19 JULI 2000. - Koninklijk besluit betreffende de inning en de consignatie van een som bij het vaststellen van sommige inbreuken inzake het vervoer over de weg.
[B.S. 26.07.2000]

Bijlage 1. Lijst van de te innen sommen

Contents[Hide]

a) Goederenvervoer over de weg – vergunningen

Inbreuk Reglementering Te innen som
1.a. Er is geen vergunning (1) aanwezig in het voertuig en het bestaan van een vergunning voor het gecontroleerde voertuig kan niet onmiddellijk worden aangetoond of vastgesteld in het eRegister van Wegvervoersondernemingen. - Verordening (EG) nr.1072/2009 (2), art. 3 en 8, eerste lid.
- Wet van 15 juli 2013 (3), art. 16, 18, 25, 26, 27 en 33, § 4, 2°, a1.
- K.B. van 22 mei 2014 (4), art. 31 en 32.
1.500 €
1.b. Er is geen vergunning (1) aanwezig in het voertuig maar het bestaan van een vergunning voor het gecontroleerde voertuig wordt onmiddellijk aangetoond of vastgesteld in het eRegister van wegvervoersondememingen. - Verordening (EG) nr.1072/2009 (2), art. 3.
- Wet van 15 juli 2013 (3), art. 16, 18, 25, 27 en 33, § 4, 2°, a1.
- K.B. van 22 mei 2014 (4), art. 31 en 32.
55 €
2. De voorgelegde vergunning (5) wordt gebruikt voor een voertuig waarvan de kentekenplaat niet is opgenomen in het eRegister van wegvervoersondernemingen. - Wet van 15 juli 2013 (3), art. 16 en 18.
- K.B. van 22 mei 2014 (4), art. 21, eerste lid, 4°.
990 €
3. De voorgelegde vergunning (1) wordt gebruikt voor een in huur of financieringshuur genomen voertuig zonder dat de vereiste bewijsstukken kunnen worden vertoond. - Wet van 15 juli 2013 (3), art. 33, § 4, 2°, b.
- K.B. van 22 mei 2014 (4), art. 21, eerste lid, 6°.
55 €
4. De voorgelegde vergunning (5) bevat onvolledige of onjuiste vermeldingen, maar het bestaan van een geldige vergunning voor het gecontroleerde voertuig wordt onmiddellijk aangetoond of vastgesteld in het eRegister van wegvervoersondernemingen. - Wet van 15 juli 2013 (3), art. 16 en 18.
- K.B. van 22 mei 2014 (4), art. 21, eerste lid, 3°.
55 €
5.a. De voorgelegde vergunning (1) bevat onleesbare vermeldingen waardoor identificatie/controle onmogelijk is, of is oncontroleerbaar t.g.v. plastificering, en het bestaan van een vergunning voor het gecontroleerde voertuig kan niet onmiddellijk worden aangetoond of vastgesteld in het eRegister van wegvervoersondernemingen. - Verordening (EG) nr.1072/2009 (2), art. 3.
- Wet van 15 juli 2013 (3), art. 16, 18, 25, 26, 27 en 33, § 4, 2°, a1.
- K.B. van 22 mei 2014 (4), art. 21, eerste lid, 3°, 35, 2° en 42, 2°.
990 €
5.b. De voorgelegde vergunning (1) bevat onleesbare vermeldingen waardoor identificatie/controle onmogelijk is, of is oncontroleerbaar t.g.v. plastificering, maar het bestaan van een vergunning voor het gecontroleerde voertuig wordt onmiddellijk aangetoond of vastgesteld in het eRegister van wegvervoersondernemingen. - Verordening (EG) nr.1072/2009 (2), art. 3.
- Wet van 15 juli 2013 (3), art. 16, 18, 25, 26, 27 en 33, § 4, 2°, a1.
- K.B. van 22 mei 2014 (4), art. 21, eerste lid, 3°, 35, 2° en 42, 2°.
55 €
6. De voorgelegde vergunning (1) bevindt zich in handen van een andere onderneming dan de erop vermelde. - Verordening (EG) nr.1072/2009 (2), art. 3.
- Wet van 15 juli 2013 (3), art. 16, 18, 25 en 27.
- K.B. van 22 mei 2014 4), art. 21, eerste lid, 1° en 35, 1°.
990 €
7. De voorgelegde vergunning (1) is ongeldig wegens overlading of overschrijding van de afmetingen. - Wet van 15 juli 2013 (3), art. 16, 18, 25, 27 en 35, § 2.
- K.B. van 22 mei 2014 (4). art. 21, eerste lid, 5° en 35, 4°.
(6)
8. De voorgelegde vergunning internationaal vervoer of de cabotagevergunning, en/of het bijgevoegde vervoersverslag werd niet of onvolledig ingevuld. - Wet van 15 juli 2013 (3), art. 27.
- K.B. van 22 mei 2014 (4), art. 35, 3° en 42, 3°.
990 €
9. De voorgelegde ECMT - vergunning wordt gebruikt voor meer dan het toegelaten aantal beladen ritten. - Wet van 15 juli 2013 (3), art. 25 en 27.
- K.B. van 22 mei 2014 (4), art. 31.
1.980 €
10. Het gecontroleerde voertuig voert een onwettig cabotagevervoer uit. - Verordening (EG) nr.1072/2009 (2), art. 8, tweede en derde lid. 1.980 € per onwettig verrichte cabotagerit
11.a. Er is geen bestuurdersattest aanwezig in het voertuig en het bestaan ervan kan niet onmiddellijk worden aangetoond of vastgesteld in het eRegister van wegvervoersondememingen. - Verordening (EG) nr.1072/2009 (2), art. 3.
- Wet van 15 juli 2013 (3), art. 21 en 33, § 4, 2°, a2.
990 €
11.b. Er is geen bestuurdersattest aanwezig in het voertuig, maar het bestaan ervan kan onmiddellijk worden aangetoond of vastgesteld in het eRegister van wegvervoersondernemingen. - Verordening (EG) nr.1072/2009 (2), art. 3.
- Wet van 15 juli 2013 (3), art. 21 en 33, § 4, 2°, a2.
55 €
12. De voorgelegde vergunning (1) is nagemaakt of de erop voorkomende gegevens werden vervalst. - Verordening (EG) nr.1072/2009 (2), art. 3.
- Wet van 15 juli 2013 (3), art. 16, 18, 25. 26, 27 en 33, § 4, 2°, a1.
3.960 €
13. Het voorgelegde bestuurdersattest is nagemaakt of de erop voorkomende gegevens werden vervalst, of het bevindt zich onrechtmatig in handen van de bestuurder. - Verordening (EG) nr.1072/2009 (2), art. 3.
- Wet van 15 juli 2013 (3), art. 21 en 33, § 4, 2°, a2.
3.960 €
14. De bestuurder weigert de vergunning (1) voor controle over te leggen. - Verordening (EG) nr.1072/2009 (2), art. 3.
- Wet van 15 juli 2013 (3), art. 16, 18, 25, 26, 27 en 33, § 4, 2°, a1.
3.960 €
15. De bestuurder weigert het bestuurdersattest voor controle over te leggen. - Verordening (EG) nr.1072/2009 (2), art. 3.
- Wet van 15 juli 2013 (3), art. 21 en 33, § 4, 2°, a2.
3.960 €

