23 MAART 1998. - Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs.
(B.S. 30.04.1998)

Titel III. Het rijbewijs

Hoofdstuk IV. Examens

Afdeling 1. Examencentra

Artikel 25

§ 1. Het theoretische en praktische examen bedoeld in artikel 23 § 1, 2° en 4° van de wet, worden afgelegd in de examencentra georganiseerd door de instellingen voor de automobielinspectie erkend overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 23 december 1994 tot vaststelling van de erkenningsvoorwaarden en de regeling van de administratieve controle van de instellingen belast met de controle van de in verkeer gebrachte voertuigen. De praktische examens voor het behalen van een rijbewijs geldig voor de categorie G kunnen, onder de door de Minister bepaalde voorwaarden, ook afgelegd worden in de landbouwscholen en in de landbouwopleidingscentra of in de rijscholen die onderricht verstrekken voor het besturen van voertuigen van de categorie G.

De kandidaten die een theoretische opleiding voor het besturen van de voertuigen van de categorie B hebben gevolgd in een school van het secundair onderwijs kunnen het theoretisch examen voor de categorie B in deze school afleggen.

De kandidaten leggen het theoretische en het praktische examen af ten overstaan van examinatoren, bedoeld in het artikel 26. Het theoretische examen kan eveneens afgelegd worden voor een aangestelde van de instelling, handelend onder de verantwoordelijkheid van de examinator.

§ 2. De Minister bepaalt het aantal van de examencentra, de plaats van hun vestiging, de grenzen van hun territoriale bevoegdheid en de regelen betreffende hun organisatie.

De erkende instellingen gedragen zich voor de uitvoering van hun opdracht naar de onderrichtingen welke hen door de Minister of door zijn gemachtigde gegeven worden.

§ 3. De bepalingen van deze afdeling zijn niet van toepassing op de examens voor het behalen van het rijbewijs voor het besturen van de voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E of de subcategorieën C1, C1+E, D1 en D1+E.

Artikel 25 Vlaams Gewest

§ 1. Het theoretische en praktische examen bedoeld in artikel 23 § 1, 2° en 4° van de wet, worden afgelegd in de examencentra georganiseerd door de instellingen voor de automobielinspectie erkend overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 23 december 1994 tot vaststelling van de erkenningsvoorwaarden en de regeling van de administratieve controle van de instellingen belast met de controle van de in verkeer gebrachte voertuigen. De praktische examens voor het behalen van een rijbewijs geldig voor de categorie G kunnen, bij besluit van de Vlaamse Regering bepaalde voorwaarden, ook afgelegd worden in de landbouwscholen en in de landbouwopleidingscentra of in de rijscholen die onderricht verstrekken voor het besturen van voertuigen van de categorie G.

De kandidaten die een theoretische opleiding voor het besturen van de voertuigen van de categorie B hebben gevolgd in een school van het secundair onderwijs kunnen het theoretisch examen voor de categorie B in deze school afleggen.

De kandidaten leggen het theoretische en het praktische examen af ten overstaan van examinatoren, bedoeld in het artikel 26. Het theoretische examen kan eveneens afgelegd worden voor een aangestelde van de instelling, handelend onder de verantwoordelijkheid van de examinator.

§ 2. Het aantal examencentra, de plaatsen waar ze gevestigd zijn, de grenzen van hun territoriale bevoegdheid en de regels betreffende hun organisatie worden bij besluit van de Vlaamse Regering bepaald.

De erkende instellingen gedragen zich voor de uitvoering van hun opdracht naar de onderrichtingen welke hen door de Minister of door zijn gemachtigde gegeven worden.

§ 3. De bepalingen van deze afdeling zijn niet van toepassing op de examens voor het behalen van het rijbewijs voor het besturen van de voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E of de subcategorieën C1, C1+E, D1 en D1+E.

