Decreet van 18 mei 2018 betreffende het niet-dringend liggend ziekenvervoer

B.S. 11.06.2018

Contents[Hide]

HOOFDSTUK 1. — Algemene bepaling, definities en toepassingsgebied

Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschapsaangelegenheid.

Art. 2. In dit decreet wordt verstaan onder:

1° dienst voor niet-dringend liggend ziekenvervoer: een organisatie van een of meer personen, al of niet met het oogmerk winstgevend te zijn, die niet-dringend liggend ziekenvervoer aanbiedt;

2° niet-dringend liggend ziekenvervoer: het vervoer dat niet onder het toepassingsgebied van de wet van 8 juli 1964 betreffende de dringende geneeskundige hulpverlening valt, waarbij er een medische indicatie is om de patiënt onder begeleiding van een ziekenvervoerder liggend te vervoeren. Niet-dringend liggend ziekenvervoer voldoet aan de volgende cumulatieve voorwaarden:

a) de patiënt kan niet anders dan in de liggende toestand worden vervoerd of de patiënt moet bij mobilisatie gedragen worden;

b) de patiënt bevindt zich niet in een acute of acuut verergerende situatie bij de aanvang van het transport;

c) er is een hoge relatieve kans dat er zich een acute verslechtering van de toestand voordoet door en tijdens het transport of de patiënt bevindt zich in een slechte en ernstig zieke toestand.

HOOFDSTUK 2. — Werkingsbeginselen

Art. 3. § 1. Onverminderd de naleving van de bijkomende vergunningsvoorwaarden, vermeld in artikel 6, tweede lid, verstrekt een vergunde dienst voor niet-dringend liggend ziekenvervoer conform zijn opdracht aan iedere patiënt verantwoorde zorg, zonder onderscheid van leeftijd of geslacht, van ideologische, filosofische of godsdienstige overtuiging, van ras of geaardheid, en ongeacht de vermogenstoestand van de betrokkene.

§ 2. De zorg, vermeld in paragraaf 1, voldoet aan de vereisten van doeltreffendheid, doelmatigheid, continuïteit, maatschappelijke aanvaardbaarheid en gebruikersgerichtheid.

Bij het verstrekken van de zorg, vermeld in paragraaf 1, worden respect voor de menselijke waardigheid en diversiteit, de bejegening, de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en het zelfbeschikkingsrecht, de klachtenbemiddeling en -behandeling, financiële transparantie, de informatie aan en de inspraak van de patiënt en iedere belanghebbende uit zijn leefomgeving gegarandeerd.

§ 3. Diensten voor niet-dringend liggend ziekenvervoer en patiënten hebben elk een aandeel in de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de zorg, vermeld in paragraaf 1, onverminderd de verantwoordelijkheid van de overheid.

HOOFDSTUK 3. — Het niet-dringend liggend ziekenvervoer

Art. 4. Een dienst voor niet-dringend liggend ziekenvervoer die ofwel gevestigd is in het Nederlandse taalgebied ofwel in het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad en die wegens zijn organisatie moet worden beschouwd uitsluitend te behoren tot de Vlaamse Gemeenschap, mag alleen niet-dringend liggend ziekenvervoer uitvoeren als die dienst daartoe is vergund, overeenkomstig artikel 6.

Een dienst voor niet-dringend liggend ziekenvervoer die elders binnen België is gevestigd en die beschikt over een vergunning, verleend door een andere bevoegde overheid binnen België, of een gelijkaardige titel, mag ook niet-dringend liggend ziekenvervoer uitvoeren.

Een dienst voor niet-dringend liggend ziekenvervoer die in een andere lidstaat van de Europese Unie, in een land binnen de Europese Economische Ruimte of in een ander derde land waartoe door of krachtens een handels- of associatieakkoord het vrij verkeer van diensten werd uitgebreid, is gevestigd, en die beschikt over een vergunning die werd verleend door de bevoegde overheid in zijn thuisstaat, of een gelijkaardige titel, mag ook niet-dringend liggend ziekenvervoer uitvoeren.

Een dienst voor niet-dringend liggend ziekenvervoer die in een andere lidstaat van de Europese Unie, in een land binnen de Europese Economische Ruimte of in een ander derde land waartoe door of krachtens een handels- of associatieakkoord het vrij verkeer van diensten werd uitgebreid, is gevestigd, en die door de bevoegde overheid in zijn thuisstaat is gereglementeerd, maar niet is onderworpen aan een vergunning of een gelijkaardige titel, mag ook niet-dringend liggend ziekenvervoer uitvoeren, als hij niet-dringend liggend ziekenvervoer mag uitvoeren in zijn thuisstaat.