(1) Al naargelang het geval wordt in deze rubriek onder “vergunning” verstaan: het voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de nationale (Belgische) vergunning, het voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning, het origineel van de vergunning internationaal vervoer (of een daarmee gelijkgesteld document) of het origineel van de cabotagevergunning (of een daarmee gelijkgesteld document).

(2) Verordening (EG) nr. 1072/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor de toegang tot de markt van het internationaal goederenvervoer over de weg.

(3) Wet van 15 juli 2013 betreffende het goederenvervoer over de weg en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondememer uit te oefenen en tot intrekking van Richtlijn 96126/EG van de Raad en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1072/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de markt voor internationaal goederenvervoer over de weg.

(4) Koninklijk besluit van 22 mei 2014 betreffende het goederenvervoer over de weg.

(5) In deze rubriek wordt onder “vergunning” verstaan: het voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de Belgische nationale vergunning of van de Belgische communautaire vergunning.

(6) De boete wordt gemoduleerd in functie van het percentage van overschrijding van de afmetingen en massa’s (zie tabel in aanhangsel 1).

Aanhangsel 1 : Overschrijding van de maximaal toegelaten massa en de maximale afmetingen

Percentage waarmee het maximum wordt overschreden Overschrijding van de maximaal toegelaten massa en de maximale afmetingen t.g.v. de lading Overschrijding van de maximaal toegelaten massa t.g.v. wijzigingen aangebracht aan het voertuig Overschrijding van de maximale afmetingen t.g.v. wijzigingen aangebracht aan het voertuig
tot 5% 66 € 90 € 90 €
meer dan 5% tot 10% 330 € 453 € 453 €
meer dan 10% tot 15% 616 € 847 € 847 €
meer dan 15% tot 20% 880 € 1.210 € 1.210 €
meer dan 20% tot 30% 1.100 € 1.512 € 1.512 €
meer dan 30% tot 40% 1.232 € 1.694 € 1.694 €
meer dan 40% 1.364 € 1.875 € 1.875 €

b) Goederenvervoer over de weg – vrachtbrief

  Inbreuk Reglementering Te innen som (EUR)
1. Er is geen voor de zending opgemaakte vrachtbrief aanwezig in het voertuig.
  • Wet 15 juli 2013, art. 29, § 1 (1).
1.000
2. Niet alle verplichte rubrieken op de vrachtbrief werden ingevuld (*):
  • MB van 23 mei 2014, art. 33, § 2, art. 34 en 35 (2).
 
  a)    De rubrieken “laadplaats” of “losplaats” werden niet ingevuld;   1.000
  b)    Meer dan twee rubrieken (andere dan onder a) werden niet ingevuld;   1.000
  c)    Twee rubrieken (andere dan onder a) werden niet ingevuld;   700
  d)    Eén rubriek (ander dan onder a) werd niet ingevuld.   350

(1) Wet van 15 juli 2013 betreffende het goederenvervoer over de weg en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1071/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen en tot intrekking van Richtlijn 96/26/EG van de Raad en houdende uitvoering van de Verordening (EG) nr. 1072/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de markt voor internationaal goederenvervoer over de weg;

(2) Ministerieel besluit van 23 mei 2014 genomen ter uitvoering van het koninklijk besluit van 22 mei 2014 betreffende het goederenvervoer over de weg.

