Besluit van de Vlaamse Regering van 2 maart 2018 betreffende de technische controle langs de weg van bedrijfsvoertuigen

B.S. 11.05.2018

Contents[Hide]

HOOFDSTUK 1. — Inleidende bepaling

Artikel 1. Dit besluit voorziet in de omzetting van richtlijn 2014/47/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 betreffende de technische controle langs de weg van bedrijfsvoertuigen die in de Unie aan het verkeer deelnemen en tot intrekking van Richtlijn 2000/30/EG.

HOOFDSTUK 2. — Definities

Art. 2. In dit besluit wordt verstaan onder :

1° aangewezen faciliteit voor controles langs de weg : een vast gebied om initiële of nadere technische controles langs de weg te verrichten, dat ook uitgerust kan zijn voor blijvend geïnstalleerde controleapparatuur;

2° aanhangwagen : een voertuig zonder aandrijving op wielen dat is ontworpen en gebouwd om getrokken te worden door een motorvoertuig;

3° bedrijfsvoertuig : een motorvoertuig, en aanhangwagen of oplegger daarvan, dat in de eerste plaats wordt gebruikt voor het vervoer van goederen of personen voor commerciële doeleinden, vervoer voor rekening van derden of voor eigen rekening of voor andere beroepsmatige doeleinden;

4° bevoegde instantie : het departement;

5° contactpunt : het departement;

6° controleurs : de personeelsleden van de instantie, bevoegd voor het verrichten van technische controles, die belast zijn met de uitvoering van initiële of nadere technische controles langs de weg;

7° controleverslag : een rapport met de uitslag van de technische controle langs de weg;

8° departement : het departement, vermeld in artikel 28, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;

9° exploitant : een natuurlijke of rechtspersoon die een voertuig exploiteert waarvan hij de eigenaar is, of die door de eigenaar van een voertuig gemachtigd is om het voertuig te exploiteren;

10° gebreken : technische defecten of andere incidenten van niet-naleving die tijdens een technische controle langs de weg worden vastgesteld;

11° gezamenlijke controle langs de weg : een technische controle langs de weg die uitgevoerd wordt door de bevoegde instanties van twee of meer lidstaten samen;

12° titularis : de natuurlijke persoon of rechtspersoon op naam van wie het voertuig is ingeschreven;

13° in een lidstaat ingeschreven voertuig : een voertuig dat in een lidstaat is ingeschreven of in gebruik is genomen;

14° keuringsbewijs : een rapport met de uitslag van de technische controle dat is uitgereikt door de instantie die ervoor bevoegd is technische controles te verrichten, of door een controlecentrum;

15° lading : alle goederen die normaliter in of op het deel van een voertuig worden geplaatst dat bedoeld is om vracht te dragen, en die niet permanent aan het voertuig worden bevestigd, met inbegrip van voorwerpen in lastdragers zoals kratten, wissellaadbakken of containers op voertuigen;

16° mobiele controle-eenheid : een vervoerbaar systeem van controleapparatuur die nodig is om meer gedetailleerde technische controles langs de weg uit te voeren, en die bemand wordt door controleurs die ermee belast zijn nadere controles langs de weg uit te voeren;

17° motorvoertuig : een door een motor aangedreven voertuig op wielen dat zich op eigen kracht voortbeweegt, waarvan de door het ontwerp bepaalde maximumsnelheid meer dan 25 kilometer per uur bedraagt;

18° onderneming : een onderneming als vermeld in artikel 2, punt 4, van verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen en tot intrekking van Richtlijn 96/26/EG van de Raad;

19° openbare weg : een weg van algemeen openbaar nut, zoals lokale, regionale of nationale hoofdwegen, snelwegen en autosnelwegen;

20° oplegger : een voertuig dat is bestemd om aan een motorvoertuig te worden gekoppeld op zodanige wijze dat een deel ervan op het motorvoertuig rust en dat een aanzienlijk deel van het gewicht van de oplegger en van zijn lading door het motorvoertuig wordt gedragen;

21° technische controle : een controle overeenkomstig artikel 3, punt 9, van Richtlijn 2014/45/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 betreffende de periodieke technische controle van motorvoertuigen en aanhangwagens en tot intrekking van Richtlijn 2009/40/EG;

22° technische controle langs de weg : een onaangekondigde technische controle van een bedrijfsvoertuig die uitgevoerd wordt door een bevoegde instantie van een lidstaat of onder het directe toezicht ervan;

23° voertuig : elk motorvoertuig dat niet op rails voortbeweegt, of een aanhangwagen daarvan.

