10 JULI 2006. - Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B.
[B.S. 14.07.2006]

Hoofdstuk II. Het voorlopig rijbewijs B

Artikel 2 Brussels Hoofdstedelijk Gewest

(Opgeheven)

Artikel 2 Vlaams Gewest

De kandidaat voor het rijbewijs B mag deelnemen aan het theoretisch examen vanaf de leeftijd van 17 jaar.

Artikel 2 Waals Gewest

§ 1. De kandidaat voor het rijbewijs van categorie B mag deelnemen aan het theoretisch examen vanaf de leeftijd van 17 jaar.

§ 2. De kandidaat die twee maal na elkaar niet slaagt voor het praktisch examen moet twaalf uren praktisch rijonderricht volgen bij een rijschool vooraleer hij terug toegelaten wordt tot het praktisch examen.

De woorden "praktisch examen" en "praktisch rijonderricht" dienen telkens gelezen te worden als "theoretisch examen" en "theoretisch rijonderricht". Het betreft een vertaalfout. Aangezien deze paragraaf is ingevoegd door een Besluit van de Waalse Regering, is de Nederlandstalige tekst (een vertaling) ondergeschikt aan de Franstalige tekst.

Artikel 3

§ 1. De kandidaat voor het rijbewijs van de categorie B die geslaagd is voor het theoretisch examen ontvangt een voorlopig rijbewijs B dat hem toelaat om te rijden met de bijstand van een begeleider die beantwoordt aan de voorwaarden voorzien in § 2. Dit voorlopig rijbewijs is geldig voor zesendertig maanden.

Het voorlopig rijbewijs B stemt overeen met het model in bijlage 1.

§ 2. De houder van het voorlopig rijbewijs B moet vergezeld zijn van een begeleider die aan de volgende voorwaarden voldoet :

a) hij moet beantwoorden aan de in artikel 3, § 1 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs bedoelde voorwaarden om een rijbewijs te verkrijgen;

b) hij moet sedert ten minste 8 jaar houder en drager zijn van een Belgisch of Europees rijbewijs geldig om een voertuig van de categorie B te besturen. De bestuurder die, overeenkomstig artikel 44, § 5 of artikel 45 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs, enkel een speciaal aan zijn handicap aangepast voertuig mag besturen, mag niet als begeleider bij de scholing optreden, behalve indien de kandidaat aan dezelfde handicap lijdt en eveneens een speciaal aan deze handicap aangepast voertuig bestuurt;

c) hij mag niet vervallen zijn of mag gedurende de laatste drie jaar niet vervallen geweest zijn van het recht om een motorvoertuig te besturen en moet voldaan hebben aan de examens en onderzoeken die eventueel krachtens artikel 38 van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer werden opgelegd;

d) de begeleider mag, behalve voor dezelfde kandidaat, niet op een ander voorlopig rijbewijs als begeleider vermeld geweest zijn binnen het jaar vóór de datum van afgifte van het voorlopig rijbewijs. Dit verbod is niet van toepassing voor de begeleiding van:

1° zijn echtgenoot of de persoon waarmee hij wettelijk samenwoont of een feitelijk gezin vormt;
2° zijn kinderen, kleinkinderen, zussen, broers en pleegkinderen;
3° de kinderen, kleinkinderen, zussen, broers en pleegkinderen van zijn echtgenoot of van de persoon waarmee hij wettelijke samenwoont of een feitelijk gezin vormt.

Het samenwonen van de begeleider en de persoon waarmee hij verklaart een feitelijk gezin te vormen, vloeit voort uit de informatie bedoeld in artikel 3, eerste lid, 5°, van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen;

e) hij moet op het voorlopig rijbewijs vermeld worden en vooraan in het voertuig plaatsnemen.

