4 MEI 2007. - Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs, de vakbekwaamheid en de nascholing van bestuurders van voertuigen van de categorieën C1, C1+E, C, C+E, D1, D1+E, D, D+E.
[BS 10.05.2007]

Titel III. Examens

Hoofdstuk 3. Examens

Afdeling 4. Gecombineerd examen

Onderafdeling 1. Gecombineerd theoretisch examen
Onderafdeling 2. Gecombineerd praktisch examen

Onderafdeling 1. Gecombineerd theoretisch examen

Artikel 36

Het gecombineerd theoretisch examen bepaald in artikel 21, § 1, derde lid heeft betrekking op de stof die in de bijlage 1 bij dit besluit en in bijlage 4 bij het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs wordt opgesomd.

Het gecombineerd theoretisch examen bestaat uit drie delen :

100 vragen waarbij uit meerdere antwoorden kan worden gekozen, dan wel vragen waarop één antwoord moet worden gegeven, of een combinatie van de twee systemen. Deze proef duurt 100 minuten;

casestudy's. Deze proef duurt 80 minuten;

een mondelinge proef. Deze proef duurt 60 minuten.

Het gecombineerd theoretisch examen wordt beoordeeld en verbeterd op de wijze door de Minister bepaald.

De kandidaten beschikken over minstens vier uren om het theorie-examen af te leggen.

De inschrijving voor het gecombineerd theoretisch examen gebeurt volgens de regels en op de wijze goedgekeurd door de Minister of zijn gemachtigde.

Elk geslaagd deel van het theoretisch examen blijft geldig gedurende drie jaar.

Artikel 37

§ 1. De minimumleeftijd om deel te nemen aan het gecombineerd theoretisch examen is de leeftijd bepaald in artikel 32 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs.

§ 2. Om toegelaten te worden tot het gecombineerd theoretisch examen, moet de kandidaat voldoen aan de volgende voorwaarden :

het document vereist door artikel 3, § 1 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs voorleggen;

voldoen aan de voorwaarden gesteld in artikel 26, § 4.

§ 3. De examinator of de aangestelde van het examencentrum bevestigt het slagen voor het gecombineerde theoretisch examen op de aanvraag om een rijbewijs of op de aanvraag om een voorlopig rijbewijs en op het attest van slagen voor het theoretisch examen basiskwalificatie zoals bedoeld in artikel 30, § 3.

Onderafdeling 2. Gecombineerd praktisch examen

Artikel 38

Het gecombineerd praktisch examen bepaald in artikel 21, § 1, derde lid heeft betrekking op de stof die in de bijlage 1 bij dit besluit en bijlage 5 bij het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs wordt opgesomd.

Het examen wordt afgelegd met een voertuig van de categorie waarvoor het rijbewijs en het bewijs van vakbekwaamheid worden aangevraagd.

De inschrijving voor het gecombineerd praktisch examen gebeurt volgens de regels en op de wijze goedgekeurd door de Minister of zijn gemachtigde.

Het gecombineerd praktisch examen wordt beoordeeld op de wijze door de Minister bepaald.

Artikel 39

Om toegelaten te worden tot het gecombineerd praktisch examen moet de kandidaat geslaagd zijn voor het gecombineerd theoretisch examen vermeld in artikel 36. De geldigheidsduur van het gecombineerd theoretisch examen is beperkt tot drie jaar.

Artikel 40

Om toegelaten te worden tot het gecombineerd praktisch examen legt de kandidaat voor :

het document vereist door artikel 3, § 1 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs;

het hierna opgesomde document dat op de kandidaat van toepassing is :

a) de aanvraag om een rijbewijs waarop het attest van slagen voor het theoretisch examen is aangebracht.

In dit geval legt de kandidaat een getuigschrift van praktisch onderricht, afgegeven door een rijschool voor;

b) het nog geldig voorlopig rijbewijs.

