11 MEI 2004. - Koninklijk besluit betreffende de voorwaarden voor erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen.
[BS 01.06.2004]

Titel I : De rijscholen

Hoofdstuk V. Administratieve verplichtingen

Artikel 23

§ 1. Voor iedere leerling wordt een inschrijvingskaart opgesteld, waarop zijn identiteit en inschrijvingsnummer en -datum worden vermeld. Die kaart heeft een aantal vakken, dat met het aantal door de rijschool gegeven lessen overeenstemt.

Bij het einde van elke theoretische of praktische les vermeldt de instructeur de lesdatum en -uren op de inschrijvingskaart van de leerling en ondertekent hij deze vermelding.

De inschrijvingskaart moet op het einde van de lessencyclus door de leerling ondertekend worden. Een kopie ervan wordt aan de leerling bezorgd.

§ 2. In iedere vestigingseenheid wordt voor elke theorielessencyclus een aanwezigheidslijst bijgehouden.

Deze lijst wordt op afzonderlijke bladen bijgehouden, één per theoretische les of per theoretische lessenreeks.

§ 3. Elke instructeur houdt een dagelijkse fiche bij waarop hij het begin- en einduur van elke les vermeldt. Voor elke praktische les wordt het inschrijvingsnummer van het voertuig, de kilometerstand van het voertuig bij het begin en het einde van de les, en het inschrijvingsnummer van de leerling vermeld.

De dagelijkse fiche wordt ondertekend door de instructeur en door de leerling die praktisch onderricht gevolgd heeft of bij het examen begeleid werd, en door de stagiair, als die de les bijwoonde of gaf.

De bewaringstermijn van de documenten vermeld in § 1, § 2 en § 3 is twaalf maand.

§ 4. In iedere vestigingseenheid wordt een jaarregister bijgehouden, waarin per volgnummer worden vermeld: de identiteit van de ingeschreven leerlingen, de inschrijvingsdatum, de data van de gegeven lessen en, zonder enig wit vak of leemte, de aan- of afwezigheid van de leerlingen.

In één kolom worden de data van de theoretische en praktische examens vermeld, die door de leerlingen zijn afgelegd, en eventueel de behaalde uitslag. Eén kolom is voor eventuele opmerkingen voorbehouden.

De bewaringstermijn van dit register is zesendertig maand.

In geval van onvermogen van de rijschool, in het bijzonder wegens een faillissement, wordt het register ter beschikking gesteld van de ambtenaren en beambten bedoeld in artikel 39 voor het opmaken, door de Adviseur-generaal van de Directie Certificatie en Inspectie van de administratie, van de attesten die het aantal gevolgde lesuren vermeldt dat in aanmerking worden genomen voor de toepassing van artikel 16, tweede lid, van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs.

Voor wat betreft het Vlaams Gewest, worden de woorden “ambtenaren en beambten” vervangen door het woord “inspecteurs” en worden de woorden “de Adviseur-generaal van de Directie Certificatie en Inspectie van de administratie” vervangen door de woorden “het bestuur”.

§ 5. De Minister bepaalt het model van de in § 1, § 2, § 3 en § 4 bepaalde documenten.

Zij mogen worden vervangen door een voor computerverwerking bestemde informatiedrager. Deze informatiedragers dienen volledig en voortdurend toegankelijk te zijn en de hierin vervatte gegevens moeten in verstaanbare vorm op papier kunnen weergegeven worden, als de met de in artikel 39, § 1, tweede lid bepaalde controle belaste beambten dat vragen.

Voor wat betreft het Vlaams Gewest, wordt het woord “beambten” vervangen door het woord “inspecteurs”.

§ 6. De rijscholen moeten aan de leerlingen, die het in artikel 14 en 15 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs of de in artikel 9 van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B bepaalde aantal lesuren gevolgd hebben, een getuigschrift van theoretisch of praktisch onderricht afleveren, waarvan het model door de Minister bepaald wordt. Een dergelijk getuigschrift, met vermelding van het aantal gevolgde uren, wordt eveneens afgegeven aan de leerling die van rijschool verandert.

In afwijking van het eerste lid wordt aan de leerling, die het in artikel 4 van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B bepaalde aantal lesuren gevolgd heeft en die bewezen heeft bekwaam te zijn alleen te sturen, met het oog op het verkrijgen van een voorlopig rijbewijs zonder begeleider een bekwaamheidsgetuigschrift afgegeven, waarvan het model door de Minister bepaald wordt.

§ 6 Waals Gewest. De rijscholen moeten aan de leerlingen, die de in artikel 14, 14bis en 15 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs of de in de artikelen 7/1 en 9 van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B bepaalde aantal lesuren gevolgd hebben, een getuigschrift van theoretisch of praktisch onderricht afleveren, waarvan het model door de Waalse Minister bepaald wordt. Een dergelijk getuigschrift, met vermelding van het aantal gevolgde uren, wordt eveneens afgegeven aan de leerling die van rijschool verandert.

Met het oog op het verkrijgen van een voorlopig rijbewijs zonder begeleider wordt aan de kandidaten voor het rijbewijs B, die het in artikel 15, tweede lid, 6o, van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs bepaalde aantal lesuren gevolgd hebben, een bekwaamheidsgetuigschrift afgegeven waarmee ze zich bij een examencentrum kunnen melden om te bewijzen dat ze bekwaam zijn om alleen te sturen, overeenkomstig artikel 23, § 6, van hetzelfde besluit.

§ 7. De voorwaarden en regels van het rijonderricht maken het voorwerp uit van een schriftelijk contract tussen de leerling en de rijschool.

Het contract omvat onder meer, in hetzelfde lettertype als de hoofdtekst, de volgende tekst: “Wat de praktische lessen betreft: als de leerling tijdens de verplaatsingen op de openbare weg niet achter het stuur plaatsneemt, zullen die verplaatsingen niet in aanmerking genomen worden voor de berekening van het aantal lesuren. Geen enkele andere prestatie dan die waarvoor in het contract een tarief is vermeld, mag worden aangerekend.”.

De in artikel 2, § 4, c) bepaalde leerlingen moeten bovendien voor de verwerking van de hen betreffende gezondheidsgegevens hun uitdrukkelijke instemming geven, overeenkomstig artikel 7 van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.

Het tarief van de prestaties wordt in het lokaal voor de administratie en in het leslokaal uitgehangen.

§ 8. De in artikel 2, § 4 en § 5 bepaalde rijscholen bewaren voor ieder leerling, gedurende drie jaar, een exemplaar van het attest uitgegeven zoals volgt:

  • voor de personen voorzien in artikel 2, § 4, a): door het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn;
  • voor de personen voorzien in artikel 2, § 4, b): door de bevoegde bemiddelingsinstelling (VDAB, BGDA, Arbeitsamt, FOREm);
  • voor de personen voorzien in artikel 2 § 4, c): door de FOD Sociale Zekerheid.

De rijscholen die onderricht aan de in artikel 2, § 4, c) en § 5 bepaalde leerlingen verstrekken, moeten zich houden aan de bepalingen van artikelen 25, 26 en 27 van het koninklijk besluit van 13 februari 2001 ter uitvoering van de wet van 8 december 1992 tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens.

§ 9 (enkel Vlaams Gewest). De rijscholen geven aan de kandidaat-begeleiders die de vorming voor begeleiders, vermeld in hoofdstuk III/1 van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B, hebben gevolgd, een begeleidersattest, waarvan het model is opgenomen in bijlage 5, die bij dit besluit is gevoegd. De Minister kan het model wijzigen.