HOOFDSTUK 3. — Technische controle langs de weg

Art. 3. Met behoud van de bevoegdheid van andere personen, zijn de wegeninspecteurs, vermeld in artikel 16 van het decreet van 3 mei 2013 betreffende de bescherming van de verkeersinfrastructuur in geval van bijzonder wegtransport, belast met het toezicht in het kader van technische controles langs de weg.

Art. 4. De technische controles langs de weg hebben betrekking op bedrijfsvoertuigen in de volgende categorieën, zoals gedefinieerd in artikel 1 van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto’s, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen :

1° M2;

2° M3;

3° N2;

4° N3;

5° O3;

6° O4;

7° T, waarvan de door het ontwerp bepaalde maximumsnelheid meer dan 40 kilometer per uur bedraagt.

Art. 5. § 1. Het departement zorgt ervoor dat de informatie over het aantal en de ernst van de gebreken, vermeld in bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd, en, als dat van toepassing is, van de gebreken, vermeld in bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd, bij voertuigen die geëxploiteerd worden door individuele ondernemingen en die behoren tot de categorieën, vermeld in artikel 4, 1° tot en met 6°, van dit besluit, wordt ingevoerd in het risicoclassificatiesysteem dat opgezet is krachtens artikel 8 van het koninklijk besluit van 8 mei 2007 houdende omzetting van Richtlijn 2006/22/EG van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2006 inzake minimumvoorwaarden voor de uitvoering van de Verordeningen (EEG) nr. 3820/85 en (EEG) nr. 3821/85 van de Raad betreffende voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer en tot intrekking van Richtlijn 88/599/EEG van de Raad.

Voor de toekenning van een risicoprofiel aan een onderneming wordt gebruikgemaakt van de criteria, vermeld in bijlage 3, die bij dit besluit is gevoegd.

Op basis van de informatie, vermeld in het eerste lid, worden ondernemingen met een hoge risicoscore nauwlettender en vaker gecontroleerd.

§ 2. Voor de toepassing van paragraaf 1 wordt gebruikgemaakt van de informatie die het departement conform artikel 15 van andere lidstaten heeft ontvangen.

Art. 6. Met behoud van de toepassing van artikel 24, § 3 van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto’s, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen, wordt het controleverslag van de recentste technische controle langs de weg, indien het voertuig reeds een technische controle langs de weg heeft ondergaan, in het voertuig bewaard.

De ondernemingen en bestuurders van een voertuig dat aan een technische controle langs de weg wordt onderworpen, verlenen hun medewerking en bieden voor de uitvoering van de controle toegang tot het voertuig, de onderdelen ervan en de relevante documentatie.

Art. 7. De selectie van het voertuig voor een technische controle langs de weg en de uitvoering van de controle gebeuren zonder discriminatie op grond van de nationaliteit van de bestuurder of het land van inschrijving of ingebruikneming van het voertuig.

Bij de uitvoering van een technische controle langs de weg is de controleur vrij van elk belangenconflict dat invloed zou kunnen hebben op de onpartijdigheid en objectiviteit van zijn besluit.

De verloning van controleurs wordt op geen enkele manier beïnvloed door het resultaat van de technische controle langs de weg.

Nadere technische controles langs de weg worden verricht door controleurs die voldoen aan de minimumvereisten voor de competentie en de opleiding, vermeld in artikel 13 en bijlage IV van Richtlijn 2014/45/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 betreffende de periodieke technische controle van motorvoertuigen en aanhangwagens en tot intrekking van Richtlijn 2009/40/EG.

Art. 8. Bij het selecteren van voertuigen voor een initiële technische controle langs de weg kan prioriteit worden geven aan voertuigen die worden geëxploiteerd door ondernemingen met een hoog risicoprofiel volgens het risicoclassificatiesysteem, vermeld in artikel 5. Voertuigen kunnen ook willekeurig voor controle worden geselecteerd of als er een vermoeden bestaat dat het voertuig een risico voor de verkeersveiligheid of het milieu vormt.

