11 MEI 2004. - Koninklijk besluit betreffende de voorwaarden voor erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen.
[BS 01.06.2004]

Titel III : Controle en sancties

Hoofdstuk I. Controle

Artikel 39

§ 1. De rijscholen volgen de instructies die hun door de Minister of zijn gemachtigde worden gegeven om een einde te maken aan de schending van de regelgeving.

Elke aanvraag tot erkenning van rijschool, of elke aanvraag tot exploitatievergunning van een vestigingseenheid of goedkeuring van een oefenterrein, houdt de toestemming in voor de door de Minister speciaal aangewezen ambtenaren of beambten, om de voor het onderricht en de administratie van de school bestemde lokalen evenals op het oefenterrein te betreden, en om de theoretische en praktische lessen bij te wonen. Zij mogen de boeken en de documentatie van de school, de inschrijvingskaarten van de leerlingen, de dagelijkse fiches, de aanwezigheidslijsten, de inschrijvingsregisters en, in het algemeen, alle bescheiden betreffende de schoolactiviteiten raadplegen. Zij mogen zich, zo nodig, met het oog op onderzoek een kopie laten overhandigen.

Voor wat betreft het Vlaams Gewest, worden de woorden “ambtenaren of beambten” vervangen door het woord “inspecteurs”.

De Minister of zijn gemachtigde controleert de goede werking van de erkende rijscholen.

§ 2. De rijschoolinstructeur of de stagiair leggen op hun verzoek de instructietoelating of de stagetoelating voor aan de in artikel 3, 1° en 2° van het koninklijk besluit van 1 december 1975 betreffende het algemeen reglement over de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg bepaalde bevoegde personen, aan de in artikel 26 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs bepaalde examinatoren, en aan de in § 1, tweede lid, bedoelde ambtenaren en beambten.

Voor wat betreft het Vlaams Gewest, wordt de zinsnede “en 2°” opgeheven en worden de woorden “ambtenaren en beambten” vervangen door het woord “inspecteurs”.

De in het eerste lid bepaalde personen zijn aan het beroepsgeheim gehouden.

De personen die de erkenning van rijschool verkregen, geven op verzoek van de Minister of zijn gemachtigde alle inlichtingen betreffende de toepassing van dit besluit.

Artikel 40

De Minister of zijn gemachtigde kan elke instructeur die houder is van een brevet II, IV of V en een instructietoelating verplichten om het in artikel 42 van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs bepaalde geneeskundige onderzoek te ondergaan, wanneer hij kennis heeft – door gelijk welk middel – van de staat van deze laatste.

De instructietoelating wordt geschorst, zodra de geneesheer de ongeschiktheid van de betrokkene vaststelt.

Wanneer de betrokkene opnieuw een in het vorig lid bepaald geneeskundig onderzoek met goed gevolg heeft ondergaan, wordt de schorsing opgeheven.