Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 25 april 2019 betreffende bredere aanhangwagens voor fietsen in het kader van proefprojecten voor goederenvervoer per fiets

B.S. 07.05.2019

Artikel 1. Dit besluit stelt de voorwaarden vast volgens welke de gebruikers van bredere aanhangwagens voor fietsen de toestemming hebben om deze in het verkeer te brengen in het kader van proefprojecten.

Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

1° ″het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer″ : het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg;

2° ″bredere aanhangwagen voor fiets″ : aanhangwagen die aan een fiets kan worden gehangen en die de afmetingen zoals vastgelegd door de reglementering bedoeld in 1° overschrijdt;

3° ″de minister″ : de minister bevoegd voor Mobiliteit en Openbare Werken;

4° ″de afgevaardigd ambtenaar″ : de directeur van de Directie Strategie van het bestuur van Brussel Mobiliteit;

5° ″proefproject″ : project georganiseerd door het Brussels Hoofdstedelijk Gewest in verband met de activiteit van goederenvervoer voor eigen rekening of voor derden door een onderneming met gebruikmaking bij wijze van experiment van de in punt 3° bedoelde aanhangwagens;

Art. 3. § 1. Het in het verkeer brengen van bredere aanhangwagens voor fietsen in het kader van een proefproject kan gebeuren middels een voorafgaande schriftelijke vergunning van de minister of van de afgevaardigd ambtenaar.

De vergunning, die twee jaar geldig is, kan na evaluatie eenmaal worden verlengd.

§ 2. In het geval van een verkeersongeval, waarbij aangetoond kon worden dat de breedte van de aanhangwagen de oorzaak van het ongeval vormde of er de gevolgen van heeft verzwaard, dat is gebeurd in het kader van een proefproject of in het geval van niet-naleving van de bepalingen van dit besluit, kan de minister of de afgevaardigd ambtenaar de voormelde vergunning intrekken.

Art. 4. In afwijking van de artikels 46 en 82.4.2 van het reglement bedoeld in artikel 1, 1° van dit besluit, mag een bredere aanhangwagen voor fietsen niet breder zijn dan 1,20 m om in het verkeer te kunnen worden gebracht in overeenstemming met de bepalingen van dit besluit.

Art. 5. § 1. Met het oog op de toekenning van de in artikel 3 vermelde vergunning richt de onderneming een aanvraag tot de afgevaardigd ambtenaar.

De aanvraag bevat verplicht de volgende informatie :

a) de identificatiegegevens van de onderneming, inclusief het ondernemingsnummer;

b) de technische voorschriften van de door de onderneming gebruikte aanhangwagen.

§ 2. De aanvrager moet de afgevaardigd ambtenaar alle informatie bezorgen die noodzakelijk is voor een onderzoek van het dossier. De ambtenaar moet de mogelijkheid krijgen om de bredere aanhangwagens voor fietsen te onderzoeken en alle noodzakelijke controles te verrichten.

Art. 6. De onderneming die houder is van de vergunning vermeld in artikel 3, dient elk verzoek om informatie die de gemachtigd ambtenaar tot hem richt met betrekking tot de proefprojecten, te beantwoorden.

Art. 7. Dit besluit treedt in werking op 1 mei 2019 en treedt buiten werking op 1 mei 2023. Op die laatste datum zijn de afgeleverde vergunningen niet langer geldig.

Art. 8. De minister bevoegd voor Mobiliteit wordt belast met de uitvoering van dit besluit.