9 OKTOBER 1998. - Koninklijk besluit tot bepaling van de vereisten voor de aanleg van verhoogde inrichtingen op de openbare weg bestemd om de maximumsnelheid te beperken tot 30 km per uur en van de technische voorschriften waaraan die moeten voldoen.
[B.S. 28.10.1998] 

Bijlage 2. Technische voorschriften met betrekking tot de verkeersplateaus

1. ALGEMENE BESCHRIJVING

Een verkeersplateau is een vlakke verhoging van de openbare weg met afgeschuinde op- en afrit, vlak of sinusoïdaal afgewerkt.

Het kan gewijzigd worden door de hoogte (H), de helling (I), de vorm van de op- en afrit en de lengte (P) aan te passen.

2. VORMEN EN AFMETINGEN

2.1 TRAPEZOÏDAAL VERKEERSPLATEAU

  • Het lengteprofiel van dit verkeersplateau is gevormd door een vlak verhoogd gedeelte en op- en/of afritten. Het is van trapezoïdale vorm, conform figuur 1 van deze bijlage.
  • Zijn afmetingen zijn :
  • de hoogte (H) van het verkeersplateau is veranderlijk in functie van zijn doelstelling. De aanbevolen hoogten zijn 10,0 of 12,0 cm. De hoogte mag echter gelijk zijn aan de hoogte van de trottoirrand, met een maximum van 15,0 cm en een minimum van 8,0 cm wanneer de lokale omstandigheden dit vereisen.
  • de lengte (S) van de op- en/of afrit is veranderlijk in functie van het type verkeer en van de hoogte van het verkeersplateau, conform tabel 1 van deze bijlage.
  • de helling (I) van de op- en/of afrit is conform tabel 1 van deze bijlage.
  • de lengte (P) van het bovenvlak is veranderlijk in functie van de lokale omstandigheden en het type verkeer op het verkeersplateau, conform tabel 1.

Zij bedraagt minstens 8,00 meter voor autobussen en 15,00 meter voor gelede autobussen.

TABEL 1

TRAPEZOÏDAAL VERKEERSPLATEAU
Hoogte (H) van het verkeersplateau (cm) 10 12 15
Op wegen niet gebruikt door autobussen en/of door talrijke zware voertuigen Lengte (P) van het bovenvlak (m)
Helling (I) van de op- en afrit (%)
Lengte (S) van de op- en afrit
> 5
14
0,70
> 5
12
1,00
> 5
10
1,50
Op wegen gebruikt door autobussen met inbegrip van de gelede bussen, en/of door talrijke zware voertuigen Lengte (P) van het bovenvlak (m)
Helling (I) van de op- en afrit (%)
Lengte (S) van de op- en afrit
> 8
4
2,50 (*)
> 8
4
3,00
> 8
3
5,00


(*) 2,00 gewijzigd in 2,50 door erratum aan K.B. van 3 mei 2002, gepubliceerd in het B.S. van 26-02-2003.

2.2 VERKEERSPLATEAU MET SINUSOÏDALE OP- EN AFRIT

  • Het lengteprofiel van dit verkeersplateau is gevormd door een vlak verhoogd gedeelte en op- en/of afritten die een sinusoïdale vorm hebben, conform figuur 2 van deze bijlage.
  • Zijn afmetingen zijn :
  • de hoogte (H) van het verkeersplateau is veranderlijk in functie van zijn doelstelling. De aanbevolen hoogten zijn 10,0 of 12,0 cm. De hoogte mag gelijk zijn aan de hoogte van de trottoirrand, met een maximum van 15,0 cm en een minimum van 8,0 cm wanneer de lokale omstandigheden dit vereisen.
  • de lengte (S) van de op- en/of afrit is veranderlijk in functie van het type verkeer en de hoogte van het verkeersplateau, conform tabel 2 van deze bijlage.
  • de gemiddelde helling (I) van de op- en/of afrit is conform tabel 2 van deze bijlage.
  • de lengte van het bovenvlak (P) is veranderlijk in functie van de lokale omstandigheden en het type verkeer op het verkeersplateau. Ze bedraagt minstens 8,00 meter voor autobussen en 15,00 meter voor gelede autobussen.
TABEL 2
VERKEERSPLATEAU MET SINUSOÏDALE OP- EN AFRIT
Hoogte (H) van het verkeersplateau (cm) 10,0 12,0 15,0
Op wegen niet gebruikt door autobussen en/of door talrijke zware voertuigen Type
Lengte (P) van het bovenvlak (m)
Gemiddelde helling (I) van de op- en afrit (%)
Lengte (S) van de op- en afrit (m)
85
> 5
12
0,85
120
> 5
10
1,20
190
> 5
8
1,90
Op wegen gebruikt door autobussen en/of door talrijke zware voertuigen Type
Lengte (P) van het bovenvlak (m)
Gemiddelde helling (I) van de op- en afrit (%)
Lengte (S) van de op- en afrit (m)
-
-
-
-
-
-
-
-
380
> 8
4
3,80

De vorm van de op- en afritten (tabel 3 en figuur 2) wordt berekend met de onderstaande formule, naargelang het type van het verkeersplateau :

waar X en Y de ortogonale coördinaten zijn, H de hoogte van het verkeersplateau is en S de lengte van op- of afrit; X en S zijn in meter uitgedrukt, H en Y in centimeter.

TABEL 3

Hoogte en lengte van de op- en afritten van het sinusoïdale verkeersplateau naargelang het type.

2.3. TOEGESTANE TOLERANTIES BIJ DE REALISATIE VAN DE VERSCHILLENDE TYPES VAN VERKEERSPLATEAUS

  • op de lengte (S) van de op- of afrit : + 5 %.
  • op de lengte (P) van het bovenvlak : geen tolerantie op de minimumafmeting.
  • op de hoogte van de op- of afrit : + 2 cm voor een individueel meetpunt.
                                                         + 1 cm voor het gemiddelde van het lengteprofiel.
  • de beginrand (A) : 0,5 cm maximum.

De hoogte en/of de (gemiddelde) helling worden aangepast aan de werkelijke lengte van de op- en/of afrit.

3. REALISATIE

3.1. De witte strepen op de op- en afritten moeten conform punt 3.1. van bijlage 1 tot dit besluit zijn.

3.2. De wegbedekking van het verkeersplateau moet vlak zijn.