Art. 9. § 1. De voertuigen die conform artikel 8 worden geselecteerd, worden onderworpen aan een initiële technische controle langs de weg, die bestaat uit een of meer van de volgende elementen :

1° een controle van het meest recente keuringsbewijs en het controleverslag van de technische controle langs de weg, als dat beschikbaar is, die in het voertuig worden bewaard;

2° een visuele controle van de technische toestand van het voertuig;

3° een visuele controle van de wijze waarop de lading is vastgezet, conform artikel 12;

4° een technische controle ter onderbouwing van een besluit om op het voertuig een nadere technische controle langs de weg uit te voeren of om te eisen dat de gebreken onmiddellijk worden hersteld conform artikel 13.

Bij die technische controle kan iedere methode die daarvoor geschikt geacht wordt, gehanteerd worden.

Er wordt nagegaan of een gebrek dat in het voorgaande controleverslag is opgenomen, is verholpen.

Op basis van het resultaat van de initiële controle wordt besloten of het voertuig, of de aanhangwagen ervan, moet worden onderworpen aan een nadere technische controle langs de weg.

§ 2. Een nadere technische controle langs de weg heeft betrekking op een of meer punten van de lijst, vermeld in bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd, die noodzakelijk en relevant worden geacht, waarbij rekening wordt gehouden met de veiligheid van de remmen, de banden, de wielen, het chassis en overlastfactoren, alsook de aanbevolen methoden om de punten van de voormelde lijst te controleren.

Als uit het keuringsbewijs of het controleverslag van een technische controle langs de weg blijkt dat in de loop van de afgelopen drie maanden al een controle is verricht van een van de punten van de lijst, vermeld in bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd, wordt dat punt niet opnieuw gecontroleerd, tenzij een nieuwe controle gerechtvaardigd is, namelijk als visueel een of meer gebreken worden vastgesteld of de algemene staat van het voertuig doet vermoeden dat het voertuig niet voldoet aan de voorschriften die op het voertuig van toepassing zijn.

Art. 10. § 1. Een nadere technische controle langs de weg wordt verricht met behulp van een mobiele controle-eenheid, in een aangewezen faciliteit voor controles langs de weg of in een controlecentrum als vermeld in artikel 7 van het koninklijk besluit van 23 december 1994 tot vaststelling van de erkenningsvoorwaarden en de regeling van de administratieve controle van de instellingen belast met de controle van de in het verkeer gebrachte voertuigen.

Als de nadere technische controle in een controlecentrum of een aangewezen faciliteit voor controles langs de weg moet worden uitgevoerd, wordt die zo spoedig mogelijk in een van de dichtstbijzijnde bruikbare centra of faciliteiten verricht.

§ 2. Mobiele controle-eenheden en aangewezen faciliteiten voor controles langs de weg omvatten passende apparatuur voor een nadere technische controle langs de weg, waaronder de apparatuur die nodig is om de toestand van de remmen en de bedrijfszekerheid van de remsystemen, de stuurinrichting, de ophanging en de overlast van het voertuig te beoordelen, zoals vereist is.

De constructievoorschriften en de voorwaarden waaraan de apparatuur en de controletoestellen moeten voldoen, worden goedgekeurd door de Vlaamse minister, bevoegd voor het verkeersveiligheidsbeleid, of zijn gemachtigde.

De apparatuur en controletoestellen worden minstens één keer per jaar nagezien door een erkende controleinstelling, aangewezen door de Vlaamse minister, bevoegd voor het verkeersveiligheidsbeleid, of zijn gemachtigde.

§ 3. Als mobiele controle-eenheden of aangewezen faciliteiten voor controles langs de weg niet de apparatuur omvatten die nodig is om te controleren op een punt dat tijdens de initiële controle is aangegeven, wordt het voertuig naar een controlecentrum of -faciliteit geleid waar dat punt uitvoerig kan worden gecontroleerd.

Art. 11. Voor elk te controleren punt bevat bijlage 1 een lijst van mogelijke gebreken en de ernst ervan die bij de technische controles langs de weg moet worden gebruikt.

De gebreken die worden vastgesteld tijdens de technische controles van voertuigen langs de weg, worden ingedeeld in een van de volgende groepen :

1° kleine gebreken die geen belangrijke gevolgen voor de veiligheid van het voertuig of geen gevolgen voor het milieu hebben, en andere kleine vormen van niet-naleving;

2° grote gebreken die de veiligheid van het voertuig in gevaar brengen, die gevolgen voor het milieu hebben, of die andere weggebruikers in gevaar brengen, en andere belangrijke gevallen van niet-naleving;

3° gevaarlijke gebreken die een direct en onmiddellijk gevaar voor de verkeersveiligheid vormen, of die gevolgen voor het milieu hebben.

