Ministerieel besluit van 22 juni 2018 betreffende het basisnetwerk, de voertuigen, de aantakkingstrajecten en de vergunningen voor LZV in het kader van het tweede proefproject

B.S. 04.07.2018

HOOFDSTUK 1. — Definities

Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:

1° besluit van 19 januari 2018: het besluit van de Vlaamse Regering van 19 januari 2018 betreffende de bescherming van de verkeersinfrastructuur in geval van vervoer met langere en zwaardere slepen in het kader van een tweede proefproject;

2° werkdag: elke dag van de week, zaterdagen, zondagen en officiële feestdagen uitgesloten.

HOOFDSTUK 2. — Basisnetwerk

Art. 2. Het basisnetwerk, vermeld in artikel 6 van het besluit van 19 januari 2018, wordt aangevuld met de wegen die opgenomen zijn in de bijlage die bij dit besluit is gevoegd.

HOOFDSTUK 3. — Voorwaarden waaraan de voertuigcombinaties en voertuigen moeten voldoen

Art. 3. De totale massa van de LZV mag niet meer bedragen dan vijf en een halve keer de massa op de aangedreven assen. Artikel 32bis, 1.4.1.2 van het technisch reglement is niet van toepassing op LZV’s.

De massa per tridem is, ongeacht de ophanging, beperkt tot de waarde die opgegeven wordt voor de mechanische ophanging conform artikel 32bis, 1.6.4, van het technisch reglement.

De formules, vermeld in artikel 32bis, 1.4.1.1, van het technisch reglement, worden toegepast vanaf elke individuele as of eerste as van een asgroep naar elke achterliggende individuele as of het middelpunt van een asgroep.

De som van de massa’s onder de assen van de middenasaanhangwagen, die voortbewogen wordt door een andere middenasaanhangwagen, mag niet meer bedragen dan de som van de massa’s onder de assen van de trekkende middenasaanhangwagen.

Art. 4. De installatie van een bijkomende koppelinrichting op het tussenvoertuig is conform het VN/ECE-Reglement nr. 55, zoals bedoeld in bijlage V van verordening (EG) nr. 611/2009.

Het naleven van de verplichting, vermeld in het eerste lid, wordt aangetoond door een testrapport dat uitgereikt wordt door een erkende technische dienst of door een erkende fabrikant.

Art. 5. Het trekkende voertuig heeft de stuurinrichting aan de linkerzijde van de cabine.

Art. 6. Het trekkende voertuig voldoet aan het meest recente uitlaatemissieniveau uitgedrukt in euronorm. Als er een strengere euronorm voor nieuwe voertuigen wordt ingevoerd, mogen voertuigen met een lagere euronorm alleen in de eerste drie jaar na het invoeren van de strengere euronorm worden gebruikt.

Het trekkende voertuig is geschikt om de vooropgestelde lasten te trekken en te remmen. Het motorvermogen in kilowatt van het voertuig is minimaal vijf keer de massa van de sleep.

Art. 7. Alle voertuigen van de LZV kunnen horizontaal en verticaal ten opzichte van elkaar verdraaien.

Art. 8. De combinatie voldoet aan al de volgende voorwaarden:

1° elke as van de combinatie is uitgerust met een aslastmeter die een afleesnauwkeurigheid haalt van 100 kg. De aslastmeter kan zowel in de bestuurderscabine als aan de buitenzijde van de voertuigen worden afgelezen;

2° het voertuig is uitgerust met een bijkomend waarschuwingsbord achteraan het voertuig in zwarte tekst met een hoogte van 12 cm ‘LET OP EXTRA LANG’, conform bijlage 11, appendix XIII van het technisch reglement.

HOOFDSTUK 4. — Procedure voor de goedkeuring van de aantakkingstrajecten

Art. 9. Eenieder kan, tijdens de aanvraagperiode die de eerste maal start op de eerste werkdag na de inwerkingtreding van dit besluit en dertig dagen duurt, een voorstel tot aantakkingstraject indienen bij het Agentschap Wegen en Verkeer.

Elke zes maanden, te beginnen vanaf de eerste werkdag van de zesde maand na de inwerkingtreding van dit besluit, begint er een nieuwe aanvraagperiode.

Art. 10. Het voorstel tot aantakkingstraject wordt ingediend via het LZV-portaal in de module aanvragen aantakkingstraject. Het voorstel bevat:

1° de volgende identificatiegegevens van de aanvrager: de naam, het post- en e-mailadres en in voorkomend geval het ondernemingsnummer;

2° de voorgestelde reisweg vanaf het vertrekpunt naar het basisnetwerk;

3° de voorgestelde reisweg vanaf het basisnetwerk naar de bestemming;

4° de score, vermeld in artikel 10, tweede lid, van het besluit van 19 januari 2018, berekend conform het sjabloon dat via het LZV-portaal ter beschikking wordt gesteld.

