Let op: de inhoud van de berichten weerspiegelt de situatie zoals ze op het ogenblik van publicatie van toepassing was. Het is dus mogelijk dat sommige berichten ondertussen verouderd zijn.

Opspatafschermingssystemen

op .

Vanaf 9 april 2011 wordt artikel 35 van het technisch reglement (spatborden) vervangen door een nieuwe tekst die gelijk moet lopen met de Europese regelgeving.
Spatborden worden vanaf nu "opspatafschermingssystemen".
Deze inrichtingen moeten het op- en achterwaarts spatten van het water zoveel mogelijk beperken.

Er wordt een hele reeks definities in het leven geroepen naar analogie met deze in de Europese Richtlijn 91/226/EEG.

De voertuigen van de categorieën N en O ((lichte) vrachtwagens, aanhangwagens en opleggers) voorzien van een nationale of EG-typegoedkeuring daterend vanaf 9 april 2011 moeten uitgerust zijn met opspatafschermingssystemen die voldoen aan de voorschriften van bijlage 13.

Bij chassiscabines hoeven deze voorschriften alleen op de door de cabine overdekte wielen te worden toegepast.

Bij voertuigen van de categorieën N1 en N2 met een toelaatbare maximummassa in beladen toestand van ten hoogste 7,5 ton kunnen op verzoek van de fabrikant in plaats van de nieuwe voorschriften de voorschriften van Richtlijn 78/549/EEG worden toegepast.

De voorschriften van bijlage 13 betreffende opspatafschermingen, zijn niet verplicht voor voertuigen van de categorieën N, O1 en O2 met een toelaatbare maximummassa in beladen toestand van ten hoogste 7,5 ton, chassiscabines, voertuigen zonder carrosserie en voertuigen waarbij de aanwezigheid van opspatafschermingen onverenigbaar is met het gebruik van het voertuig. Als op dergelijke voertuigen echter opspatafschermingen worden gemonteerd, moeten zij aan de voorschriften voldoen.

De achterstellen en mallejans die inzonderheid bestemd zijn voor het vervoer van boomstammen, en de voertuigen voor traag vervoer moeten niet bestendig van die afscherming zijn voorzien. Desondanks moeten die voertuigen, wanneer zulks nodig blijkt, zodanig zijn uitgerust dat zij voor de andere weggebruikers een bescherming bieden, gelijk aan die welke wordt bekomen bij het naleven van voormelde voorschriften.

Oudere voertuigen

De vrachtauto's, de trekkers voor opleggers, de aanhangwagens en opleggers met een maximale toegelaten massa van meer dan 7 500 kg, die vanaf 1 januari 1991 in dienst werden gesteld en met een nationale of EG-typegoedkeuring daterend van voor 9 april 2011, moeten voorzien zijn van inrichtingen voor het opvangen van het water opgespat door de banden die gemonteerd en goedgekeurd zijn conform de bepalingen van Richtlijn 91/226/EEG.

Vrijstellingen :

  • voertuigen met aandrijving op alle wielen;
  • brandweervoertuigen;
  • voertuigen voor het ophalen van vuilnis;
  • betonmixers en -pompen;
  • voertuigen die containers vervoeren welke langs de achterzijde door het voertuig zelf opgehaald worden;
  • afzonderlijke wielstellen die d.m.v. een eenvoudige dissel met het trekkend voertuig verbonden zijn of door de structuur van de vervoerde kast zelf;
  • kipwagens;
  • takelauto's;
  • terreinvoertuigen.

De Minister kan bovendien andere voertuigen vrijstellen indien het gebruik ervan niet verenigbaar is met hun gebruiksdoel.

In werking : met terugwerkende kracht vanaf 9 april 2011.

Bron: K.B. 28-04-2011 tot wijziging van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen. (BS 09-05-2011)
Deze website wenst cookies te gebruiken om uw surfervaring te verbeteren. Door op “Ok” te klikken, aanvaardt u het gebruik van deze cookies voor deze doeleinden.