(*) Worden beschouwd als verplichte rubrieken: afzender of commissionair, geadresseerde, inontvangstneming van de goederen, aflevering, hoofdvervoerder, vervoerde goederen, plaats en datum van opmaak, handtekening en stempel van de werkelijke vervoerder en in voorkomend geval: ondervervoerder, opvolgende vervoerder.

c) Rij- en rusttijden

  Inbreuk Reglementering Te innen som (EUR)
  Rijtijden    
1. De maximaal toegestane dagelijkse rijtijd werd overschreden.
  • Verordening (EG) nr. 561/2006, art. 6, lid 1 (1);
  • AETR, art. 6, lid 1 (2).
(a)
2. De maximaal toegestane ononderbroken rijtijd werd overschreden.
  • Verordening (EG) nr. 561/2006, art. 7;
  • AETR, art. 7.
(b)
3. De maximaal toegestane wekelijkse rijtijd werd overschreden.
  • Verordening (EG) nr. 561/2006, art. 6, lid 2;
  • AETR, art. 6, lid 2.
110 (c)
4. De maximaal toegestane tweewekelijkse rijtijd werd overschreden.
  • Verordening (EG) nr. 561/2006, art. 6, lid 3;
  • AETR, art. 6, lid 3.
110 (c)
  Rusttijden    
5. De minimale verplichte dagelijkse rusttijd werd niet in acht genomen.
  • Verordening (EG) nr. 561/2006, art. 8 en 9;
  • AETR, art. 8.
55 (d)
6. De minimale verplichte wekelijkse rusttijd werd niet in acht genomen.
  • Verordening (EG) nr. 561/2006, art. 8;
  • AETR, art. 8.
110 (e)
  Diversen    
7. De minimumleeftijd van de bijrijder of conducteur werd niet gerespecteerd.
  • Verordening (EG) nr. 561/2006, art. 5;
  • AETR, art. 5.
82
8. De op het ogenblik van de controle verplicht te nemen normale wekelijkse rusttijd, wordt genomen aan boord van het voertuig.
  • Verordening (EG) nr. 561/2006, art. 8, leden 6 en 8;
  • AETR, art. 8, leden 6 en 8.
1.800
9. De toegestane wekelijkse arbeidstijd is overschreden.
  • KB van 17 oktober 2016, art. 43 (3).
44 (f)

(1) Verordening (EG) nr. 561/2006 van 15 maart 2006 tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer, tot wijziging van Verordeningen (EEG) nr. 3821/85 en (EG) nr. 2135/98 van de Raad en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad;

(2) Europese Overeenkomst van 1 juli 1970 nopens de arbeidsvoorwaarden voor de bemanningen van motorrijtuigen in het internationaal vervoer over de weg;

(3) Koninklijk besluit van 17 oktober 2016 inzake de tachograaf en de rij- en rusttijden;

(a) De boete wordt gemoduleerd in functie van het aantal uren overschrijding van de dagelijkse rijtijd en het grootste aantal uren achtereenvolgende rusttijd in de beschouwde periode (zie tabel in aanhangsel 2);

(b) De boete wordt gemoduleerd in functie van het aantal uren waarmee de maximaal toegestane ononderbroken rijtijd werd overschreden alvorens de bestuurder een onderbreking van in totaal 45 minuten heeft genomen en de duur van de langste aaneengesloten onderbreking tijdens de beschouwde rijtijd (zie tabel in aanhangsel 3);

(c) Per aangevat uur waarmee de toegelaten (twee)wekelijkse rijtijd wordt overschreden;

(d) Per aangevatte schijf van 30 minuten ontbrekende dagelijkse rusttijd;

(e) Per aangevat ontbrekend uur wekelijkse rusttijd;

(f) Per aangevat uur van de arbeidstijd die de toegelaten arbeidstijd overschrijdt (inbreuk geldt uitsluitend voor zelfstandige bestuurders).

Aanhangsel 2 : Overschrijding van de maximale dagelijkse rijtijd

  Minder dan 3 uren (a) (EUR) Van 3 uren tot minder dan 5 uren (a) (EUR) Van 5 uren tot minder dan 7 uren (a) (EUR)
1 uur of minder (b) 132 110 88
meer dan 1 uur tot 2 uren (b) 198 170 143
meer dan 2 uren tot 3 uren (b) 330 286 242
meer dan 3 uren tot 5 uren (b) 495 418 341
meer dan 5 uren tot 8 uren (b) 968 825 682
meer dan 8 uren tot 12 uren (b) 1.452 1.243 1.034
meer dan 12 uren (b) 1.760 1.496 1.232

(a) De langste periode van ononderbroken rusttijd in de beschouwde periode van dagelijkse rijtijd;

(b) Het aantal uren dagelijkse rijtijd waarmee de toegelaten dagelijkse rijtijd (9 of 10 uren) wordt overschreden.

Aanhangsel 3 : Overschrijding van de maximaal toegestane ononderbroken rijtijd

  Geen onderbreking van minstens 15 minuten (a) (EUR) Van 15 minuten tot minder dan 30 minuten (a) (EUR) Van 30 minuten tot minder dan 45 minuten (a) (EUR)
15 minuten of minder (b) 44 33 22
meer dan 15 minuten tot 30 minuten (b) 88 66 44
meer dan 30 minuten tot 1 uur (b) 132 99 66
meer dan 1 uur tot 2 uren (b) 264 198 132
meer dan 2 uren tot 3 uren (b) 440 330 220
meer dan 3 uren tot 5 uren (b) 660 495 330
meer dan 5 uren tot 8 uren (b) 1.452 968 660
meer dan 8 uren (b) 2.200 1.606 1.100

(1) Duur van de langste aaneengesloten onderbreking tijdens de beschouwde rijtijd. Een onderbreking van minder dan 15 minuten wordt niet in aanmerking genomen;

(2) De rijtijd waarmee de toegelaten ononderbroken rijtijd (4u30) wordt overschreden.

