19 JULI 2002. - Besluit van de Vlaamse regering betreffende het geregeld vervoer, de bijzondere vormen van geregeld vervoer, het vervoer voor eigen rekening en het ongeregeld vervoer.
(B.S. 26.07.2000)

Hoofdstuk III. Bijzondere vormen van geregeld vervoer

Afdeling II. Grensoverschrijdend vervoer

Onderafdeling I. Overeenkomst

Artikel 17

Voor de exploitatie van grensoverschrijdende bijzondere vormen van geregeld vervoer is geen vergunning vereist als er een overeenkomst is gesloten tussen de organisator en de vervoerder.

De modelovereenkomst is als bijlage II bij dit besluit gevoegd.

Artikel 18

De overeenkomst kan maximaal voor vijf jaar worden afgesloten.

Artikel 19

Een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de overeenkomst wordt binnen vijftien dagen na het sluiten van de overeenkomst opgestuurd aan de bevoegde administratie. Ook als de overeenkomst wordt vernieuwd, moet er een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de overeenkomst worden opgestuurd.

Onderafdeling II. Vergunning

Artikel 20

Als er geen overeenkomst werd afgesloten tussen de vervoerder en de organisator, is er voor de exploitatie van de grensoverschrijdende bijzondere vormen van geregeld vervoer een vergunning vereist, die wordt afgeleverd door de minister, voorzover het vertrekpunt in Vlaanderen is gelegen.

De minister neemt een beslissing binnen vier maanden na de datum waarop de vervoerder de vergunningsaanvraag heeft ingediend. De aanvrager wordt hiervan op de hoogte gebracht binnen tien dagen na afloop van bovenvermelde termijn.

De vergunning wordt geweigerd indien blijkt dat niet is voldaan aan de bepalingen van artikel 12, derde lid van dit besluit.

Het model van aanvraagformulier voor het verkrijgen of vernieuwen van een vergunning voor grensoverschrijdend vervoer is als bijlage I bij dit besluit gevoegd.

Artikel 21

De minister is, ter uitvoering van artikel 19, § 1, vijfde lid, van het decreet, belast met het verlenen van instemming. De minister beslist binnen twee maanden overeenkomstig de bepalingen van artikel 7, lid 2 van de hogervermelde Verordening (EEG) nr. 684/92.

Artikel 22

De maximale geldigheidsduur van de vergunning bedraagt vijf jaar.

Artikel 23

De vergunning of een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift ervan en een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning moeten in het voertuig aanwezig zijn en getoond worden op verzoek van de ambtenaren die met de controle zijn belast.

Artikel 24

De vergunninghouder is voor de hele duur van de vergunning ertoe gehouden de bepalingen van artikel 15 van dit besluit na te leven.

Artikel 25

De vergunning wordt ingetrokken en beëindigd overeenkomstig de bepalingen van artikel 4 tot en met 6 van dit besluit. Tevens kan aan de vergunninghouder een verbod worden opgelegd zoals bedoeld in artikel 7 van dit besluit.

Deze website wenst cookies te gebruiken om uw surfervaring te verbeteren. Door op “Ok” te klikken, aanvaardt u het gebruik van deze cookies voor deze doeleinden.