Artikel 25 Waals Gewest

§ 1. Het theoretische en praktische examen bedoeld in artikel 23 § 1, 2° en 4° van de wet, worden afgelegd in de examencentra georganiseerd door de instellingen voor de automobielinspectie erkend overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 23 december 1994 tot vaststelling van de erkenningsvoorwaarden en de regeling van de administratieve controle van de instellingen belast met de controle van de in verkeer gebrachte voertuigen. De praktische examens voor het behalen van een rijbewijs geldig voor de categorie G kunnen, onder de door de Waalse Minister bepaalde voorwaarden, ook afgelegd worden in de landbouwscholen en in de landbouwopleidingscentra of in de rijscholen die onderricht verstrekken voor het besturen van voertuigen van de categorie G.

De kandidaten die een theoretische opleiding voor het besturen van de voertuigen van de categorie B hebben gevolgd in een school van het secundair onderwijs kunnen het theoretisch examen voor de categorie B in deze school afleggen.

De kandidaten leggen het theoretische en het praktische examen af ten overstaan van examinatoren, bedoeld in het artikel 26. Het theoretische examen kan eveneens afgelegd worden voor een aangestelde van de instelling, handelend onder de verantwoordelijkheid van de examinator.

§ 2. De Waalse Minister bepaalt het aantal van de examencentra, de plaats van hun vestiging, de grenzen van hun territoriale bevoegdheid en de regelen betreffende hun organisatie.

De erkende instellingen gedragen zich voor de uitvoering van hun opdracht naar de onderrichtingen welke hen door de Waalse Minister of door zijn gemachtigde gegeven worden.

§ 3. De bepalingen van deze afdeling zijn niet van toepassing op de examens voor het behalen van het rijbewijs voor het besturen van de voertuigen van de categorieën C, C+E, D, D+E of de subcategorieën C1, C1+E, D1 en D1+E.

§ 4. De examencentra verstrekken de kandidaten voor het rijbewijs van categorie B die in het examen bedoeld in artikel 23, § 1, 4o, van de wet betreffende de politie over het wegverkeer van 16 maart 1968 zijn geslaagd, het slaagattest waarvan het model door de Waalse Minister wordt bepaald.

§ 5. Met het oog op het verkrijgen van een voorlopig rijbewijs zonder begeleider, kunnen de examencentra, volgens de door de Waalse Minister of zijn afgevaardigde bepaalde modaliteiten, het bekwaamheidscertificaat bedoeld in artikel 10, tweede lid, van het koninklijk besluit van 10 juli 2006 betreffende het rijbewijs voor voertuigen van categorie B verstrekken aan de kandidaten voor het rijbewijs van categorie B die bewezen hebben dat ze bekwaam zijn alleen te sturen.

§ 6. De bekwaamheid om alleen te sturen wordt bewezen door het slagen voor de test over de technische rijvaardigheden, georganiseerd door de examencentra.

De test over de technische rijvaardigheden heeft betrekking op de onderwerpen vermeld in bijlage 5 en de duur ervan mag niet minder dan dertig minuten bedragen. De test wordt becijferd op de manier vermeld in bijlage 5.

De inschrijving voor de test over de technische rijvaardigheden gebeurt volgens de modaliteiten en op de manier goedgekeurd door de Waalse Minister of diens afgevaardigde.

De kandidaat voor het rijbewijs B, die 18 jaar oud is, en die zich aan de test over de technische rijvaardigheden wenst te onderwerpen, behaalt eerst :

a) het slaagattest voor de risicoperceptietest;

b) het getuigschrift van praktisch rijonderricht afgegeven door een erkende rijschool of, in voorkomend geval, het geldig voorlopig rijbewijs B waarvan hij sinds minstens drie maanden houder is.

Na twee opeenvolgende mislukkingen voor de test over de technische rijvaardigheden, volgt de kandidaat voor het rijbewijs B zes uren les in een erkende rijschool vóór hij opnieuw deelneemt aan de test.

Het bekwaamheidsgetuigschrift, waarvan het model door de Waalse Minister wordt bepaald, heeft een geldigheidsperiode van maximum achttien maanden.

§ 7. De risicoperceptietest wordt georganiseerd door de examencentra. De test wordt afgelegd in de vorm van een audiovisuele proef en de duur ervan mag niet meer dan dertig minuten bedragen.

De test wordt becijferd en verbeterd op de manier vermeld in bijlage 5.

De inschrijving voor de risicoperceptietest gebeurt volgens de modaliteiten en op de manier goedgekeurd door de Waalse Minister of diens afgevaardigde.