d) Tachograaf

  Inbreuk Reglementering Te innen som (EUR)
  Installatie en constructie van de tachograaf    
1. Er is geen tachograaf geïnstalleerd in het voertuig terwijl het voertuig of het vervoer niet is vrijgesteld van het gebruik van de tachograaf.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014 (1), art. 3;
  • AETR, art. 2 en 10;
  • KB van 17 oktober 2016, art. 3.
2.640
2. Er is een analoge tachograaf in het voertuig geïnstalleerd terwijl het voertuig uitgerust diende te zijn met een digitale tachograaf.
  • Verordening (EG) nr. 2135/98 (2), art. 2, lid 1;
  • AETR, art. 13, lid 1.
1.320
3. De tachograaf in het voertuig is niet conform de verplichtingen en voorschriften voorzien in de regelgeving met betrekking tot de constructie, de installatie, de werking of de herstelling, bijvoorbeeld:
  • Installatie of herstelling door een niet-erkende installateur of werkplaats;
  • Afwezige of onregelmatige verzegelingen;
  • Afwezig of ongeldig installatieplaatje;
  • Herstellingen niet gebeurd overeenkomstig de voorschriften;
  • De tachograaf is uitgevallen of werkt gebrekkig;
  • De tachograaf werd niet geijkt.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 1, 11, 22, 23 en 24.
  • AETR, art. 10 en art. 9 van de bijlage;
  • KB van 17 oktober 2016, art. 6, 18, 27 en 28.
1.320
4. De gegevens op het installatieplaatje komen niet overeen met de feitelijke gegevens.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 1, 21, 22 en 23;
  • AETR, art. 10.
  • KB van 17 oktober 2016, art. 27 en 28.
1.320
  Gebruik van de tachograaf    
5. De tachograaf in het voertuig wordt niet gebruikt terwijl het voertuig of het vervoer niet is vrijgesteld van het gebruik van de tachograaf.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 3;
  • AETR, art. 2 en 10;
  • KB van 17 oktober 2016, art. 3.
2.640
6. De schakelorganen worden niet of onjuist gebruikt.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 34, lid 5;
  • AETR, art. 12, lid 3 van de bijlage.
550
7. De landcode werd niet ingevoerd in de digitale tachograaf.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 34, leden 5 en 7;
  • AETR, art. 12, leden 5 en 5bis van de bijlage.
55
8. De bestuurder heeft de tijdgroepen niet handmatig ingevoerd terwijl hij van het voertuig afwezig was en kan geen verklaring van activiteiten voorleggen.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 34, lid 3;
  • AETR, art. 12, lid 2 van de bijlage;
  • KB van 17 oktober 2016, art. 38.
1.320
9. Bij meervoudige bemanning:
  • Gebeurden de registraties op het verkeerde registratieblad (analoge tachograaf);
  • Werden de bestuurderskaarten van elke chauffeur niet in de juiste lezer van de tachograaf gebracht (digitale tachograaf).
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 34, lid 4;
  • AETR, art. 12, lid 2 van de bijlage.
1.320
  Fraude    
10. De tachograaf werd frauduleus gemanipuleerd via het verhinderen van een correcte registratie, via het wijzigen of wissen van gegevens in het geheugen, via het ontoegankelijk maken of vernietigen van geregistreerde gegevens of via de aanwezigheid van een voorziening met de intentie tot bovengenoemde inbreuken.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 32, lid 3;
  • AETR, art. 12, lid 8 van de bijlage.
5.280
11. De bestuurder weigert de tachograaf te laten controleren.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 36 en 38;
  • AETR, art. 12, lid 7 van de bijlage.
5.280

(1) Verordening (EU) nr. 165/2014 van het Europees Parlement en van de Raad van 4 februari 2014 betreffende tachografen in het wegvervoer, tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad betreffende het controleapparaat in het wegvervoer en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad tot harmonisatie van bepaalde voorschriften van sociale aard voor het wegvervoer;

(2) Verordening (EG) nr. 2135/98 van de Raad van 24 september 1998 tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 3821/85 betreffende het controleapparaat in het wegvervoer en tot wijziging van Richtlijn 88/599/EEG betreffende standaardprocedures voor de controle op de toepassing van Verordening (EEG) nr. 3820/85 en Verordening (EEG) nr. 3821/85.

e) Bestuurderskaart

  Inbreuk Reglementering Te innen som (EUR)
  Geldigheid    
1. De bestuurderskaart is niet geldig omdat de geldigheidsduur ervan verstreken is (*).
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 26 en 27;
  • AETR, art. 11, lid 4 en 12, lid 2 van de bijlage.
1.320
2. De bestuurderskaart is niet geldig wegens defect of beschadiging en de vaststelling door controle gebeurt meer dan 15 kalenderdagen (of later als dit noodzakelijk is om het voertuig naar het bedrijf terug te rijden) na het begin van de beschadiging of het defect.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 27 en 29;
  • AETR, art. 13, lid 3 van de bijlage.
1.320
3. De bestuurder is houder van een bestuurderskaart maar kan deze niet voorleggen wegens verlies of diefstal en de vaststelling door controle gebeurt meer dan 15 kalenderdagen (of later als dit noodzakelijk is om het voertuig naar het bedrijf terug te rijden) na het verlies of diefstal.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 29;
  • AETR, art. 13, lid 3 van de bijlage.
1.320
4. De bestuurder is houder van een bestuurderskaart maar kan deze niet voorleggen en kan tevens geen bewijs voorleggen van aangifte van diefstal of verlies van deze kaart.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 29;
  • AETR, art. 13, lid 3 van de bijlage.
2.640
5. De bestuurder is geen houder van een bestuurderskaart terwijl het voertuig of het vervoer niet is vrijgesteld van het gebruik van de tachograaf (*).
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 3, 32, 33 en 34;
  • AETR, art. 2 en 10;
  • KB van 17 oktober 2016, art. 3.
2.640
  Gebruik    
6. De bestuurderskaart werd niet in de tachograaf ingebracht, terwijl het voertuig of het vervoer niet vrijgesteld is van het gebruik van de tachograaf (*).
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 34, lid 1;
  • AETR; art. 12, lid 2 van de bijlage.
2.640
7. De bestuurderskaart werd zonder geldige reden vóór het einde van de werkdag uit de tachograaf gehaald, terwijl het voertuig werd gebruikt (*).
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 34, lid 1;
  • AETR; art. 12, lid 2 van de bijlage.
1.320
8. De bestuurderskaart werd zonder geldige reden vóór het einde van de werkdag uit de tachograaf gehaald, terwijl het voertuig niet in beweging was (*)
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 34, lid 1;
  • AETR; art. 12, lid 2 van de bijlage.
55
  Fraude    
9. De bestuurder heeft de bestuurderskaart frauduleus gebruikt, bijvoorbeeld door:
  • het gebruik of het bezit van een kaart waarvan een andere persoon  houder is;
  • het beurtelings gebruik van twee of meerdere kaarten toegekend aan verschillende bestuurders, waarvan hij al dan niet houder is;
  • het gebruik van een als verloren of gestolen gemelde kaart;
  • het beurtelings gebruik van meerdere kaarten waarvan hij houder is;
  • het gebruik van een vervalste of valse kaart of van een kaart waarvan de geregistreerde gegevens ontoegankelijk gemaakt of vernietigd werden.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 27, 29, 32, 33, 34, 35, 36 en 37;
  • AETR, art. 11, lid 4 en art. 12, lid 8 van de bijlage.
5.280
10. De bestuurder weigert de bestuurderskaart voor te leggen.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 36 en 38;
  • AETR, art. 12, lid 7 van de bijlage.
5.280