Het voorlopig rijbewijs is, in voorkomend geval, vergezeld van een getuigschrift van praktisch onderricht dat bewijst dat de lesuren, voorgeschreven in artikel 15, tweede lid, 2° van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs gevolgd zijn;

c) een attest waarin bevestigd wordt dat de kandidaat de in artikel 4, 4°, 5°, 6°, 7°, 8° of 15° van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs bedoelde opleiding gevolgd heeft;

de documenten om te voldoen aan de voorwaarden gesteld in artikel 26, § 4;

het attest voorgeschreven in artikel 44, § 5 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs behalve als de kandidaat houder is van een geldig rijbewijs waarvoor voor het behalen ervan dit attest reeds voorgelegd werd;

het verzekeringsbewijs inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor het voertuig waarmee hij zich aanbiedt;

het inschrijvingsbewijs van het voertuig en, in voorkomend geval, van de aanhangwagen;

het groene keuringsbewijs van het voertuig, als dit onderworpen is aan de technische controle en, in voorkomend geval, van de aanhangwagen;

in voorkomend geval, het Belgisch of Europees rijbewijs van de begeleider, geldig voor het besturen van het voertuig waarmee het praktisch examen wordt afgelegd alsook het document bedoeld in artikel 3, § 1 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs waarvan de begeleider houder is.

Artikel 41

De kandidaat voor het gecombineerd praktisch examen legt dat examen af met een voertuig, overeenkomstig artikel 38 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs.

Artikel 41/1

§ 1. De kandidaat die houder is van een voorlopig rijbewijs geldig voor categorie C mag, indien hij het wenst, deelnemen aan het praktisch examen voor categorie C1 met een voertuig bedoeld in artikel 38, § 9, van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs. In dit geval ontvangt hij een aanvraag om een rijbewijs geldig voor categorie C1 nadat hij geslaagd is voor het praktisch examen. In afwijking van artikel 40, 2°, legt hij het voorlopig rijbewijs geldig voor categorie C waarvan hij houder is voor om toegelaten te worden tot het praktisch examen van categorie C1.

De kandidaat die houder is van een voorlopig rijbewijs geldig voor categorie D mag, indien hij het wenst, deelnemen aan het praktisch examen voor categorie D1 met een voertuig bedoeld in artikel 38, § 11, van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs. In dit geval ontvangt hij een aanvraag om een rijbewijs geldig voor categorie D1 nadat hij geslaagd is voor het praktisch examen. In afwijking van artikel 40, 2°, legt hij het voorlopig rijbewijs geldig voor categorie D waarvan hij houder is voor om toegelaten te worden tot het praktisch examen van categorie D1.

De kandidaat die houder is van een voorlopig rijbewijs geldig voor categorie C+E mag, indien hij het wenst, deelnemen aan het praktisch examen voor categorie C1+E met een voertuig bedoeld in artikel 38, § 10, van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs. In dit geval ontvangt hij een aanvraag om een rijbewijs geldig voor categorie C1+E nadat hij geslaagd is voor het praktisch examen. In afwijking van artikel 40, 2°, legt hij het voorlopig rijbewijs geldig voor categorie C+E waarvan hij houder is voor om toegelaten te worden tot het praktisch examen van categorie C1+E.

De kandidaat die houder is van een voorlopig rijbewijs geldig voor categorie D+E mag, indien hij het wenst, deelnemen aan het praktisch examen voor categorie D1+E met een voertuig bedoeld in artikel 38, § 12, van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs. In dit geval ontvangt hij een aanvraag om een rijbewijs geldig voor categorie D1+E nadat hij geslaagd is voor het praktisch examen. In afwijking van artikel 40, 2°, legt hij het voorlopig rijbewijs geldig voor categorie D+E waarvan hij houder is voor om toegelaten te worden tot het praktisch examen van categorie D1+E.

§ 2. Het slagen in de proef op het terrein buiten het verkeer bedoeld in artikel 42, § 1, 3°, van categorie C geldt eveneens voor categorie C1.

Het slagen in de proef op het terrein buiten het verkeer bedoeld in artikel 42, § 1, 3°, van categorie D geldt eveneens voor categorie D1.