De kandidaat voor het rijbewijs B die zich aan de risicoperceptietest wenst te onderwerpen, meldt zich bij het examencentrum met zijn slaagattest van het theoretisch examen dat van minder dan drie jaar dateert.

Na twee opeenvolgende mislukkingen voor de risicoperceptietest, kan de kandidaat voor het rijbewijs B een nieuwe test afleggen uitsluitend op vertoon van een nieuw getuigschrift van onderricht afgegeven door een erkende rijschool.

De geldigheid van het slaagattest van de risicoperceptietest, waarvan het model door de Waalse Minister wordt bepaald, is beperkt tot de geldigheid van het slaagattest van het theoretische examen dat de kandidaat heeft afgelegd tijdens de test.

§ 8. De tests over de technische rijvaardigheden en de risicoperceptie worden in de Franse taal of de Duitse taal afgelegd.

De kandidaten voor het rijbewijs B, die de Franse taal of de Duitse taal niet machtig zijn, kunnen deze tests in het Nederlands of het Engels afleggen, bijgestaan door een tolk die onder de beëdigde vertalers wordt gekozen door het examencentrum en door de kandidaat betaald wordt.

De risicoperceptietest kan zodanig georganiseerd worden dat meerdere kandidaten voor het rijbewijs van categorie B die eenzelfde taal spreken en verstaan, worden gegroepeerd.

§ 9. De kandidaat voor het rijbewijs B moet zich schikken naar de aanwijzingen gegeven door de examinatoren tijdens de uitvoering van de risicoperceptietest.

Wanneer de examinator een onregelmatigheid vaststelt van de kandidaat voor het rijbewijs B, schorst hij zijn evaluatie, in voorkomend geval, na een voorlopige inhouding van de gegevens die onregelmatig in het bezit zijn van de kandidaat. De kandidaat wordt op de hoogte gebracht van de relevante feitelijke gegevens en van de stukken tot vastlegging van de onregelmatigheid die werd vastgesteld. De kandidaat als hij meerderjarig is, wordt onmiddellijk gehoord over zijn toelichting en verdedigingsmiddelen wat betreft de onregelmatigheid die hem wordt verweten. De minderjarige kandidaat wordt gehoord in het bijzijn van één van zijn ouders of van de persoon bekleed met het ouderlijk gezag. Na het verhoor, wordt een proces-verbaal van verhoor in twee exemplaren opgesteld dat door de examinator en de kandidaat en in voorkomend geval door de ouders of voogden moet worden ondertekend. Één van de twee exemplaren wordt afgegeven aan de kandidaat of in voorkomend geval aan de ouders of de voogden van de kandidaat; het ander exemplaar wordt door het examencentrum bewaard. De examinator maakt gewag van de feiten en middelen en beslist of er al dan niet een onregelmatigheid was. Als er een onregelmatigheid geweest is, zakt de kandidaat voor de risicoperceptietest en wordt hij uitgesloten tijdens de twaalf volgende maanden vooraleer hij de test opnieuw kan afleggen. De examinator deelt aan de kandidaat de beslissing mee die tegen hem genomen is, alsook de motiveringen dit tot de aanneming ervan hebben geleid. De kandidaat kan een beroep indienen bij de beroepscommissie bedoeld in artikel 47.

§ 10. De kandidaten waarvan het mentale of intellectuele vermogen of de graad van alfabetisme ontoereikend is, kunnen, op hun verzoek, de risicoperceptietest afleggen in een speciale zitting waarvan de nadere regels goedgekeurd zijn door de Waalse minister of diens afgevaardigde. De betrokkene levert het bewijs dat hij zich in een van deze gevallen bevindt door het overleggen van, inzonderheid, een getuigschrift of attest van een centrum voor leerlingenbegeleiding, een instituut voor buitengewoon onderwijs, een centrum voor observatie of begeleiding of een centrum voor beroepsoriëntering, waarvan het model door de Waalse Minister of diens afgevaardigde is goedgekeurd.

Het getuigschrift of attest bedoeld in het eerste lid kan evenwel door andere instellingen afgeleverd worden die door de Waalse Minister aangewezen zijn.