Ministerieel besluit van 23 oktober 2018 tot vaststelling van de regels inzake de rijopleiding, en het rijexamen, de retributies en de beroepscommissie

B.S. 30.10.2018

TITEL 1. — Inleidende bepaling

Artikel 1. 1. In dit besluit wordt onder “het besluit van 29 maart 2018” verstaan: het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 29 maart 2018 betreffende de rijopleiding en het rijexamen van categorie van motorvoertuigen B en bepaalde aspecten voor alle categorieën van motorvoertuigen.

TITEL 2. — Praktische scholing

HOOFDSTUK 1. — Modellen

Art. 2. 1.1. Het teken bedoeld in artikel 2.2.2, § 1, 2°, b), van het besluit van 29 maart 2018 wordt weergegeven in bijlage 1 bij dit besluit.

Art. 3. 1.2. Het logboek bedoeld in artikel 2.2.3, § 3, , van het besluit van 29 maart 2018 wordt weergegeven in bijlage 2 bij dit besluit.

Art. 4. 1.3. Het attest bedoeld in artikel 2.2.14, vierde lid, van het besluit van 29 maart 2018 wordt weergegeven in bijlage 3 bij dit besluit.

Art. 5. 1.4. Het model van getuigschrift van theoretische scholing aan een rijschool voor categorie B wordt weergegeven in bijlage 4 bij dit besluit.

Art. 6. 1.5. Het model van getuigschrift van praktische scholing aan een rijschool voor categorie B wordt weergegeven in bijlage 5 bij dit besluit.

HOOFDSTUK 2. — Cursuspakket en opleiding eerste hulp

Afdeling 1. — Cursuspakket van de begeleider

Art. 7. 2.1. Het cursuspakket bedoeld in artikel 2.2.15, § 1, van het besluit van 29 maart 2018 besteedt minstens aandacht aan de volgende onderwerpen:

  • de stof opgesomd in de artikelen 3.1.3 en 3.2.2 van hetzelfde besluit;
  • de opleidingsmogelijkheden voor de kandidaat;
  • de wettelijke voorwaarden inzake het begeleiden van een kandidaat;
  • de noodzakelijke bekwaamheden van de begeleider;
  • het gebruik van de bedieningsorganen van een voertuig;
  • de manoeuvres van het praktisch examen.

Afdeling 2. — Opleiding eerste hulp

Art. 8. 2.2. De kandidaten die de opleiding eerste hulp bedoeld in artikel 2.2.14, van het besluit 29 maart 2018 moeten volgen, kunnen dit slechts doen nadat zij zijn geslaagd in het theoretisch examen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bedoeld in titel 3, hoofdstuk 1 van hetzelfde besluit. Deze voorwaarde geldt niet voor de personen die vrijgesteld zijn van het theoretisch examen krachtens artikel 28 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs.

Art. 9. 2.3. Het theoretische en praktische luik van de opleiding eerste hulp bedoeld in artikel 2.2.14, van het besluit 29 maart 2018 besteedt minstens aandacht aan de volgende onderwerpen:

  • essentiële interventieregels naar aanleiding van een verkeersongeval;
  • externe bloedingen ;
  • bewusteloos slachtoffer met ademhandeling ;
  • bewusteloos slachtoffer zonder of verstoorde ademhandeling;
  • letsels aan de hersenen en wervelkolom;
  • letsels aan de ledematen ;
  • wonden ;
  • brandwonden.

Art. 10. 2.4. De personen die de volgende functies en beroepen uitoefenen kunnen een vrijstelling bekomen voor de opleiding eerste hulp, bedoeld in artikel 2.2.14, van het besluit van 29 maart 2018:

  • hulpverleners bedoeld in artikel I.5-1 van de Codex van 28 april 2017 over het welzijn op het werk;
  • hulpverleners-ambulanciers bedoeld in artikel 12 of 19 van het koninklijk besluit van 13 februari 1998 betreffende de opleidings- en vervolmakingscentra voor hulpverleners-ambulanciers die beschikken over een geldig brevet;
  • beoefenaars van gezondheidsberoepen bedoeld in de artikelen 3, 4, 6, 43, 45, 62, 65 van de gecoördineerde wet van 10 mei 2015 betreffende de uitoefening van de gezondheidszorgberoepen.

Art. 11. 2.5. De personen in het bezit van de volgende brevetten en/of getuigschriften kunnen een vrijstelling bekomen voor de opleiding eerste hulp, bedoeld in artikel 2.2.14, van het besluit van 29 maart 2018, indien het brevet en/of getuigschrift niet ouder is dan 2 jaar:

  • het getuigschrift in het kader van elke opleiding met betrekking tot eerste hulp van minimum 12 uren georganiseerd door een instelling die voorkomt op de lijst bedoeld in artikel I.5-9 van de Codex van 28 april 2017 over het welzijn op het werk;
  • het brevet in het kader van de opleiding voor hulpverlenersambulanciers bedoeld in artikel 7 van het koninklijk besluit van 13 februari 1998 betreffende de opleidings- en vervolmakingscentra voor hulpverleners-ambulanciers;
  • het getuigschrift in het kader van de opleiding bedoeld in hoofdstuk IV van titel 5 van de Codex van 28 april 2017 over het welzijn op het werk.