Een voertuig dat gebreken vertoont die in meer dan een van de groepen van gebreken, vermeld in het tweede lid, vallen, wordt ingedeeld in de groep van het ernstigste gebrek.

Art. 12. § 1. Tijdens een controle langs de weg kan een voertuig worden onderworpen aan een controle van de wijze waarop de lading ervan is vastgezet, om na te gaan of de lading zodanig is vastgezet dat ze niet belemmert dat de rit veilig verloopt, geen bedreiging voor het leven, de gezondheid, eigendommen of het milieu vormt.

De controlemethode bestaat erin dat visueel wordt beoordeeld of er correct is gebruikgemaakt van voldoende passende maatregelen om de lading te bevestigen, al dan niet in combinatie met een meting van de spanningskrachten, de berekening van de efficiëntie van de bevestiging en de controle van certificaten als dat nodig is.

Met controles kan worden nagegaan of tijdens alle soorten verrichtingen met het voertuig, ook in noodgevallen of bij wegrijden op een helling :

1° ladingen maar minimaal ten opzichte van elkaar, tegen wanden of over oppervlakten van het voertuig kunnen verschuiven;

2° ladingen niet buiten de laadruimte kunnen komen en niet van de laadvloer kunnen schuiven.

§ 2. Met behoud van de toepassing van de vereisten die gelden voor het vervoer van bepaalde categorieën goederen en onverminderd de regelgeving over de aslasten, gewichten en afmetingen, wordt de lading bevestigd en wordt de controle erop uitgevoerd conform de beginselen, en waar passend, de normen uit artikel 45bis van het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg.

§ 3. Voor elk te controleren punt bevat bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd, een lijst van mogelijke gebreken en de ernst ervan die bij de controle van de ladingzekering moet worden gebruikt. De waarden in de tabel, opgenomen in bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd, zijn indicatief en moeten worden gezien als een richtsnoer om de categorie van het gebrek te bepalen in het licht van de specifieke omstandigheden, namelijk afhankelijk van de aard van de lading, en volgens de beslissingsbevoegdheid van de controleur.

De gebreken die worden vastgesteld tijdens de controle van de ladingzekering, worden ingedeeld in een van de volgende groepen :

1° klein gebrek : de lading is correct vastgezet, maar een veiligheidsadvies zou op zijn plaats zijn;

2° groot gebrek : de lading is niet voldoende vastgezet en de lading of delen ervan kunnen aanzienlijk verschuiven of omvallen;

3° gevaarlijk gebrek : de verkeersveiligheid is direct in het gedrang door de kans dat de lading of delen ervan verloren gaan, een gevaar dat rechtstreeks voortvloeit uit de lading of een onmiddellijk gevaar voor personen.

Als het vervoer verschillende gebreken vertoont, wordt het ingedeeld in de groep van het ernstigste gebrek.

De procedure, vermeld in artikel 13, is ook van toepassing op grote of gevaarlijke gebreken in de wijze waarop de lading is vastgezet.

Art. 13. § 1. Elk groot of gevaarlijk gebrek dat bij een initiële of nadere technische controle wordt geconstateerd, wordt verholpen voordat het voertuig weer op de openbare weg wordt gebruikt.

Als er sprake is van gebreken die vanwege rechtstreeks gevaar voor de verkeersveiligheid snel of onmiddellijk hersteld moeten worden, is het gebruik van het voertuig verboden totdat de gebreken zijn verholpen.

De personen, vermeld in artikel 3, kunnen, eventueel door inhouding van de boorddocumenten, met inbegrip van de eventueel vereiste vervoersvergunningen, het gebruik van het voertuig tijdelijk opschorten.

Het gebruik van een dergelijk voertuig kan worden toegestaan om naar de dichtstbijzijnde garage te rijden om de gebreken te verhelpen, op voorwaarde dat de gevaarlijke gebreken op zodanige wijze zijn verholpen dat de garage kan worden bereikt en dat er geen onmiddellijk risico voor de veiligheid van de inzittenden of andere weggebruikers bestaat.

Als het voertuig niet zodanig kan worden hersteld dat het de garage kan bereiken, mag het naar een beschikbare locatie worden gebracht waar het kan worden hersteld.