§ 3. Een tweede begeleider, die voldoet aan de voorwaarden bepaald in § 2 mag, door de overheid bedoeld in artikel 10, op het voorlopig rijbewijs vermeld worden hetzij op het ogenblik van de afgifte hetzij tijdens de scholing. In geval van verandering van begeleider tijdens de scholing wordt een nieuw voorlopig rijbewijs afgegeven door de overheid bedoeld in artikel 10; dit nieuw document heeft dezelfde uiterste geldigheidsdatum als het oorspronkelijk voorlopig rijbewijs. Als een van de op het voorlopig rijbewijs vermelde begeleiders niet langer één van de in § 2 vermelde voorwaarden vervult, moet de kandidaat van begeleider veranderen overeenkomstig de bepalingen van het tweede lid. Het voorlopig rijbewijs verliest zijn geldigheid niet.

§ 4. De houder van een voorlopig rijbewijs B mag enkel begeleid worden door de ene of de andere of door de twee begeleiders bedoeld in §§ 2 en 3, en/of door een gebrevetteerde rij-instructeur, met uitsluiting van alle andere passagiers.

Artikel 4

De kandidaat voor het rijbewijs B die geslaagd is voor het theoretisch examen, minstens 18 jaar is en die, na 20 uur praktisch rijonderricht gevolgd te hebben of na geslaagd te zijn voor een test over de technische rijvaardigheden, een bekwaamheidsgetuigschrift heeft bekomen, heeft recht op een voorlopig rijbewijs B dat hem toelaat zonder begeleider te rijden. Dit voorlopig rijbewijs is 18 maanden geldig.

Het voorlopig rijbewijs B stemt overeen met het model in bijlage 2 bij dit besluit.

De houder van het voorlopig rijbewijs B zonder begeleider mag vergezeld zijn van ten hoogste twee personen die voldoen aan de voorwaarden bedoeld in artikel 3, § 2, a), b) en c).

Artikel 5

Het in artikel 3 of 4 bedoelde voorlopig rijbewijs moet worden aangevraagd binnen de drie jaar na het slagen voor het theoretisch examen. Na het verstrijken van deze termijn kan de kandidaat pas terug een voorlopig rijbewijs aanvragen na opnieuw het theoretisch examen met goed gevolg te hebben afgelegd.

Artikel 5/1

§ 1. Na het verstrijken van de geldigheid van het voorlopig rijbewijs B, moet de kandidaat de scholing in een rijschool voortzetten en moet hij, om zich aan te bieden voor het praktisch examen, zes uur praktische lessen in een rijschool volgen.

De kandidaat kan echter, overeenkomstig de bepalingen van dit besluit, een nieuw voorlopig rijbewijs B bekomen indien de geldigheid van het voorlopig rijbewijs B waarvan hij houder is geweest sinds meer dan drie jaar verstreken is.

§ 2. De houder van een geldig voorlopig rijbewijs B met begeleider kan, een enkele keer, overeenkomstig de bepalingen van dit besluit, een voorlopig rijbewijs B zonder begeleider krijgen en omgekeerd. De scholing die gevolgd wordt onder dekking van het vorig voorlopig rijbewijs B wordt in aanmerking genomen voor het berekenen van de termijn voorgeschreven in artikel 8, eerste lid.

Artikel 5/1 Brussels Hoofdstedelijk Gewest

§ 1. De kandidaat kan echter, overeenkomstig de bepalingen van dit besluit, een nieuw voorlopig rijbewijs B bekomen indien de geldigheid van het voorlopig rijbewijs B waarvan hij houder is geweest sinds meer dan drie jaar verstreken is.

§ 2. De houder van een geldig voorlopig rijbewijs B met begeleider kan, een enkele keer, overeenkomstig de bepalingen van dit besluit, een voorlopig rijbewijs B zonder begeleider krijgen en omgekeerd.

Artikel 6

De kandidaat mag niet rijden van 22u. tot 6u. 's anderendaags op vrijdag, zaterdag, zondag, de vooravond van de wettelijke feestdagen en de wettelijke feestdagen.

Artikel 7

Met uitzondering van gebrevetteerde rij-instructeurs mag niemand de houder van een voorlopig rijbewijs B tegen betaling begeleiden.

De gebrevetteerde rij-instructeur moet niet op het voorlopig rijbewijs als begeleider vermeld worden.

Artikel 3, § 2, d) is niet van toepassing op de gebrevetteerde rij-instructeur.