(*) De inbreuken zijn uitsluitend van toepassing in het geval de bestuurder op dat moment een voertuig bestuurt dat is uitgerust met een digitale tachograaf.

f) Afdruk van de door de digitale tachograaf geregistreerde gegevens

  Inbreuk Reglementering Te innen som (EUR)
  Algemeen    
1. In de gevallen dat de bestuurderskaart beschadigd is, gebrekkig werkt of niet in het bezit van de bestuurder is/was (wegens verlies of diefstal) kan de bestuurder geen afdruk van de door de digitale tachograaf geregistreerde gegevens voorleggen en/of heeft de bestuurder nagelaten om op de afdruk de niet-geregistreerde gegevens, zijn naam en het nummer van zijn rijbewijs of bestuurderskaart te vermelden (voor zover de identificatie van de bestuurder onmogelijk is).
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 29 en 35;
  • AETR, art. 13, leden 2 en 3.
1.320
2. De door de digitale tachograaf afgedrukte gegevens zijn onleesbaar geworden ten gevolge van een onzorgvuldigheid of nalatigheid van de bestuurder.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, 29 en 35;
  • AETR, art. 13, leden 2 en 3.
1.320
3. Er is onvoldoende papier aanwezig om de te controleren gegevens van de lopende dag en van de voorgaande 28 dagen af te drukken.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 33, lid 1;
  • AETR, art. 11, lid 1.
55
  Fraude    
4. De door de digitale tachograaf afgedrukte gegevens werden vervalst, gewist of vernietigd.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 32, lid 3;
  • AETR, art. 12, lid 8 van de bijlage.
5.280
5. De bestuurder weigert de afdruk van de door de digitale tachograaf geregistreerde gegevens voor controle over te leggen.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 36;
  • AETR, art. 12, lid 7 van de bijlage.
5.280

