21 OKTOBER 2009. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 van het europees parlement en de raad tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de internationale markt voor touringcar- en autobusdiensten en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 561/2006
[P.B. 14.11.2009]

Hoofdstuk I. Algemene bepalingen

Artikel 2. Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1. „internationaal vervoer”:

a) de verplaatsingen van een voertuig waarvan het punt van vertrek en het punt van aankomst zich in twee ver­schillende lidstaten bevinden, met of zonder doorvoer via één of meer lidstaten of derde landen;

b) de verplaatsingen van een voertuig waarvan het punt van vertrek en het punt van aankomst zich in dezelfde lidstaat bevinden, waarbij passagiers worden opgeno­men of afgezet in een andere lidstaat of een derde land;

c) de verplaatsingen van een voertuig vanuit een lidstaat naar een derde land en omgekeerd, met of zonder doorvoer via één of meer lidstaten of derde landen;

d) de verplaatsingen van een voertuig tussen derde landen, met doorvoer via een of meer lidstaten;

2. „geregeld vervoer”: vervoer van personen met een bepaalde regelmaat en langs een bepaalde reisweg, waarbij op vooraf vastgestelde stopplaatsen reizigers mogen worden opgeno­men of afgezet;

3. „bijzondere vorm van geregeld vervoer”: vervoer, ongeacht door wie het wordt georganiseerd, van bepaalde categorieën reizigers met uitsluiting van andere reizigers;

4. „ongeregeld vervoer”: vervoer dat niet aan de definitie van geregeld vervoer, met inbegrip van de bijzondere vorm van geregeld vervoer, beantwoordt en dat met name wordt geken­merkt door het vervoer van vooraf samengestelde groepen, op initiatief van een opdrachtgever of van de vervoerder zelf;

5. „vervoer voor eigen rekening”: vervoer dat voor niet-lucratieve en niet-commerciële doeleinden door een natuur­lijke of rechtspersoon wordt verricht, met dien verstande:

  • dat de vervoersactiviteit voor die natuurlijke of rechtspersoon slechts een bijkomstige activiteit vormt, en
  • dat de gebruikte voertuigen eigendom van die natuur­lijke of rechtspersoon zijn of door die persoon op afbe­taling zijn aangekocht dan wel dat daarvoor een leasingovereenkomst op lange termijn is afgesloten en dat zij door een personeelslid van de natuurlijke of rechtspersoon of door de natuurlijke persoon zelf of door personeel dat in dienst is van de onderneming of krachtens een contractuele verbintenis ter beschikking van de onderneming is gesteld, worden bestuurd;

6. „lidstaat van ontvangst”: een lidstaat waarin een vervoerder actief is, niet zijnde zijn lidstaat van vestiging;

7. „cabotage”:

  • binnenlands vervoer van personen over de weg voor rekening van derden dat tijdelijk door een vervoerder wordt verricht in een lidstaat van ontvangst, of
  • het opnemen en afzetten van passagiers binnen dezelfde lidstaat in de loop van internationaal geregeld vervoer, overeenkomstig de bepalingen van deze verordening, op voorwaarde dat dit niet het hoofddoel van de dienst is;

8. „ernstige inbreuk op de communautaire wetgeving inzake vervoer over de weg”: een inbreuk die ertoe kan leiden dat de vervoerder niet langer als betrouwbaar wordt beschouwd, overeenkomstig artikel 6, leden 1 en 2, van Verordening (EG) nr. 1071/2009, en/of dat de communautaire vergunning tij­delijk of definitief wordt ingetrokken.