11 MEI 2004. - Koninklijk besluit betreffende de voorwaarden voor erkenning van scholen voor het besturen van motorvoertuigen.
[BS 01.06.2004]

Bijlage VI. Leerstof voor de opleiding als instructeur, belast met de vorming van begeleiders rijbewijs B als vermeld in artikel 38quater, vierde lid (enkel Vlaams Gewest)

Het programma bevat minstens de volgende onderwerpen:

1. De achtergrond van de vorming, de insteek ervoor en de aandachtspunten erbij

2. Leerling en begeleider helpen om een goede start te maken bij de opleiding van de leerling tot een veilige bestuurder - houding van de lesgever

2.1. Een positief klimaat creëren waarbij alle betrokkenen samenwerken om van de leerling een veilige bestuurder te maken

2.2. Antwoorden bieden op de behoeften van de leerling en de begeleider

2.3. Concrete en praktische ondersteuning bieden, vermijden om theoretische modellen en te abstracte taal te gebruiken

3. Begeleiders als nieuwe doelgroep binnen de rijopleiding

3.1. Wie is de doelgroep? Wat zijn hun behoeften? Wat verwachten ze van de vorming en zijn ze ervoor gemotiveerd?

3.2. De begeleider actief laten deelnemen

3.3. Hefbomen om extrinsieke motivatie om te zetten in intrinsieke motivatie

3.4. Mogelijke struikelblokken tijdens de vorming en manieren om ermee om te gaan

3.4.1. Coachende houding staat centraal.

3.4.2. Hanteren van groepsdynamiek, interactie tussen deelnemers stimuleren en in goede banen leiden

3.4.3. Rekening houden met de specifieke groepssamenstelling (bijvoorbeeld voor verschillende begeleiders samen met hun leerling)

3.4.4. Omgaan met weerstand ten aanzien van vernieuwde rijopleiding, (verplichte) vorming

4. Toelichting van het programma van de vorming

5. Het gebruik van didactisch materiaal

6. Het logboek (Rijbewijzer)

6.1. Het logboek als rode draad

6.2. Installatie en gebruik van de app

6.3. Voorstelling van de papieren versie

7. Het gebruik van verschillende werkvormen

8. Wettelijk kader van de vorming en praktische voorwaarden voor het geven van de vorming

Het draaiboek bevat minstens de volgende onderwerpen:

1. Algemeen

1.1. Algemene doelstellingen van de bijscholing

1.2. De manier waarop de indiener zal omgaan met:

1.2.1. de belangen van de rijschool/rijinstructeur ten opzichte van de belangen van de begeleider

1.2.2. het delen van de kennis tussen de rijinstructeur en de begeleiders

1.2.3. Rijbewijzer als deel van het opleidingstraject van een kandidaat en als hulpmiddel voor de begeleider

2. Per onderwerp waarin het lesmateriaal is uitgewerkt:

2.1. de doelstellingen van het onderwerp

2.2. de gebruikte methodiek

2.3. de concrete aanpak

2.4. de timing

2.5. de achterliggende visie