De voorgestelde reisweg wordt aangeleverd conform het sjabloon dat via het LZV-portaal ter beschikking wordt gesteld.

De aanvrager enerzijds en het Agentschap Wegen en Verkeer of het Departement Mobiliteit en Openbare Werken anderzijds communiceren uitsluitend elektronisch over een aanvraag van het aantakkingstraject.

Als de aanvraag onduidelijkheden bevat, kan het Agentschap Wegen en Verkeer de aanvrager via het opgegeven e-mailadres verzoeken zijn aanvraag te verduidelijken of aan te vullen, zonder dat hij die mag wijzigen.

Uiterlijk binnen vijf werkdagen na de verzending van de vraag levert de aanvrager de gevraagde informatie aan. Bij gebrek aan tijdige reactie wordt het voorgestelde aantakkingstraject niet behandeld.

Art. 11. Na het aflopen van de aanvraagperiode, vermeld in artikel 9, behandelt het AgentschapWegen en Verkeer de ingediende voorstellen.

Het Agentschap Wegen en Verkeer maakt, op basis van de door de aanvrager berekende scores, een rangschikking van alle ingediende aantakkingstrajecten.

De ingediende aantakkingstrajecten wordt geëvalueerd op basis van de rangschikking, vermeld in het tweede lid, waarbij de aantakkingstrajecten met de laagste score eerst geëvalueerd worden, tot het conform artikel 11, tweede lid, van het besluit van 19 januari 2018 maximum aantal van dertig aantakkingstrajecten goedgekeurd is.

De overige ingediende trajecten worden niet verder geëvalueerd of behandeld.

Het Agentschap Wegen en Verkeer stelt de aanvragers, per mail op de hoogte van de publicatie van de aantakkingstrajecten op het LZV-portaal.

Art. 12. Als een aantakkingstraject niet langer voldoet aan de minimale voorwaarden, vermeld in artikel 9 van het besluit van 19 januari 2018, of niet langer geschikt is conform artikel 10 van het voormelde besluit, wordt het herroepen.

Het Agentschap Wegen en Verkeer maakt de beslissing tot herroeping van het aantakkingstraject bekend via het LZV-portaal. De beslissing tot herroeping treedt ten vroegste in werking twee maanden na bekendmaking van de herroepingsbeslissing op het LZV-portaal.

In afwijking van artikel 9 kan vanaf de bekendmaking van de herroepingsbeslissing op het LZV-portaal een alternatief traject worden aangevraagd, zonder daarbij het vertrekpunt of de bestemming te wijzigen. De aanvraag wordt ingediend via het LZV-portaal binnen vijftien dagen na de bekendmaking.

Als de aangevraagde wijziging voldoet aan de minimale voorwaarden, vermeld in artikel 9 van het besluit van 19 januari 2018 en geschikt is conform artikel 10 van het voormelde besluit, wordt ze goedgekeurd. Als meerdere alternatieven worden ingediend, wordt enkel het aantakkingstraject met de laagste score conform artikel 10 van voormeld besluit goedgekeurd.

Het alternatieve aantakkingstraject wordt gepubliceerd op het LZV-portaal.

Art. 13. Als een aantakkingstraject gedurende meer dan een maand niet bruikbaar is door omstandigheden die vreemd zijn aan de gebruiker ervan, kan een alternatief traject worden voorgesteld, zonder daarbij het vertrekpunt of de bestemming te wijzigen. De aanvraag wordt ingediend via het LZV-portaal.

Als de aangevraagde wijziging voldoet aan de minimale voorwaarden, vermeld in artikel 9 van het besluit van 19 januari 2018 en geschikt is conform artikel 10 van het voormelde besluit, wordt ze goedgekeurd. Als meerdere alternatieven worden ingediend, wordt enkel het aantakkingstraject met de laagste score conform artikel 10 van voormeld besluit goedgekeurd.

Het alternatieve aantakkingstraject wordt gepubliceerd op het LZV-portaal.

HOOFDSTUK 5. — Procedure voor de aanvraag en goedkeuring van een vergunning tot rijden met een LZV

Art. 14. De vergunningsaanvrager of de vergunninghouder enerzijds, en het AgentschapWegen en Verkeer of het Departement Mobiliteit en Openbare Werken anderzijds communiceren uitsluitend elektronisch over de vergunning voor het vervoer met LZV’s.

Art. 15. Een vergunning om met een LZV te rijden wordt aangevraagd via het LZV-portaal.

Een vergunning kan worden aangevraagd vanaf de eerste werkdag van de maand na de inwerkingtreding van dit besluit in het Belgisch Staatsblad, tot 31 december 2024.

