20 JULI 2001. - Koninklijk besluit betreffende de inschrijving van voertuigen.
[BS 08.08.2001]

Hoofdstuk III. Bijzondere bepalingen

Afdeling 2. Verlies van het kentekenbewijs of van de kentekenplaat

Artikel 32

§ 1. De tenaamgestelde van de inschrijving, doet bij een politiedienst onverwijld aangifte van het feit dat zijn kentekenbewijs, een deel van zijn kentekenbewijs of zijn kentekenplaat zijn verloren, gestolen of teniet gegaan.

De aangifte mag eveneens worden gedaan door de autoriteit bevoegd voor de uitreiking van de kentekenbewijzen en kentekenplaten of door diens concessionaris in geval van verlies van kentekenbewijs of kentekenplaat tijdens het afleveringsproces.

De aangifte mag evenzo worden gedaan hetzij door de autoriteiten bevoegd voor of belast met de inbeslagname van voertuigen of de openbare verkoop van geïmmobiliseerde voertuigen, hetzij door een orgaan dat door voornoemde autoriteiten voor hetzelfde doel werd gemandateerd.

Als slechts een gedeelte van een meerdelig kentekenbewijs verloren, gestolen of vernietigd is, voegt de aanvrager het resterende gedeelte bij zijn aangifte.

De betrokken politiedienst geeft aan de tenaamgestelde van de inschrijving of aan de instellingen vernoemd in het tweede en derde lid een attest af waarin de aangifte wordt vastgesteld en maakt het overblijvende deel van het meerdelig kentekenbewijs ongeldig.

De aangever hecht op zijn beurt dit attest onmiddellijk aan zijn aanvraag tot herinschrijving, tot het verkrijgen van een duplicaat van kentekenbewijs of kentekenplaat of tot het bekomen van de schrapping van het inschrijvingsnummer van zijn kentekenplaat.De aanvraag zelf wordt ingediend binnen de vijftien dagen.

Indien echter de aangever het voertuig niet meer gebruikt en de bedoeling heeft het voertuig waarop het verloren, gestolen of teniet gegaan kentekenbewijs betrekking heeft te verkopen of af te staan, bezorgt hij het attest aan de volgende eigenaar.

§ 2. De per gewone post verzonden kentekenbewijzen of kentekenplaten die niet bij de bestemmeling werden afgeleverd en niet bij de Directie Inschrijvingen Voertuigen zijn teruggekeerd, worden de eerste veertien dagen na de datum van inschrijving niet vervangen.

Vanaf één maand na de datum van inschrijving wordt het onbestelbare kentekenbewijs vernietigd en de onbestelbare kentekenplaat van ambtswege geschrapt.

In dat geval mag de tenaamgestelde van de inschrijving slechts om een duplicaat of om een herinschrijving verzoeken op basis van het attest bedoeld in paragraaf 1.

Onmiddellijk na hun vervanging verliezen het onbestelbaar kentekenbewijs en de onbestelbare kentekenplaat hun geldigheid.

Artikel 33

Wie een kentekenbewijs, een deel ervan of een kentekenplaat vindt, geeft die af bij de dichtst bijgelegen politiedienst. Deze stuurt het gevonden voorwerp zo snel mogelijk terug aan de Directie Inschrijvingen Voertuigen, onverminderd de bepalingen van artikel 36.

Indien de tenaamgestelde van een verloren gegaan of gestolen kentekenbewijs, deel van een kentekenbewijs of kentekenplaat terug in het bezit ervan komt nadat hij een nieuw exemplaar heeft bekomen of nadat het inschrijvingsnummer van de kentekenplaat ondertussen geschrapt werd, bezorgt hij het teruggevonden exemplaar onmiddellijk terug aan de Directie Inschrijvingen Voertuigen.