaan). Als algemene stelregel geldt dat iemand epilepsie heeft wanneer die binnen een periode van 5 jaar twee of meerdere niet uitgelokte epileptische aanvallen heeft gehad. Na vijf jaar aanvalsvrijheid kan een nieuwe aanval beschouwd worden als een eerste aanval.

In tegenstelling tot vroeger moet een arts gespecialiseerd in de neurologie of neuropsychiatrie, steeds het specifieke epilepsie syndroom en het (de) aanvalstype(n) bepalen, nodig om het risico op verdere aanvallen in te schatten. Bij andere oorzaken van bewustzijnsverlies of -daling houdt hij onder meer rekening met het risico op herhaling tijdens het rijden. Hij formuleert het advies m.b.t. de rijgeschiktheid en de geldigheidsduur ervan.

Zowel kandidaten met epilepsie als kandidaten die een epileptische aanval hebben gehad, worden in principe altijd als ‘niet rijgeschikt’ beschouwd. De wet voorziet echter heel wat situaties waarin kandidaten voor een rijbewijs van groep 1 of kandidaten voor een rijbewijs van groep 2 ‘wel rijgeschikt’ kunnen worden bevonden. Deze mogelijkheden zijn nu drastisch uitgebreid.Wie een rijbewijs van groep 1 aanvraagt, en slechts één aanval van epilepsie heeft gehad, kan bijvoorbeeld al rijgeschikt worden verklaard na een aanvalsvrije periode van minstens 6 maanden. Dit kan zelfs na een aanvalsvrije periode van minstens drie maanden indien het elektro-encefalogram geen epileptiforme tekens vertoont en de neurologische beeldvorming niet wijst op het bestaan van een epileptogene cerebrale pathologie. Ook kandidaten voor een rijbewijs van groep 2 die een eenmalige niet uitgelokte aanval van epilepsie hebben gehad en reeds 5 jaar aanvalvrij zijn, kunnen rijgeschikt worden verklaard. Daarnaast kan onder meer ook de kandidaat met epilepsie, ongeacht de vorm, rijgeschikt worden verklaard na een ononderbroken periode van minstens 10 jaar zonder aanvallen van welke vorm ook.

De voorwaarden voor de aflevering van een rijgeschiktheidsattest of de verlenging van de geldigheidsduur zijn verstrengd. Kandidaten van een rijbewijs van groep 1 moeten onder regelmatig geneeskundig toezicht staan, voldoende inzicht hebben in de aandoening, blijk geven van strikte therapietrouw en de voorgeschreven medicamenteuze anti-epileptische behandeling nauwgezet volgen. Een uitgebreid neurologisch onderzoek laat tot een stabilisatie van de toestand besluiten.Kandidaten voor een rijbewijs van groep 2 moeten dan weer aanvalsvrij gebleven zijn voor de vereiste periode en dit zonder anti-epileptische medicatie, onder regelmatig geneeskundig toezicht staan, voldoende inzicht hebben in de aandoening, het elektro-encefalogram mag geen epileptiforme afwijkingen vertonen, en de neurologische beeldvorming mag niet wijzen op het bestaan van een epileptogene cerebrale pathologie.In beide gevallen is steeds een gunstig neurologisch verslag vereist. Dit verslag geeft voor kandidaten van groep aan dat er geen aanwijzingen zijn dat het risico op een nieuwe aanval, bewustzijnsverlies; of -daling tijdens het rijden groter is dan 2 % per jaar.

Diabetes

Ook voor diabetici verruimen de mogelijkheden om rijgeschikt te worden verklaard. Zo maken kandidaten voor een rijbewijs van groep 1 die 3 of meer insuline-inspuitingen per dag of een behandeling met een insulinepomp toegediend krijgen, voortaan bijvoorbeeld kans op een rijgeschiktheidsattest.Bovendien zullen diabetici met complicaties aan ogen, zenuwstelsel, hart of bloedvaten die een veilige besturing van een voertuig verhinderen niet meer automatisch uit de boot vallen. Zij worden voortaan doorverwezen naar specialiteiten om hun advies over de rijgeschiktheid in te winnen. Dit geldt ook voor kandidaten met locomotorische stoornissen die invloed kunnen hebben op hun besturingscapaciteiten. De vereiste om vrij te zijn van complicaties wordt ook niet meer als standaardvoorwaarde opgelegd aan onder meer de kandidaten voor een rijbewijs van groep 2 die worden behandeld met een dieet of met bloedsuikerverlagende medicatie die in een therapeutische dosis geen hypoglykemie kan veroorzaken.

De controle van de rijgeschiktheid verloopt daarentegen volgens een strikter patroon. Zo zullen alleen nog artsen met een bijzondere beroepstitel in de endocrino-diabetologie diabetici met een verhoogd risico op een ernstige hypo (of hyper)glykemie of met een ernstige hypo (of hyperglykemie) rijgeschikt kunnen verklaren. Dit geldt ook voor de rijgeschiktheid van kandidaten met een recurrente hypoglykemie of kandidaten die onvoldoende inzicht hebben in het risico op hypoglykemie.

Kandidaten moeten, naast de rijgeschiktheidsvoorwaarden naargelang de medische situatie, nog steeds aan een aantal algemene voorwaarden voldoen: ze hebben stabiele diabetes, hebben voldoende inzicht in hun aandoening, kennen het risico op hypoglykemie en herkennen de symptomen ervan, geven blijk van strikte therapietrouw, hebben een diabeteseducatie gevolgd en staan onder geregeld geneeskundig toezicht.

Visuele functies

Kandidaten met een visuele beperking wenden zich net als vroeger tot een oogarts van hun keuze die de rijgeschiktheid zal bepalen. Hij moet bij zijn beoordeling rekening houden met verschillende aspecten van het visueel functioneren en in het bijzonder met de gezichtsscherpte, het gezichtsveld, het gezichtsvermogen in het schemerdonker, de licht- en contrastgevoeligheid, diplopie en andere visuele functies die essentieel zijn om veilig een motorvoertuig te besturen. De regering heeft deze verduidelijking nu uitdrukkelijk opgenomen.

De criteria gezichtsscherpte, gezichtsveld en zicht bij schemerlicht werden ook inhoudelijk gewijzigd. Zo moet het horizontale binoculaire gezichtsveld voor de kandidaten van groep 2 voortaan minstens 160° (voorheen 140°) bedragen.

Verder gelden ook heel wat nieuwe algemene bepalingen. Voortaan is iedereen met een visuele stoornis die het veilig besturen van een voertuig kan verhinderen, niet rijgeschikt. Alleen kandidaten van groep 1 met een beperking door een gestoorde contrastgevoeligheid of kandidaten met een progressieve visuele functiestoornis kunnen, onder specifieke voorwaarden, rijgeschikt worden verklaard. De wet beschouwd ook iedereen waarbij een belangrijke verandering in het visueel functioneren is opgestreden automatisch als niet rijgeschikt. Ook hier kan een arts onder specifieke voorwaarden het tegendeel verklaren.

In werking…

Het KB van 10 september 2010 treedt in werking op 15 september 2010

Bron

KB van 10 september 2010 tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs (BS 15 september 2010).

Auteur: Laure Lemmens