§ 2. In geval van gebreken die niet onmiddellijk hoeven te worden verholpen, kan de controleur voorwaarden opleggen waaronder en een redelijke termijn waarin het voertuig mag worden gebruikt voordat de gebreken zijn verholpen.

§ 3. Als het voertuig is ingeschreven in België, kan de controleur opleggen dat het voertuig binnen een aangegeven termijn aan een volledige technische controle moet worden onderworpen.

De controleur brengt het departement op de hoogte van zijn beslissing.

Het departement roept de titularis van het voertuig op, met een aangetekende brief, om binnen vijftien dagen nadat hij de brief heeft ontvangen, een volledige technische controle van het voertuig te laten uitvoeren. De titularis deelt het resultaat van die technische controle mee aan het departement.

Als het voertuig niet wordt aangeboden binnen de gestelde termijn, is het voertuig niet langer gedekt door een geldig keuringsbewijs.

Als het voertuig in een andere lidstaat is ingeschreven, kan het departement de bevoegde instantie van die lidstaat conform de procedure, vermeld in artikel 15, verzoeken een nieuwe technische controle van het voertuig uit te voeren.

Als er op een voertuig dat buiten de Unie is ingeschreven, grote of gevaarlijke gebreken worden aangetroffen, kan het departement beslissen de bevoegde instantie van het land van inschrijving daarvan op de hoogte te brengen.

Art. 14. Voor iedere initiële technische controle langs de weg wordt de onderstaande informatie aan de bevoegde instantie meegedeeld :

1° het land waar het voertuig is ingeschreven;

2° de categorie waartoe het voertuig behoort;

3° het resultaat van de initiële technische controle langs de weg.

Nadat een nadere controle is uitgevoerd, wordt een controleverslag opgesteld conform het model, opgenomen in bijlage 4, die bij dit besluit is gevoegd. De bestuurder van het voertuig ontvangt een exemplaar van dat verslag.

De controleur deelt binnen een redelijke termijn na de nadere technische controle langs de weg de resultaten van die controle mee aan de bevoegde instantie. De bevoegde instantie bewaart die informatie gedurende minstens 36 maanden vanaf de datum van ontvangst, conform de regelgeving over de bescherming van natuurlijke personen bij de verwerking van persoonsgegevens.

Art. 15. Als grote of gevaarlijke gebreken zijn geconstateerd aan een voertuig dat niet is ingeschreven in de lidstaat waar de controle is verricht, of gebreken die resulteren in een geheel of gedeeltelijk verbod om het voertuig te gebruiken, deelt het departement de resultaten van die controle mee aan het contactpunt van de lidstaat waar het voertuig ingeschreven is. Die kennisgeving bevat de elementen van het controleverslag van de technische controle langs de weg, vermeld in bijlage 4, die bij dit besluit is gevoegd, en wordt bij voorkeur meegedeeld via het nationale elektronische register, vermeld in artikel 16 van verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen en tot intrekking van Richtlijn 96/26/EG van de Raad.

Als aan een voertuig grote of gevaarlijke gebreken worden geconstateerd, kan het departement de bevoegde instantie van de lidstaat van inschrijving via het contactpunt verzoeken om passende follow-upmaatregelen te treffen.

Art. 16. Voor 31 maart 2021 en vervolgens elke twee jaar voor 31 maart deelt het departement de Commissie via elektronische weg de gegevens mee over de voertuigen die op zijn grondgebied zijn gecontroleerd in de voorgaande twee kalenderjaren. Die gegevens omvatten :

1° het aantal gecontroleerde voertuigen;

2° de categorie van de gecontroleerde voertuigen;

3° het land waar elk geïnspecteerd voertuig is ingeschreven;

4° in geval van nadere controles de gecontroleerde gebieden en de afgekeurde punten.

Het eerste verslag bestrijkt de periode van twee jaar die ingaat op 1 januari 2019.

HOOFDSTUK 4. — Wijzigingsbepalingen

Art. 17. In artikel 3 van het koninklijk besluit van 30 september 2005 tot aanwijzing van de overtredingen per graad van de algemene reglementen genomen ter uitvoering van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, bekrachtigd bij de wet van 21 december 2006 en gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 28 december 2006, 7 april 2004, 9 januari 2013 en 28 maart 2013 en bekrachtigd bij de wetten van 18 mei 2008 en 3 augustus 2016, worden punt 47° en 48° vervangen door wat volgt :

Tabel overgenomen in artikel 3 van het koninklijk besluit van 30 september 2005.