g) Registratiebladen

  Inbreuk Reglementering Te innen som (EUR)
  Voorleggen van registratiebladen    
1. De bestuurder is niet in staat één of meer van de  registratiebladen (of tijdelijke bladen) voor te leggen voor controle.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 34, lid 1 en art. 36, leden 1 en 2;
  • AETR, art. 12, leden 1 en 7 van de bijlage.
1.320
  Gebruik    
2. Eén of meer van de gebruikte registratiebladen hebben niet het goedgekeurde model en/of zijn niet geschikt voor gebruik in de in het voertuig geïnstalleerde tachograaf, waardoor er geen relevante gegevens werden geregistreerd.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 34, lid 1;
  • AETR, art. 11, lid 1.
1.320
3. Eén of meer van de registratiebladen zijn ten gevolge van bevuiling en/of beschadiging onleesbaar en/of oncontroleerbaar en zijn niet vergezeld van een reserveblad.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 34, lid 2;
  • AETR, art. 12, lid 1.
1.320
4. Eén of meer van de registratiebladen werden zonder geldige reden vóór het einde van de werkdag uit de tachograaf gehaald en/of deze laatste werd vóór het einde van de werkdag geopend (uitgezonderd geval g5).
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 34, lid 1;
  • AETR, art. 12, lid 2.
1.320
5. Eén of meer van de  registratiebladen werden zonder geldige reden vóór het einde van de werkdag uit tachograaf gehaald en/of dit laatste werd vóór het einde van de werkdag geopend, maar de controle op de rij- en rusttijden komt niet in het gedrang.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 34, lid 1;
  • AETR, art. 12, lid 2.
55
6. De bestuurder ziet niet toe op de juiste toepassing van de reglementering.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 32, lid 1;
  • Verordening (EG) nr. 561/2006, art. 10, lid 2.
  • AETR, art. 10 van de bijlage.
55
7. De bestuurder heeft meer dan één registratieblad per werkdag gebruikt tenzij dit bij wisseling van voertuig noodzakelijk is opdat het registratieblad het goedgekeurde model heeft dat geschikt is voor gebruik in de in het voertuig geïnstalleerde tachograaf.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 34, lid 1;
  • AETR, art. 12, lid 2 van de bijlage.
1.320
8. De bestuurder heeft één of meer van de registratiebladen langer dan 24 uren in de tachograaf gelaten waardoor de rijtijdlijn overschreven is met als gevolg dat de controle onmogelijk wordt.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 34, lid 1;
  • AETR, art. 12, lid 2 van de bijlage.
1.320
9. De bestuurder heeft de tijdgroepen niet op één of meer van de  registratiebladen geregistreerd terwijl hij van het voertuig verwijderd was en kan geen verklaring van activiteiten voorleggen.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 34, lid 3;
  • AETR, art. 12, lid 2 van de bijage.
1.320
10. De tijdsaanduiding op het registratieblad is niet in overeenstemming met de wettelijke tijd van het land waar het voertuig is ingeschreven.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 34, lid 5, a);
  • AETR, art. 12, lid 3 van de bijlage.
1.320
11. De bestuurder heeft nagelaten één of meerdere van de volgende gegevens op één of meer van de registratiebladen aan te brengen:
  • naam en voornaam van de bestuurder (voor zover identificatie van de bestuurder op basis van het registratieblad in samenlezing met het rijbewijs en het identiteitsbewijs onmogelijk is);
  • datum bij begin van gebruik van het registratieblad;
  • het nummer van de kentekenplaat van het voertuig.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 34, lid 6;
  • AETR, art. 12, lid 5 van de bijlage.
1.320
12. De bestuurder heeft nagelaten één of meerdere van de volgende gegevens op één of meer van de  registratiebladen aan te brengen:
  • datum bij einde van gebruik van het registratieblad;
  • de kilometerstanden bij het begin van de eerste rit, aan het einde van de laatste rit en bij een eventuele wisseling van voertuig;
  • het tijdstip van eventuele wisseling van voertuig;
  • de plaats bij begin en einde van gebruik van het registratieblad.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 34, lid 6;
  • AETR, art. 12, lid 5 van de bijlage.
55
13. De bestuurder heeft de aantekeningen op de registratiebladen of op het tijdelijke blad (te gebruiken gedurende de tijd dat de tachograaf niet of gebrekkig werkt) niet overeenkomstig de voorschriften opgemaakt: de gegevens betreffende de tijdgroepen en/of de naam en/of het nummer van het rijbewijs van de bestuurder werden niet vermeld zodat zijn identificatie niet mogelijk is (uitgezonderd geval g14).
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 37, lid 2;
  • AETR, art. 13, lid 2 van de bijlage.
1.320
14. De bestuurder heeft de aantekeningen op de registratiebladen of op het tijdelijk blad (te gebruiken gedurende de tijd dat de tachograaf niet of gebrekkig werkt) niet overeenkomstig de voorschriften opgemaakt: de naam en/of het nummer van het rijbewijs van de bestuurder werden niet of onvolledig vermeld maar identificatie van de bestuurder blijft mogelijk.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 37, lid 2;
  • AETR, art. 13, lid 2 van de bijlage.
55
  Fraude    
15. De bestuurder legt een valse verklaring van activiteiten voor.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 36;
  • AETR, art. 12, lid 7 van de bijlage.
5.280
16. Gegevens op één of meer van de  registratiebladen werden vervalst, gewist of vernietigd.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 32, lid 2;
  • AETR, art. 12, lid 8 van de bijlage.
5.280
17. De bestuurder weigert één of meer van de registratiebladen (of tijdelijke bladen) voor te leggen voor controle.
  • Verordening (EU) nr. 165/2014, art. 34, lid 1 en art. 36, leden 1 en 2;
  • AETR, art. 12, lid 7 van de bijlage.
5.280

i) Reizigersvervoer over de weg – controle- en vergunningsdocumenten

1. Voertuigen aangewend door een in België gevestigde onderneming

Inbreuk Reglementering Te innen som
1.1 Tijdens het verrichten van een ongeregeld vervoer of van een internationaal geregeld vervoer bevindt er zich geen voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning in het voertuig en het bestaan ervan kan niet onmiddellijk worden aangetoond of vastgesteld in het eRegister van wegvervoersondernemingen. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 4 en 19;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 4;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 9.
990 €
1.2 Tijdens het verrichten van een ongeregeld vervoer of van een internationaal geregeld vervoer is het voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de Belgische communautaire vergunning ongeldig omdat de kentekenplaat van het voertuig niet is opgenomen in het eRegister van wegvervoersondernemingen. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 4 en 19;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 12, § 1, 4°.
990 €
1.3 Tijdens het verrichten van een ongeregeld vervoer bevindt er zich geen geldig reisblad (noch het document dat het reisblad vervangt bij nationaal ongeregeld vervoer) in het voertuig en het bestaan ervan kan niet onmiddellijk worden aangetoond. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 12 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014 (4), art. 1, 2, 6 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 2 en 9.
990 €
1.4 Tijdens het verrichten van ongeregeld vervoer bevindt zich in het voertuig een reisblad waarop niet de in artikel 12.3 van verordening nr. 1073/2009 genoemde minimale gegevens worden vermeld. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 12 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014 (4), art. 1, 2, 6 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 2 en 9.
990 €
1.5 Tijdens het verrichten van ongeregeld vervoer bevindt zich in het voertuig een reisblad waarop andere dan de in artikel 12.3 van verordening (EG) nr. 1073/2009 genoemde minimale gegevens ontbreken (kentekenplaat voertuig, naam bestuurder(s), aantal passagiers). - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 12 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014 (4), art. 1, 2, 6 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 2 en 9.
55 €
1.6 Tijdens het verrichten van een internationaal geregeld vervoer bevindt zich geen vergunning voor internationaal geregeld vervoer in het voertuig en het bestaan ervan  kan niet onmiddellijk worden aangetoond. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 5, 6 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014 (4), art. 8 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 4 en 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 5 en 9.
990 €
1.7 Tijdens het verrichten van de onder de punten 1.1 tot 1.4 en 1.6 vermelde vervoerdiensten bevindt er zich geen voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning, reisblad (of het document dat het reisblad vervangt bij nationaal ongeregeld vervoer) of vergunning voor internationaal geregeld vervoer in het voertuig maar het bestaan van het document wordt onmiddellijk aangetoond of vastgesteld in het eRegister van wegvervoersondernemingen. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 4, 5, 12 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014 (4), art. 1, 2, 6, 8 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 4 en 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 2, 5 en 9.
55 € (5)