Art. 5. § 1. De Vlaamse Regering richt een onafhankelijke commissie op. De commissie heeft een adviserende opdracht ten behoeve van de Vlaamse minister, bevoegd voor het gezondheidsbeleid, met betrekking tot:

1° de bepaling en actualisatie van de vergunningsvoorwaarden voor het niet-dringend liggend ziekenvervoer;

2° de behandeling van klachten in tweede lijn;

3° de aanstelling van onafhankelijke controleorganisaties die gemachtigd zijn om de controle te doen op de naleving van de vergunningsvoorwaarden;

4° het bepalen van de beschikbaarheid en toegankelijkheid, inclusief een correcte prijszetting, van het niet-dringend liggend ziekenvervoer.

In het eerste lid, 2°, wordt verstaan onder klachten in tweede lijn: de klachten waarvoor de persoon die de klacht heeft ingediend, geen afdoende resultaat heeft na de behandeling volgens de klachtenprocedure van de dienst voor niet-dringend liggend ziekenvervoer.

De commissie is samengesteld uit alle actoren die actief zijn op het werkveld, met minimaal een vertegenwoordiging van de diensten voor niet-dringend liggend ziekenvervoer, van de ziekenfondsen en van de gebruikers.

De Vlaamse Regering bepaalt de samenstelling, de organisatie en de werking van de commissie. De samenstelling wordt aan de Vlaamse Regering als mededeling gemeld.

§ 2. In de onafhankelijke commissie wordt een gemengde werkgroep opleiding geïnstalleerd die advies geeft over de bepaling en de actualisering van de leerdoelstellingen en de te verwerven vaardigheden van de opleiding en permanente vorming van de hulpverlener-ambulancier niet-dringend liggend ziekenvervoer.

De Vlaamse Regering bepaalt de samenstelling, de organisatie en de werking van de gemengde werkgroep opleiding.

Art. 6. De Vlaamse Regering kent een vergunning toe aan diensten voor niet-dringend liggend ziekenvervoer.

Een dienst voor niet-dringend liggend ziekenvervoer moet minstens voldoen aan de voorwaarden, vermeld in artikel 3, om een vergunning te krijgen. De Vlaamse Regering kan naast de voormelde voorwaarden bijkomende vergunningsvoorwaarden vastleggen, na advies van de onafhankelijke commissie, vermeld in artikel 5. Die bijkomende vergunningsvoorwaarden hebben minstens betrekking op:

1° de technische normen van de ziekenwagen;

2° de uiterlijke kenmerken van de ziekenwagen;

3° de personeelsnormen;

4° het kenbaar maken van de prijzen;

5° de factuur;

6° de uitrusting van de ziekenwagen;

7° de klachtenprocedure.

De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de aanvraag, de toekenning, de wijziging en de intrekking van de vergunning, die de mogelijkheid bevat om bezwaar in te dienen.

Art. 7. De Vlaamse Regering bepaalt de procedure voor de behandeling van klachten in de tweede lijn als vermeld in artikel 5, § 1.

Art. 8. De Vlaamse Regering machtigt onafhankelijke controleorganisaties om de controle op de naleving van de vergunningsvoorwaarden te verrichten. De Vlaamse Regering bepaalt de voorwaarden voor een machtiging en bepaalt de procedure voor het verkrijgen, verlengen en ontnemen van een machtiging. Ze bepaalt de duur van de machtigingen en regelt het toezicht.

Art. 9. De Vlaamse Regering kan de minimale en maximale tarieven evenals de toegepaste criteria voor de berekening van de tarieven die de diensten voor niet-dringend liggend ziekenvervoer aan de patiënt mogen vragen, bepalen.

Als de Vlaamse Regering, conform het eerste lid, minimale en maximale tarieven evenals de toegepaste criteria voor de berekening van de tarieven die de diensten voor niet-dringend liggend ziekenvervoer aan de patiënt mogen vragen, bepaalt, geldt de toepassing ervan als vergunningsvoorwaarde voor diensten voor niet-dringend liggend ziekenvervoer.

HOOFDSTUK 4. — Strafbepalingen

Art. 10. Iedereen die niet-dringend liggend ziekenvervoer organiseert en niet voldoet aan de voorwaarden, vermeld in artikel 4, of iedereen die zich ten onrechte beroept op of misbruik maakt van de vergunning, vermeld in artikel 4, wordt gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met een geldboete van 26 euro tot 2000 euro, of met een van die straffen alleen.

HOOFDSTUK 5. — Slotbepalingen

Art. 11. Het decreet van 30 april 2004 betreffende het niet-dringend liggend ziekenvervoer wordt opgeheven.

Art. 12. De Vlaamse Regering bepaalt voor iedere bepaling van dit decreet de datum van inwerkingtreding.