4 MEI 2007. - Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D, D+E.
[BS 10.05.2007]

Titel I. Algemeenheden

Artikel 1

Dit besluit zet de richtlijn 2003/59/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 15 juli 2003 betreffende de vakbekwaamheid en de opleiding en nascholing van bestuurders van bepaalde voor goederen- en personenvervoer over de weg bestemde voertuigen, tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad en Richtlijn 91/439/EEG van de Raad en tot intrekking van Richtlijn 76/914/EEG van de Raad om in Belgisch recht.

Artikel 2

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

1° « wet » : de wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968;

2° « koninklijk besluit betreffende het rijbewijs » : het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs;

3° « Minister » : de Minister tot wiens bevoegdheid de verkeersveiligheid behoort;

Voor wat betreft het Vlaams Gewest, worden de woorden “de Minister tot wiens bevoegdheid de verkeersveiligheid behoort” vervangen door de zinsnede “de Vlaamse minister, bevoegd voor het verkeersveiligheidsbeleid” en wordt een punt 3°/1 ingevoegd, dat luidt als volgt:
“3°/1 Departement: het departement, vermeld in artikel 28, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;”.

4° « motorvoertuig » : elk zichzelf over de weg voortbewegend voertuig uitgerust met een aandrijfmotor anders dan een voertuig dat op rails wordt voortbewogen. Worden niet beschouwd als motorvoertuig, rijwielen uitgerust met een elektrische hulpmotor met een nominaal continu vermogen van maximaal 0,25 kW, waarvan de aandrijfkracht geleidelijk vermindert en tenslotte wordt onderbroken wanneer het voertuig een snelheid van 25 km/u. bereikt, of eerder, indien de bestuurder ophoudt met trappen;

5° « auto » : elk motorvoertuig dat gewoonlijk wordt gebruikt voor het vervoer van personen of goederen over de weg of om voertuigen voor het vervoer van personen of goederen over de weg voort te trekken. Deze term omvat mede trolleybussen, dat wil zeggen voertuigen die in verbinding staan met een elektrische leiding en niet rijden op spoorstaven; hij heeft geen betrekking op landbouw- en bosbouwtrekkers;

6° « motorvoertuigen categorie C » : andere auto's dan die van de categorieën D1 of D, met een maximale toegelaten massa van meer dan 3.500 kg en die zijn ontworpen en gebouwd voor het vervoer van ten hoogste acht passagiers, de bestuurder niet meegerekend; aan de auto's van deze categorie kan een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van ten hoogste 750 kg worden gekoppeld;

7° « motorvoertuigen categorie C+E » : samenstellen van voertuigen bestaande uit een trekkend voertuig van categorie C en een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van meer dan 750 kg;

8° « motorvoertuigen categorie C1 » : andere auto's dan die van de categorieën D1 of D, met een maximale toegelaten massa van meer dan 3.500 kg en ten hoogste 7.500 kg en die zijn ontworpen en gebouwd voor het vervoer van ten hoogste acht passagiers, de bestuurder niet meegerekend; aan de auto's van deze categorie kan een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van ten hoogste 750 kg worden gekoppeld;

9° « motorvoertuigen categorie C1+E » :

  • samenstellen van voertuigen bestaande uit een trekkend voertuig van categorie C1 en een aanhangwagen of oplegger met een maximale toegelaten massa van meer dan 750 kg, mits de maximale toegelaten massa van het samenstel ten hoogste 12.000 kg bedraagt;
  • samenstellen van voertuigen bestaande uit een trekkend voertuig van categorie B en een aanhangwagen of oplegger met een maximale toegelaten massa van meer dan 3.500 kg, mits de maximale toegelaten massa van het samenstel ten hoogste 12.000 kg bedraagt;

10° « motorvoertuigen categorie D » : auto's ontworpen en gebouwd voor het vervoer van meer dan acht passagiers, de bestuurder niet meegerekend; aan de auto's kan een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van ten hoogste 750 kg worden gekoppeld;

11° « motorvoertuigen categorie D+E » : samenstellen van voertuigen bestaande uit een trekkend voertuig van categorie D en een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van meer dan 750 kg;

12° « motorvoertuigen categorie D1 » : auto's ontworpen en gebouwd voor het vervoer van meer dan acht passagiers, de bestuurder niet meegerekend, en ten hoogste zestien passagiers, de bestuurder niet meegerekend, en met een maximumlengte van acht meter; aan de auto's van deze categorie kan een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van ten hoogste 750 kg worden gekoppeld;

13° « motorvoertuigen categorie D1+E » : samenstellen van voertuigen bestaande uit een trekkend voertuig van categorie D1 en een aanhangwagen met een maximale toegelaten massa van meer dan 750 kg;

14° « voertuigen van groep C » : de motorvoertuigen van de categorieën C1, C1+E, C en C+E;

15° « voertuigen van groep D » : de motorvoertuigen van de categorieën D1, D1+E, D en D+E;

