21 OKTOBER 2009. - Verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen en tot intrekking van Richtlijn 96/26/EG van de Raad Voor de EER relevante tekst
[P.B. 14.11.2009]

Hoofdstuk II. Voorwaarden waaraan moet worden voldaan om te voldoen aan de eisen van artikel 3

Artikel 6. Voorwaarden betreffende de betrouwbaarheidseis

1. Onverminderd lid 2 van het onderhavige artikel bepalen de lidstaten de voorwaarden die een onderneming en een vervoersmanager uit hoofde van deze verordening moeten vervullen om te voldoen aan de in artikel 3, lid 1, onder b), vastgestelde betrouwbaarheidseis.

Om na te gaan of een onderneming aan die eis voldoet, houden de lidstaten rekening met het gedrag van de onderneming, haar vervoersmanagers en andere door de lidstaat vastgestelde relevante personen. De verwijzingen in dit artikel naar veroordelingen, sancties of inbreuken omvatten veroordelingen, sancties of inbreuken van de onderneming zelf, haar vervoersmanagers en andere door de lidstaat vastgestelde relevante personen.

De in de eerste alinea bedoelde voorwaarden omvatten ten minste het volgende:

a) er mogen geen dwingende redenen zijn om te twijfelen aan de betrouwbaarheid van de vervoersmanager of de vervoersonderneming, zoals veroordelingen of sancties in verband met ernstige inbreuken op de nationale voorschriften op het gebied van:

i) handelsrecht;
ii) insolventierecht;
iii) de in het beroep geldende loon- en arbeidsvoorwaarden;
iv) wegverkeer;
v) beroepsaansprakelijkheid;
vi) mensen- of drugshandel, en

b) jegens de vervoersmanager of de vervoersonderneming is niet, in één of meer lidstaten, een veroordeling voor een ernstig strafbaar feit uitgesproken of een sanctie wegens ernstige inbreuken op de communautaire wetgeving opgelegd met betrekking tot met name:

i) de rij- en rusttijden van de bestuurders, de arbeidstijd en de installatie of het gebruik van controleapparatuur;
ii) het maximaal toegestane gewicht en de maximaal toegestane afmetingen van de voor internationaal vervoer gebruikte bedrijfsvoertuigen;
iii) de vakbekwaamheid en de opleiding en nascholing van bestuurders;
iv) de technische staat van de bedrijfsvoertuigen, inclusief de verplichte technische keuring van motorvoertuigen;
v) de toegang tot de markt voor internationaal goederenvervoer over de weg of in voorkomend geval tot de markt voor personenvervoer over de weg;
vi) de veiligheid van het vervoer van gevaarlijke goederen over de weg;
vii) de installatie en het gebruik van snelheidsbegrenzers in bepaalde categorieën voertuigen;
viii) het rijbewijs;
ix) de toegang tot het beroep;
x) het vervoer van dieren.

2. Voor de toepassing van lid 1, derde alinea, onder b),

a) voert de bevoegde instantie van de lidstaat van vestiging, indien jegens de vervoersmanager of de vervoersonderneming in één of meer lidstaten een veroordeling voor een ernstig strafbaar feit uitgesproken is of een sanctie wegens een van de zeer ernstige inbreuken van de communautaire wetgeving als aangegeven in bijlage IV, is opgelegd, tijdig en op passende wijze een naar behoren afgewikkelde administratieve procedure uit waaronder, in voorkomend geval, een controle ter plaatse bij de betrokken onderneming.

De procedure strekt ertoe vast te stellen of het verlies van de betrouwbaarheidsstatus op grond van specifieke omstandigheden in het gegeven geval een onevenredig strenge sanctie is. Iedere conclusie in die zin wordt naar behoren gemotiveerd.

Indien de bevoegde instantie oordeelt dat het verlies van de betrouwbaarheidsstatus een onevenredig strenge sanctie is, kan zij besluiten dat de betrouwbaarheid niet aangetast is. In een dergelijk geval worden de redenen geregistreerd in het nationale register. Het aantal van dergelijke besluiten wordt aangegeven in het in artikel 26, lid 1, bedoelde verslag.

Indien de bevoegde instantie oordeelt dat het verlies van de betrouwbaarheidsstatus geen onevenredig strenge sanctie is, heeft de veroordeling of de sanctie het verlies van de betrouwbaarheidsstatus tot gevolg;

b) stelt de Commissie een lijst op van categorieën en soorten ernstige overtredingen van de communautaire wetgeving, met inbegrip van de zwaarte daarvan die, naast die welke zijn vastgesteld in bijlage IV, kunnen leiden tot verlies van de betrouwbaarheidsstatus. De lidstaten houden bij het stellen van prioriteiten voor controles uit hoofde van artikel 12, lid 1, rekening met de informatie over deze inbreuken, met inbegrip van de informatie hierover van andere lidstaten.

Deze maatregelen, die niet-essentiële onderdelen van deze verordening beogen te wijzigen door haar aan te vullen en die betrekking hebben op die lijst, worden vastgesteld volgens de in artikel 25, lid 3, bedoelde regelgevingsprocedure met toetsing.

Hiertoe zal de Commissie:

i) de categorieën en de soorten inbreuken aangeven die het vaakst worden geconstateerd;
ii) de ernst van de inbreuken vaststellen aan de hand van het eventuele risico van overlijden of ernstige verwondingen dat zij inhouden, en
iii) vaststellen boven welke frequentie herhaalde inbreuken als ernstiger inbreuken worden beschouwd, waarbij rekening wordt gehouden met het aantal bestuurders dat betrokken is bij de vervoersactiviteiten waarvoor de vervoersmanager de verantwoordelijkheid draagt.

3. Aan de in artikel 3, lid 1, onder b), vastgestelde eis wordt niet voldaan, zolang niet overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van nationaal recht een rehabilitatie heeft plaatsgevonden of een andere maatregel van gelijke werking is getroffen.