19 APRIL 2014. - Koninklijk besluit betreffende de inning en de consignatie van een som bij de vaststelling van overtredingen inzake het wegverkeer.
[B.S. 30.04.2014]

Hoofdstuk 2 – Overtredingen begaan door een persoon met een woonplaats of vaste verblijfplaats in België

Afdeling 1. Algemeen

Artikel 7

De inning is uitgesloten:

a) wanneer de totale som van de inning meer bedraagt dan 347 euro. De overtreding bedoeld in artikel 2, 4°, van dit besluit wordt niet in aanmerking genomen voor de berekening van voornoemde maximumsom. Of

b) wanneer een snelheidsbeperking met meer dan 40 kilometer per uur wordt overtreden. Of

c) wanneer een snelheidsbeperking met meer dan 30 kilometer per uur wordt overtreden binnen de bebouwde kom, in een zone 30, schoolomgeving, woonerf en erf. Of

d) wanneer een overtreding van de derde graad tegelijkertijd wordt vastgesteld met een andere overtreding. Of

e) wanneer een overtreding van de vierde graad wordt vastgesteld.

Artikel 7 Vlaams Gewest

De inning is uitgesloten:

a) wanneer de totale som van de inning meer bedraagt dan 347 euro. De overtreding bedoeld in artikel 2, 4° en 5°, van dit besluit wordt niet in aanmerking genomen voor de berekening van voornoemde maximumsom. Of

b) wanneer een snelheidsbeperking met meer dan 40 kilometer per uur wordt overtreden. Of

c) wanneer een snelheidsbeperking met meer dan 30 kilometer per uur wordt overtreden binnen de bebouwde kom, in een zone 30, schoolomgeving, woonerf en erf. Of

d) wanneer een overtreding van de derde graad, met uitzondering van de overtreding, vermeld in artikel 2, 5°, tegelijkertijd wordt vastgesteld met een andere overtreding. Of

e) wanneer een overtreding van de vierde graad wordt vastgesteld. Of

f) als de totale som van de inning meer bedraagt dan 2000 euro voor overtredingen als vermeld in artikel 2, 5°.

Afdeling 2. In geval van onderschepping van de overtreder

Artikel 8

Voor de onmiddellijke inning van een som wordt gebruik gemaakt van genummerde formulieren, die zijn samengevoegd in genummerde boekjes en die overeenstemmen met het model van bijlage 2 bij het koninklijk besluit van 19 juli 2000 betreffende de inning en de consignatie van een som bij het vaststellen van sommige inbreuken inzake het vervoer over de weg.

Voor de toepassing van de procedure van inning mag dit formulier worden vervangen door een proces-verbaal wanneer de som niet wordt geïnd op het ogenblik van de vaststelling van de overtreding.

Artikel 9

De betaling kan op de volgende manieren gebeuren:

1. Betaling met bank- of kredietkaart via een mobiele betaalterminal.

De bevoegde persoon vult de stroken A, B en C van het formulier in, waarvan:

a) strook A binnen een termijn van vijf dagen wordt verzonden aan het openbaar ministerie bij de bevoegde politierechtbank;

b) strook B aan het boekje gehecht blijft;

c) strook C aan de overtreder wordt overhandigd.

2. Betaling met overschrijving.

2.1. De bevoegde persoon vervult de formaliteiten bedoeld in 1.

2.2. Een verklarend document waarin de verschillende modaliteiten voor de betaling zijn opgenomen, wordt aan de overtreder tegelijkertijd met strook C van het formulier overhandigd of wordt tegelijkertijd met of na het afschrift van het proces-verbaal verstuurd.

2.3. De betaling met overschrijving wordt uitgevoerd binnen een termijn van tien dagen te rekenen vanaf de in 2.2 bedoelde afgifte of de verzending van het document.

2.4. De datum van betaling door de bankinstelling dient als bewijs van de datum van betaling.

3. Betaling met bank- of kredietkaart op internet.

De minister bevoegd voor Justitie bepaalt de datum van inwerkingtreding en de praktische modaliteiten van deze betalingswijze.

4. De betaling kan niet in geld gebeuren.

Artikel 10

Wanneer een formulier overeenkomstig het model van bijlage 2 bij het koninklijk besluit van 19 juli 2000 betreffende de inning en de consignatie van een som bij het vaststellen van sommige inbreuken inzake het vervoer over de weg, ongeldig moet worden gemaakt, stelt de agent, die er houder van is, het ongeldig maken vast door middel van een gedagtekende en ondertekende vermelding op alle stroken van het formulier.

Afdeling 3. In geval de overtreder niet wordt onderschept

Artikel 11

Voor de inning van een som wordt een verklarend document waarin de verschillende modaliteiten voor de betaling zijn opgenomen, naar de vermoedelijke of aangeduide overtreder gestuurd, overeenkomstig de artikelen 67bis en 67ter van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, tegelijkertijd met het afschrift van het proces-verbaal bedoeld in artikel 62, achtste lid, van dezelfde wet.

Artikel 12

De betaling kan op de volgende manieren gebeuren :

1. Betaling met overschrijving.

1.1. De betaling met overschrijving wordt uitgevoerd binnen een termijn van tien dagen te rekenen vanaf de verzending van de documenten bedoeld in artikel 11 van dit besluit.

1.2. De datum van betaling door de bankinstelling dient als bewijs van de datum van betaling.

2. Betaling met bank- of kredietkaart op internet.

De minister bevoegd voor Justitie bepaalt de datum van inwerkingtreding en de praktische modaliteiten van deze betalingswijze.

Afdeling 4. In geval van gelijktijdig begane overtredingen door dezelfde overtreder

Artikel 13

Wanneer er meerdere overtredingen gelijktijdig worden vastgesteld ten laste van eenzelfde overtreder, moeten deze worden vermeld in hetzelfde formulier in geval van onderschepping of in hetzelfde proces-verbaal in geval van niet-onderschepping.