16° « voertuigen van groep 2 » : de motorvoertuigen van groep C en groep D;

17° « geregeld vervoer » :

a) het geregeld vervoer : vervoer van personen met een bepaalde regelmaat en langs een bepaalde reisweg, waarbij op vooraf vastgestelde stopplaatsen reizigers mogen worden opgenomen of mogen worden afgezet. Geregeld vervoer is voor iedereen toegankelijk, ongeacht, in voorkomend geval, de verplichting om de reis te boeken. Een aanpassing van de exploitatievoorwaarden voor het vervoer doet niet af aan het geregelde karakter van het vervoer;

b) de bijzondere vorm van geregeld vervoer : vervoer, ongeacht door wie het wordt georganiseerd, van bepaalde categorieën reizigers met uitsluiting van andere reizigers, voor zover dat vervoer op de in punt a) bepaalde wijze geschiedt. De aanpassing van de organisatie van het vervoer aan de wisselende behoeften van de gebruikers doet aan het geregelde karakter van de bijzondere vorm van het vervoer geen afbreuk;

18° « gewone verblijfplaats » : de plaats waar iemand gewoonlijk verblijft, dat wil zeggen gedurende ten minste 185 dagen per kalenderjaar, wegens persoonlijke en beroepsmatige bindingen of, voor iemand zonder beroepsmatige bindingen, wegens persoonlijke bindingen waaruit nauwe banden blijken tussen hemzelf en de plaats waar hij woont.

De gewone verblijfplaats van iemand die zijn beroepsmatige bindingen op een andere plaats dan zijn persoonlijke bindingen heeft en daardoor afwisselend op verschillende plaatsen in twee of meer Staten verblijft, wordt evenwel geacht zich op dezelfde plaats als zijn persoonlijke bindingen te bevinden, op voorwaarde dat hij daar op geregelde tijden terugkeert. Deze laatste voorwaarde vervalt, wanneer de betrokkene voor een opdracht van een bepaalde duur in een andere Staat verblijft. Het volgen van onderwijs aan een universiteit of een school impliceert niet dat de gewone verblijfplaats is verplaatst;

19° « voorlopig rijbewijs » : het voorlopig rijbewijs model 3, zoals bedoeld in de artikelen 6 tot 9 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs, geldig gemaakt voor een voertuig van groep 2;

20° « aanvraag om een rijbewijs » : het document bedoeld in artikel 17 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs;

21° « Europees rijbewijs » : elk rijbewijs bedoeld bij artikel 23, § 2, 1° van de wet, afgegeven door een lidstaat van de Europese Unie of van de Europese Economische Ruimte;

22° Opgeheven bij art. 1.1°, K.B. 10 januari 2013 (B.S. 18 januari 2013)

23° Opgeheven bij art. 1.1°, K.B. 10 januari 2013 (B.S. 18 januari 2013)

24° Opgeheven bij art. 1.1°, K.B. 10 januari 2013 (B.S. 18 januari 2013)

25° « bewijs van vakbekwaamheid C » : bewijs van vakbekwaamheid geldig voor het besturen van voertuigen van groep C;

26° « bewijs van vakbekwaamheid D » : bewijs van vakbekwaamheid geldig voor het besturen van voertuigen van groep D;

27° « getuigschrift van basiskwalificatie C » : bewijs van slagen voor het examen basiskwalificatie, het aanvullend examen of het deel basiskwalificatie van het gecombineerd examen voor het besturen van een voertuig van groep C;

28° « getuigschrift van basiskwalificatie D » : bewijs van slagen voor het examen basiskwalificatie, het aanvullend examen of het deel basiskwalificatie van het gecombineerd examen voor het besturen van een voertuig van groep D;

29° « getuigschrift van nascholing » : bewijs dat nascholing werd gevolgd in een opleidingscentrum;

30° Opgeheven bij art. 1.2°, K.B. 10 januari 2013 (B.S. 18 januari 2013)

31° « examencentrum » : het centrum dat het examen rijbewijs, het examen basiskwalificatie, het gecombineerd examen of het aanvullend examen voor het besturen van voertuigen van groep 2, conform de bepalingen van Titel III, Hoofdstuk 2 organiseert.

32° « opleidingscentrum » : centrum dat nascholingscursussen aanbiedt en erkend is overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk 2 van Titel IV van dit besluit;

33° « onderwijsinstellingen » : de overeenkomstig de toepasselijke wetgeving en geldende kwaliteitsnormen van de gemeenschappen georganiseerde, gesubsidieerde of erkende onderwijsinstellingen;

34° « code 95 » : de communautaire code opgenomen in bijlage 7 bij het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs die overeenstemt met het bewijs van vakbekwaamheid;

35° « bestuurdersattest » : het attest in de zin van Verordening (EEG) nr. 881/92 van de Raad van 26 maart 1992 betreffende de toegang tot de markt van het goederenvervoer over de weg in de Gemeenschap van of naar het grondgebied van een Lidstaat of over het grondgebied van een of meer lidstaten.