Art. 12. 2.6. De personen, bedoeld in de artikelen 2.2.4 en 2.2.5, dienen een verzoek tot vrijstelling in bij Brussel Mobiliteit. Dit verzoek moet op straffe van niet- ontvankelijkheid elektronisch of per post opgestuurd worden naar Brussel Mobiliteit.

De personen, vermeld in het eerste lid, voegen bij hun aanvraag alle bewijsstukken waaruit blijkt dat zij voldoen aan de vrijstellingsvoorwaarden, bedoeld in de artikelen 2.2.4 of 2.2.5, op het tijdstip van het indienen van het verzoek tot vrijstelling.

Brussel Mobiliteit kan bij zijn onderzoek alle bijkomende inlichtingen inwinnen voor de beoordeling van het verzoek.

Brussel Mobiliteit neemt zijn beslissing binnen een ordetermijn van zestig dagen, die ingaat de dag na deze van de indiening van het verzoek tot vrijstelling.

Brussel Mobiliteit deelt haar beslissing elektronisch of via de post mee aan de indiener van het verzoek en de examencentra. De vrijstelling die conform artikel 2.2.4 toegekend wordt, blijft twee jaar geldig vanaf de dag van de beslissing. De vrijstelling die verleend wordt conform artikel 2.2.5 is geldig voor een periode van twee jaar vanaf het moment van levering van het document ter goedkeuring van de vrijstelling.

TITEL 3. — Praktisch examen

Art. 13. 1. Naast de personen bedoeld in artikel 3.2.12, § 2, , van het besluit van 29 maart 2018 kunnen volgende personen plaatsnemen in het voertuig tijdens de proef op de openbare weg:

  • de kandidaat-examinator in het kader van de opleiding tot examinator zoals bepaald in het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs;
  • de toezichthouder in het kader van zijn toezicht en controle bedoeld in het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs, het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B of het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen.

TITEL 4. — Beroepscommissie

Art. 14. 1. De vergoeding voor de leden van de Beroepscommissie die uitspraak moet doen over de beroepen in verband met het niet-slagen voor het praktische examen voor het rijbewijs, bedoeld in artikel 4.4.1 van het besluit van 29 maart 2018 wordt vastgesteld op :

  • 375 euro per zitting voor de voorzitter;
  • 250 euro per zitting voor de leden.

TITEL 5. — Retributies

Art. 15. 1. De retributies, bedoeld in artikel 5.1.1, 5.2.1 en 5.3.1, van het besluit van 29 maart 2018, worden in contanten of door middel van elektronische betaling betaald in het examencentrum.

Art. 16. 2. De retributie, bedoeld in artikel 5.3.2, van het besluit van 29 maart 2018, wordt betaald door middel van een overschrijving op het rekeningnummer van Brussel Mobiliteit.

TITEL 6. — Opheffingsbepalingen

Art. 17. 1. Artikel 1, eerste lid en bijlage 1 van het ministerieel besluit van 27 maart 1998 tot bepaling van de modellen van de documenten bedoeld in het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs worden opgeheven voor zover zij van toepassing zijn op motorvoertuigen van categorie B, behalve voor wat betreft het plaatsen van de code 96, bedoeld in bijlage 7 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs, op het rijbewijs van motorvoertuigen van categorie B.

Art. 18. 2. Artikelen 2, tweede lid en 3 en bijlagen 2 en 3 van het ministerieel besluit van 20 juni 2007 houdende bepaling van het aantal, de plaats van vestiging, de territoriale bevoegdheid en de regels betreffende de organisatie van de examencentra worden opgeheven.

Art. 19. 3. In het ministerieel besluit van 30 maart 2005 tot bepaling van de modellen van sommige documenten bedoeld in het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor de erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen worden het volgende artikel en de volgende bijlagen opgeheven voor zover zij van toepassing zijn op motorvoertuigen van categorie B, behalve voor wat betreft het plaatsen van de code 96, bedoeld in bijlage 7 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs, op het rijbewijs van motorvoertuigen van categorie B, en voor de toepassing van artikel 23, § 6, tweede lid van het koninklijk besluit van 11 mei 2004 betreffende de voorwaarden voor erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen:

1° artikel 13;
2° bijlage 13-1;
3° bijlage 13-2, gewijzigd bij ministerieële besluiten van 20 juli 2006, 15 september 2006 en 24 april 2013.

TITEL 7. — Inwerkingtreding

Art. 20. 1. Dit besluit treedt in werking op 1 november 2018.

Bijlage 1. Teken « L »

Bijlage1

Bijlage 2. Logboek

Bijlage2a

Bijlage2b

Bijlage 3. Attest van deelname aan de opleiding inzake de eerste hulp

Bijlage3

Bijlage 4. Getuigschrift van theoretische scholing

Bijlage4

Bijlage 5. Getuigschrift van praktische scholing

Bijlage5a

Bijlage5b