Art. 18. Artikel 3 van het koninklijk besluit van 1 september 2006 betreffende de inning en de consignatie van een som bij het vaststellen van sommige inbreuken inzake de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals het veiligheidstoebehoren moeten voldoen, vervangen bij het koninklijk besluit van 12 september 2011 en gewijzigd bij het koninklijk besluit van 19 juli 2013, wordt vervangen door wat volgt :

“Art. 3. Het totaal van de te innen sommen, vermeld in bijlage 2, mag niet meer bedragen dan 3500 euro ten laste van dezelfde overtreder. Dat totaal bedraagt 7000 euro voor de overtredingen, vermeld in punt 0.3.c), 7.10.a), 7.10.b), 7.10.g), 7.10.h), 7.10.i), 8.2.1.1.d), 8.2.2.1.e) en 10 van bijlage 2.”.

Art. 19. In artikel 5, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 9 oktober 2009 en 19 juli 2013, wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :

“Het totaal van de ter plaatse te consigneren sommen ten laste van dezelfde overtreder mag niet meer bedragen dan 3500 euro. Dat totaal bedraagt 7000 euro voor de overtredingen, vermeld in punt 0.3.c), 7.10.a), 7.10.b), 7.10.g), 7.10.h), 7.10.i), 8.2.1.1.d), 8.2.2.1.e) en 10 van bijlage 2.”.

Art. 20. Bijlage 2 bij hetzelfde besluit, toegevoegd bij het koninklijk besluit van 12 september 2011 en vervangen bij het koninklijk besluit van 19 juli 2013, wordt vervangen door de bijlage die als bijlage 5 bij dit besluit is gevoegd.

Art. 21. Aan artikel 2 van het koninklijk besluit van 19 april 2014 betreffende de inning en de consignatie van een som bij de vaststelling van overtredingen inzake het wegverkeer, het laatst gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 maart 2017, wordt een punt 5° toegevoegd, dat luidt als volgt :

“5° kunnen de overtredingen inzake de ladingzekering aanleiding geven tot de inning per inbreuk van de sommen, vermeld in bijlage 2.”.

Art. 22. In artikel 7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 maart 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1° in punt a) wordt tussen de zinsnede “artikel 2, 4°” en de zinsnede “, van dit besluit” de zinsnede “en 5°” ingevoegd;

2° in punt d) wordt tussen het woord “graad” en het woord “tegelijkertijd” de zinsnede “, met uitzondering van de overtreding, vermeld in artikel 2, 5°,” ingevoegd;

3° aan punt e) wordt het woord “Of” toegevoegd;

4° er wordt een punt f) toegevoegd, dat luidt als volgt : “f) als de totale som van de inning meer bedraagt dan 2000 euro voor overtredingen als vermeld in artikel 2, 5°.”.

Art. 23. In artikel 14 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse Regering van 24 maart 2017, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

1° tussen de zinsnede “artikel 2, 4°” en de zinsnede “, van dit besluit” wordt de zinsnede “en 5°” ingevoegd;

2° er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt : “Als tegelijkertijd meerdere overtredingen, als vermeld in artikel 2, 5°, ten laste van eenzelfde overtreder worden vastgesteld, mag de som die voor die overtredingen wordt geïnd niet hoger zijn dan 2000 euro.”.

Art. 24. Aan hetzelfde koninklijk besluit, het laatst gewijzigd bij het koninklijk besluit van 23 april 2017, wordt een bijlage 2 toegevoegd, die als bijlage 6 bij dit besluit is gevoegd.

HOOFDSTUK 5. — Slotbepalingen

Art. 25. Het koninklijk besluit van 1 september 2006 houdende invoering van de technische controle langs de weg van bedrijfsvoertuigen die ingeschreven zijn in België of in het buitenland, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 12 september 2011 en 22 april 2012 en het besluit van de Vlaamse Regering van 10 juli 2015, wordt opgeheven.

Art. 26. Dit besluit treedt in werking op 20 mei 2018, met uitzondering van artikel 5, dat in werking treedt op 20 mei 2019.

Art. 27. De Vlaamse minister, bevoegd voor het verkeersveiligheidsbeleid, is belast met de uitvoering van dit besluit.

Bijlagen