Art. 16. De aanvraag van een vergunning bevat de volgende gegevens:

1° de volgende identificatiegegevens van de gebruiker: de naam, het post- en e-mailadres, de vervoersvergunning, de nationaliteit en in voorkomend geval het ondernemingsnummer;

2° het chassisnummer en het kenteken van het tussenvoertuig;

3° het inschrijvingsbewijs van het tussenvoertuig;

4° een geldig keuringsbewijs van het tussenvoertuig;

5° het gelijkvormigheidsattest van het tussenvoertuig.

Art. 17. Als de vergunningsaanvraag onduidelijkheden bevat, kan het Agentschap Wegen en Verkeer de aanvrager via het opgegeven e-mailadres verzoeken zijn aanvraag te verduidelijken of aan te vullen, zonder dat hij die mag wijzigen. De termijn, vermeld in artikel 18, wordt in voorkomend geval verlengd tot vijftien werkdagen.

Uiterlijk binnen vijf werkdagen na de verzending van de vraag levert de aanvrager de gevraagde informatie aan. Bij gebrek aan tijdige reactie is de aanvraag onontvankelijk.

Art. 18. Als de vergunningsaanvraag gunstig wordt beoordeeld, levert het hoofd van het Agentschap Wegen en Verkeer de vergunning af uiterlijk binnen tien werkdagen na de aanvraag ervan.

Als de vergunningsaanvraag ongunstig wordt beoordeeld, stelt het Agentschap Wegen en Verkeer de aanvrager daarvan uiterlijk binnen tien werkdagen na de aanvraag op de hoogte.

HOOFDSTUK 6. — Verplichtingen van de vergunninghouder

Art. 19. De vergunninghouder verbindt zich ertoe om tijdens de vergunningsperiode:

1° de testrapporten, vermeld in artikel 4, ter beschikking te hebben in het voertuig;

2° elk ongeval of elk proces-verbaal te melden aan de evaluatiecommissie, uiterlijk voor het einde van de werkdag na het ongeval of de ontvangst van het proces-verbaal, en alle relevante documenten daarover ter beschikking te stellen van de evaluatiecommissie;

3° de volgende gegevens van alle ritten digitaal bij te houden tot één jaar na het vervallen van de vergunning en die op eenvoudig verzoek van de evaluatiecommissie aan te leveren binnen tien werkdagen na het verzoek van de evaluatiecommissie:

a) de GPS-coördinaten afkomstig van een provider van kilometerheffing of een eigen track-and-trace-systeem;
b) de corresponderende vrachtbrieven in digitale vorm;

4° de volgende gegevens te verzamelen gedurende een periode van maximaal één maand die ten vroegste tien werkdagen na de vraag van de evaluatiecommissie begint, en die aan te leveren binnen tien werkdagen na die periode:

a) de brandstofverbruikgegevens;
b) de aslasten.

De gegevens, vermeld in het eerste lid, 4°, worden aangeleverd per rit, waarbij een rit een verplaatsing is, al dan niet met tussenstops of met een constante belading.

HOOFDSTUK 7. — Evaluatiecommissie

Art. 20. De evaluatiecommissie, vermeld in artikel 20 van het besluit van 19 januari 2018, bevat twee vertegenwoordigers van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken en twee vertegenwoordigers van het Agentschap Wegen en Verkeer.

Naast de diensten, vermeld in artikel 20, tweede lid, van het voormelde besluit, worden de volgende diensten ook uitgenodigd om één vertegenwoordiger aan te duiden:

1° het Kenniscentrum Binnenvaart Vlaanderen;

2° de FOD Mobiliteit en vervoer.

Art. 21. Op de eerste vergadering stelt de evaluatiecommissie een reglement van interne werking op, waarin onder meer de volgende elementen worden bepaald:

1° de aanwijzing van een voorzitter;

2° de wijze van bijeenroeping van de commissie;

3° de wijze van beraadslaging;

4° de wijze waarop het evaluatieverslag wordt opgesteld;

5° de wijze waarop de evaluatiecommissie een beroep kan doen op externe deskundigen.

Art. 22. De evaluatiecommissie vergadert telkens als een van de leden van de commissie daarom verzoekt.

Het secretariaat van de evaluatiecommissie wordt waargenomen door een personeelslid van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken.

Art. 23. De evaluatiecommissie publiceert haar bevindingen op het LZV-portaal. Ze kan alle gegevens publiceren als die gegevens niet direct in verbinding kunnen worden gesteld met één vervoerder of een precieze tijdsbepaling.