Het slagen in de proef op het terrein buiten het verkeer bedoeld in artikel 42, § 1, 3°, van categorie C+E geldt eveneens voor categorie C1+E.

Het slagen in de proef op het terrein buiten het verkeer bedoeld in artikel 42, § 1, 3°, van categorie D+E geldt eveneens voor categorie D1+E.

§ 3. Het slagen in de praktische proef bedoeld in artikel 42, § 1, 2°, van categorie C geldt eveneens voor categorie C1.

Het slagen in de praktische proef bedoeld in artikel 42, § 1, 2°, van categorie D geldt eveneens voor categorie D1.

Het slagen in de praktische proef bedoeld in artikel 42, § 1, 2°, van categorie C+E geldt eveneens voor categorie C1+E.

Het slagen in de praktische proef bedoeld in artikel 42, § 1, 2°, van categorie D+E geldt eveneens voor categorie D1+E.

Artikel 42

§ 1. Het gecombineerd praktisch examen bestaat uit drie delen :

een rijtest op de openbare weg van minstens 90 minuten. Evenwel kan een test op een speciaal terrein of in een hoogwaardige simulator, onder de voorwaarden bepaald door de Minister, voor maximaal 30 minuten worden meegeteld voor het bereiken van de vereiste duur van 90 minuten;

een praktische test die ten minste de punten 1.4, 1.5, 1.6, 3.2, 3.3 en 3.5 van de bijlage 1 bestrijkt. Deze test duurt ten minste 30 minuten;

een proef op een terrein buiten het verkeer zoals bedoeld in artikel 39, § 1, eerste lid, 3° van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs.

Deze proef duurt minstens 15 minuten voor de categorieën C1, C, D1 en D.

Deze proef duurt minstens 30 minuten voor de categorie C1+E en C+E.

Deze proef duurt minstens 25 minuten voor de categorie D1+E en D+E.

Elk geslaagd deel van het praktisch examen blijft geldig gedurende drie jaar.

§ 2. Tijdens de proef op de openbare weg moet de examinator plaatsnemen in het voertuig.

Indien de bestuurder nog niet over een rijbewijs beschikt, moet, naast de examinator, de instructeur van de rijschool of de begeleider bij de scholing in het voertuig plaatsnemen.

Indien het voertuig bestemd is voor het vervoer van ten hoogste twee personen, de bestuurder inbegrepen, neemt alleen de examinator in het voertuig plaats.

Behalve de personen bedoeld in het eerste lid en de tolk bedoeld in artikel 27, § 2 mogen enkel de door de Minister of zijn gemachtigde aangeduide personen in het voertuig plaatsnemen.

§ 3. De examinator beëindigt het examen wanneer de kandidaat onbekwaam is om te sturen of op een gevaarlijke manier stuurt of in geval van tussenkomst van de instructeur of de begeleider.

§ 4. De examinator vermeldt op de beoordelingsstaat, voor elk van de genoemde proeven, de door hem toegekende beoordeling alsook de daaruit volgende beslissing dat de kandidaat geslaagd of uitgesteld is overeenkomstig de criteria bepaald door de Minister.

§ 5. De examinator bevestigt het slagen van de kandidaat voor het gecombineerd praktisch examen enerzijds, door aflevering van een getuigschrift van basiskwalificatie en anderzijds, op de aanvraag om een rijbewijs, beide met vermelding van de categorie van het voertuig waarmee hij het examen heeft afgelegd en van de datum ervan. In voorkomend geval vermeldt hij dat het examen werd afgelegd met een voertuig bedoeld in artikel 38, § 13 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs. In het geval bedoeld in artikel 44 wordt het slagen voor het praktisch examen vermeld op de aanvraag om een rijbewijs door de overheid bedoeld in artikel 7 van het koninklijk besluit betreffende het rijbewijs.

De geldigheidsduur van het bewijs van vakbekwaamheid, bedoeld in artikel 10 begint te lopen vanaf het moment van afgifte van het getuigschrift van basiskwalificatie.