2. In een andere lidstaat van de EER of in Zwitserland gevestigde ondernemingen

Inbreuk Reglementering Te innen som
2.1 Tijdens het verrichten van een internationaal ongeregeld vervoer of van een internationaal geregeld vervoer bevindt er zich geen geldig gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning of soortgelijke Zwitserse vergunning in het voertuig en het bestaan ervan kan niet onmiddellijk worden aangetoond. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 4, 14 en 19.
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 9.
990 €
2.2 Tijdens het verrichten van een internationaal ongeregeld vervoer bevindt er zich geen geldig reisblad in het voertuig en het bestaan ervan kan niet onmiddellijk worden aangetoond. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 12 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014 (4), art. 1, 2, 6 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 3 en 9.
990 €
2.3 Tijdens het verrichten van internationaal ongeregeld vervoer bevindt zich in het voertuig een reisblad waarop niet de in artikel 12.3 van verordening (EG) nr. 1073/2009 genoemde minimale gegevens worden vermeld. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 12 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014 (4), art. 1, 2, 6 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 3 en 9.
990 €
2.4 Tijdens het verrichten van internationaal ongeregeld vervoer bevindt zich in het voertuig een reisblad waarop andere dan de in artikel 12.3 van verordening (EG) nr. 1073/2009 genoemde minimale gegevens ontbreken (kentekenplaat voertuig, naam bestuurder(s), aantal passagiers). - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 12 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014 (4), art. 1, 2, 6 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 3 en 9.
55 €
2.5 Tijdens het verrichten van ongeregeld cabotagevervoer bevindt er zich geen geldig reisblad in het voertuig en het bestaan ervan kan niet onmiddellijk worden aangetoond. - Verordening (EG) nr. 1073/2009(1), art. 17;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 3 en 9.
990 €
2.6 Tijdens het verrichten van ongeregeld cabotagevervoer bevindt zich in het voertuig een reisblad waarop niet de in artikel 17.2 van verordening (EG) nr. 1073/2009 genoemde gegevens werden vermeld. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 17;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 3 en 9.
990 €
2.7 Tijdens het verrichten van ongeregeld cabotagevervoer bevindt zich in het voertuig een reisblad waarop andere dan de in artikel 17.2 van verordening (EG) nr. 1073/2009 genoemde gegevens ontbreken (kentekenplaat voertuig, naam bestuurder(s), aantal passagiers). - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 17;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 3 en 9.
55 €
2.8 Tijdens het verrichten van een internationaal geregeld vervoer bevindt er zich geen geldige vergunning voor internationaal geregeld vervoer in het voertuig en het bestaan ervan kan niet onmiddellijk worden aangetoond. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 5, 6 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014 (4), art. 8 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 5 en 9.
990 €
2.9. Tijdens het verrichten van internationaal vervoer voor eigen rekening bevindt er zich geen geldig attest in het voertuig en het bestaan ervan kan niet onmiddellijk worden aangetoond. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 5 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014 (4), art. 9 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 7 en 9.
990 €
2.10 Tijdens het verrichten van de onder de punten 2.1, 2.2, 2.3, 2.5., 2.6., 2.8 en 2.9 vermelde vervoerdiensten bevindt er zich geen geldig voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning, soortgelijke Zwitserse vergunning, vergunning internationaal geregeld vervoer, reisblad of attest in het voertuig, maar het bestaan van het geldig document wordt onmiddellijk aangetoond. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 4, 5, 12, 14, 15, 17 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014 (4), art. 1, 2, 6, 8, 9 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 3, 5, 7 en 9.
55 € (5)

3. Buiten de EER of Zwitserland gevestigde ondernemingen

Inbreuk Reglementering Te innen som
3.1 Tijdens het verrichten van een internationaal niet-vrijgesteld ongeregeld vervoer bevindt er zich geen geldige vergunning voor internationaal ongeregeld vervoer in het voertuig en het bestaan ervan kan niet onmiddellijk worden aangetoond. - Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 4 en 9.
990 €
3.2 Tijdens het verrichten van een internationaal geregeld vervoer bevindt er zich geen geldige vergunning voor internationaal geregeld vervoer in het voertuig en het bestaan ervan kan niet onmiddellijk worden aangetoond. - Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 5 en 9.
990 €
3.3 Tijdens het verrichten van een aan vergunning onderworpen internationaal pendelvervoer bevindt er zich geen geldige pendelvervoervergunning in het voertuig en het bestaan ervan kan niet onmiddellijk worden aangetoond. - Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 8 en 9.
990 €
3.4 Tijdens het verrichten van een internationaal vervoer ontbreekt een geldige bilaterale vervoervergunning in het voertuig (in geval dat het betrokken bilateraal akkoord in deze vergunning voorziet). - Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 8 en 9.
990 €
3.5 Het voertuig verricht niet toegelaten cabotagevervoer op Belgisch grondgebied. - Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 8.
990 €
3.6 Tijdens het verrichten van ongeregeld vervoer bevindt er zich geen geldig reisblad in het voertuig en het bestaan ervan kan niet onmiddellijk worden aangetoond. - Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 4, 8 en 9.
990 €
3.7 Tijdens het verrichten van een niet aan vergunning onderworpen internationaal pendelvervoer bevindt er zich geen geldig reisblad in het voertuig en het bestaan ervan kan niet onmiddellijk worden aangetoond. - Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 4, 8 en 9.
990 €
3.8 Tijdens het verrichten van de onder de punten 3.1 tot en met 3.4, 3.6 en 3.7 vermelde vervoerdiensten bevindt er zich geen vergunning of reisblad in het voertuig, maar het bestaan van het document wordt onmiddellijk aangetoond. - Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 4, 5, 8 en 9.
55 € (5)