Art. 24. Tijdens de maand juni 2020 en 2023 stelt de evaluatiecommissie een tussentijds rapport op aan de hand van de parameters, vermeld in artikel 22 van het besluit van 19 januari 2018. In juni 2024 wordt een eindrapport opgemaakt.

HOOFDSTUK 8. — Slotbepaling

Art. 25. Het ministerieel besluit van 21 maart 2014 betreffende de vergunning voor en de evaluatie van het vervoer met langere en zwaardere slepen in het kader van een proefproject wordt opgeheven met ingang van 1 juli 2018.

Art. 26. Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2018 en buiten werking op 31 december 2024.

Bijlage. Lijst van wegen die deel uitmaken van het basisnetwerk als vermeld in artikel 2

1° De volgende wegen, gelegen binnen het havengebied Antwerpen linkeroever, maken deel uit van het basisnetwerk:

a) Steenlandlaan - Gemeente Beveren;
b) Hazopweg - Gemeente Beveren;
c) Hoogschoorweg - Gemeente Beveren;
d) Blikken - Gemeente Beveren;
e) Ploegweg - Gemeente Beveren;
f) Oostlangeweg - Gemeente Beveren;
g) Sint Antoniusweg - Gemeente Beveren;
h) Keetberglaan - Gemeente Beveren;
i) Keetberglaan - Gemeente Zwijndrecht;
j) Steenlandlaan - Gemeente Beveren;
k) Canadalaan - Gemeente Beveren;
l) Boereveldseweg - Gemeente Zwijndrecht;
m) Molenweg - Gemeente Beveren;
n) Sint Annalaan - Gemeente Beveren;
o) Ketenislaan - Gemeente Beveren;
p) Oudendijk – Gemeente Beveren;

2° De volgende wegen, gelegen binnen het havengebied Antwerpen rechteroever, maken deel uit van het basisnetwerk:

a) Antwerpsebaan vanaf de rotonde met de afrit A12 komende van Nederland tot en met de Hollandeseweg - Gemeente Antwerpen;
b) Hollandseweg vanaf de Antwerpsebaan tot en met de rotonde met de N101 - Gemeente Antwerpen;
c) N101 (Scheldelaan) vanaf kilometerpunt 0 (A12-Zandvliet) tot en met kilometerpunt 27.9 (Kruispunt Oosterweelsteenweg) - Gemeente Antwerpen - (Inclusief de ontdubbeling aan Zandvlietsluis, Berendrechtsluis en Van Cauwelaertsluis);
d) Oosterweelsteenweg - Gemeente Antwerpen;
e) N180 (Noorderlaan) vanaf kilometerpunt 2.95 (Kruispunt met Korte Wielenstraat) tot en met kilometerpunt 16.9 (kruispunt met N111) - Gemeente Antwerpen;
f) N111 - Gemeente Antwerpen;
g) Korte Wielenstraat - Gemeente Antwerpen;
h) Vossenschijnstraat (Vanaf kruispunt Korte Wielenstraat tot en met kruispunt Oosterweelsteenweg) - Gemeente Antwerpen;
i) N111 (Stabroek) tussen af- en oprittencomplex 13 en de haven;

3° De volgende wegen, gelegen binnen het havengebied Gent, maken deel uit van het basisnetwerk:

a) Langerbruggestraat vanaf aansluiting R4 tot en met toegang veer; zijtakken niet inbegrepen - Gemeente Gent;
b) Skaldenstraat (vanaf aansluiting R4 tot en met Eddastraat) - Gemeente Gent;
c) Belgicastraat - Gemeente Gent;

4° De volgende wegen, gelegen binnen het havengebied Oostende, maken deel uit van het basisnetwerk:

a) N358 vanaf kilometerpunt 21.3 tot en met kilometerpunt 24.4 (begin bebouwde kom);

5° Overige wegen:

a) R4 (John Kennedylaan; Gent) vanaf kilometerpunt 14.7 tot en met kilometerpunt 11 (hollands complex ter hoogte van Skaldenstraat en Belgicastraat) - Gemeente Gent;
b) N358 vanaf kilometerpunt 20.1 (af- en oprittencomplex Oudenbrug) tot en met kilometerpunt 21 (brug over Kanaal Plassendale Nieuwpoort) - Gemeente Oudenburg;
c) N358a; Zwaanhoek vanaf kilometerpunt 0 tot en met kilometerpunt 0.275 (Kruispunt Oudenburgsesteenweg) - Gemeente Oudenbrug en gemeente Oostende;
d) N31 vanaf kilometerpunt 0 (aansluiting op E403/A17) tot en met kilometerpunt 19.5 (rotonde met Baron de Maerelaan) - Gemeente Brugge;
e) De aansluiting van de A19 met de R8, zowel voor de wegen in de R8 als in de A19 – Gemeente kortrijk;