4. De voorgelegde vergunning, het voorgelegde attest of reisblad

  • is vervalst of voor controledoeleinden onbruikbaar gemaakt;
  • de erop voorkomende gegevens werden vervalst of voor controledoeleinden onbruikbaar gemaakt;
  • wordt op een frauduleuze wijze gebruikt.
Inbreuk Reglementering Te innen som
4.1 Voertuigen aangewend door een in België gevestigde onderneming    
4.1.1. Voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning bij ongeregeld of internationaal geregeld vervoer. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 4 en 19;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 4;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 9.
3.960 €
4.1.2. Reisblad bij ongeregeld vervoer (of het document dat het reisblad vervangt bij nationaal ongeregeld vervoer). - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 12 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014 (4), art. 1, 2, 6 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 2 en 9.
3.960 €
4.1.3. Vergunning voor internationaal geregeld vervoer. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 5, 6 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014 (4), art. 8 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 5 en 9.
3.960 €
4.2 In een andere lidstaat van de EER of in Zwitserland gevestigde ondernemingen.    
4.2.1. Voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning of soortgelijke Zwitserse vergunning bij ongeregeld of internationaal geregeld vervoer. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 4, 14 en 19.
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 9.
3.960 €
4.2.2. Vergunning bij internationaal geregeld vervoer of reisblad bij ongeregeld vervoer. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 5, 12, 17 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014, art. 1, 2, 6, 8 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 3, 5 en 9.
3.960 €
4.2.3. Attest in geval van vervoer voor eigen rekening, zoals bedoeld in punt 2.9. - Verordening (EG) nr. 1073/2009, art. 5 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014 (4), art. 9 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 7 en 9.
3.960 €
4.3 Buiten de EER of Zwitserland gevestigde ondernemingen    
4.3.1. Vergunning of reisblad naargelang de aard van de uitgevoerde diensten, zoals bedoeld in punt 3. - Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 4, 5, 8 en 9.
3.960 €

5. De bestuurder weigert de vergunning, het attest of het reisblad over te leggen voor controle

Inbreuk Reglementering Te innen som
5.1 Voertuigen aangewend door een in België gevestigde onderneming    
5.1.1. Gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning bij ongeregeld of internationaal geregeld vervoer. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 4 en 19;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 4;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 9.
3.960 €
5.1.2. Reisblad bij ongeregeld vervoer (of het document dat het reisblad vervangt bij nationaal ongeregeld vervoer). - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 12 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014 (4), art. 1, 2, 6 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 2 en 9.
3.960 €
5.1.3. Vergunning bij internationaal geregeld vervoer. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 5, 6 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014 (4), art. 8 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 5 en 9.
3.960 €
5.2 In een andere lidstaat van de EER of in Zwitserland gevestigde ondernemingen    
5.2.1. Voor eensluidend gewaarmerkt afschrift van de communautaire vergunning of soortgelijke Zwitserse vergunning bij ongeregeld of internationaal geregeld vervoer. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 4, 14 en 19.
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 9.
3.960 €
5.2.2. Vergunning bij internationaal geregeld vervoer of reisblad bij ongeregeld vervoer. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art.  5, 12, 17 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014 (4), art. 1, 2, 6, 8 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 3, 5 en 9.
3.960 €
5.2.3. Attest in geval van vervoer voor eigen rekening, zoals bedoeld in punt 2.9. - Verordening (EG) nr. 1073/2009 (1), art. 5 en 19;
- Verordening (EU) nr. 361/2014 (4), art. 9 en 11;
- Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 7 en 9.
3.960 €
5.3 Buiten de EER of Zwitserland gevestigde ondernemingen    
5.3.1. Vergunning of reisblad naargelang de aard van de uitgevoerde diensten, zoals bedoeld in punt 3. - Wet van 15 juli 2013 (2), art. 6;
- K.B. van 22 mei 2014 (3), art. 4, 5, 8 en 9.
3.960 €

(1) Verordening (EG) nr. 1073/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de internationale markt voor touringcar- en autobusdiensten en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 561/2006.

(2) Wet van 15 juli 2013 betreffende het reizigersvervoer over de weg en houdende uitvoering van de verordening (EG) nr. 1071/2009 van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels betreffende de voorwaarden waaraan moet zijn voldaan om het beroep van wegvervoerondernemer uit te oefenen en tot intrekking van richtlijn 96/26/EG van de Raad en houdende uitvoering van de verordening (EG) nr. 1073/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 21 oktober 2009 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor toegang tot de internationale markt voor touringcar- en autobusdiensten en tot wijziging van verordening (EG) nr. 561/2006.

(3) Koninklijk besluit van 22 mei 2014 betreffende het reizigersvervoer over de weg.

(4) Verordening (EU) nr. 361/2014 van de Commissie van 9 april 2014 houdende uitvoeringsbepalingen voor Verordening (EG) nr. 1073/2009 van het Europees Parlement en de Raad aangaande de documenten voor het internationale personenvervoer met touringcars en autobussen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2121/98 van de Commissie.

(5) Per afwezig document.

j) internationaal vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen en het gebruik van speciale vervoermiddelen bij dit vervoer

Zie paginas 8 en 9 van de PDF