23 MAART 1998. - Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs.
(B.S. 30.04.1998)

Titel III. Het rijbewijs

Hoofdstuk VIII. Retributies

Artikel 61

Voor de hierna omschreven verrichtingen dient de ernaast vermelde retributie te worden betaald :

1° Afgifte van een voorlopig rijbewijs 20,00 EUR
2° Afgifte van een nieuw voorlopig rijbewijs (artikel 50) 20,00 EUR
3° Afgifte van een rijbewijs 20,00 EUR
4° Afgifte van een nieuw rijbewijs (artikel 49 of 50) 20,00 EUR
5° Opgeheven  
6° Afgifte van een internationaal rijbewijs 16,00 EUR
7° Omwisseling van een rijbewijs 20,00 EUR
8° Verzoekschrift aan de beroepscommissie 12,50 EUR

De vernieuwing van een voorlopig rijbewijs of een rijbewijs geldig voor de categorieën AM, A1, A2, A, B, B+E of G, om redenen van medische of psychische geschiktheid, bedoeld in artikel 21, § 3, geeft geen aanleiding tot de betaling van de retributie bedoeld in het eerste lid; deze bepaling is echter niet van toepassing op de rijbewijzen bedoeld in artikel 21, § 2.

De Minister bepaalt de betalingswijze van deze retributies.

Voor wat betreft het Vlaams Gewest, wordt aan het derde lid de volgende zin toegevoegd:
“De betalingswijze van de retributie voor het verzoekschrift aan de beroepscommissie wordt evenwel bepaald door de Vlaamse minister.”.

Zij kunnen niet worden terugbetaald tenzij in het geval bedoeld in artikel 48, § 1.

De Minister kan de bedragen van de retributies aanpassen aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen.

Voor wat betreft het Vlaams Gewest, worden tussen het woord “Minister” en het woord “kan” de woorden “of de Vlaamse minister” ingevoegd en wordt tussen het woord “kan” en de woorden “de bedragen” de zinsnede “, ieder wat hem betreft,” ingevoegd.

In dit geval, vermenigvuldigt hij het bedrag van de retributies met het indexcijfer van de voorbije maand en deelt het resultaat door het indexcijfer van de consumptieprijzen van de maand waarin dit besluit in werking is getreden. Hij vermeerdert, in voorkomend geval, de uitkomst met ten hoogste 0,5 EUR of vermindert het met ten hoogste 0,49 EUR om een eenheid te verkrijgen. De aangepaste bedragen treden in werking de eerste dag van de tweede maand die volgt op de maand waarin ze in het Belgisch Staatsblad zijn bekendgemaakt.

Artikel 62

Opgeheven bij art. 43, K.B. 28/04/2011 (B.S. 04/05/2011).

Artikel 63

§1. Voor de examens worden de volgende retributies betaald :

Theoretisch examen : 15,00 EUR
Praktisch examen :
- categorie AM 10,00 EUR
- categorieën B+E en B met code 96 :  
     - volledig praktisch examen 36,00 EUR
     - praktische proef alleen op de openbare weg 31,00 EUR
- categorie G:  
     Praktisch examen afgelegd in het examencentrum:  
          - Volledig praktisch examen: 45 EUR
          - Praktisch examen alleen op de openbare weg: 37,5 EUR
Praktisch examen afgelegd in een rijschool, landbouwschool of landbouwopleidingscentrum:  
     - Volledig praktisch examen: 65 EUR
     - Praktisch examen alleen op de openbare weg: 57,5 EUR
- categorie B  
     - praktisch examen 36,00 EUR
- categorieën A1, A2 en A :  
     praktisch proef alleen op een terrein buiten het verkeer : 14,00 EUR
     praktisch proef alleen op de openbare weg : 31,00 EUR
     volledig praktisch examen : 36,00 EUR
Aanvullende retributie :  
     - categorie A1, A2 en A indien het centrum instaat voor het voertuig dat volgt 19,00 EUR
     - categorie A1, A2 of A indien de examinator een voertuig van categorie A1, A2 of A gebruikt : 19,00 EUR
     - theoretisch examen met tolk 50,00 EUR
Retributiebijslag voor het praktische examen (art. 63, § 2) :  
     - categorie AM 7,50 EUR
     - andere categorieën of subcategorieën 25,00 EUR
Afgifte door de examencentra van een duplicaat van elk document voorgeschreven door dit besluit 7,50 EUR

In deze bedragen is de belasting over de toegevoegde waarde inbegrepen.

De Minister kan de bedragen van de retributies aanpassen aan de schommelingen van het indexcijfer van de consumptieprijzen.

In dit geval, vermenigvuldigt hij het bedrag van de retributies met het indexcijfer van de voorbije maand en deelt het resultaat door het indexcijfer van de consumptieprijzen van de maand waarin dit besluit in werking is getreden. De aangepaste bedragen treden in werking de eerste dag van de tweede maand die volgt op de maand waarin ze in het Belgisch Staatsblad zijn bekendgemaakt.

De retributies worden voorafgaand aan het examen geïnd.

§2. De retributiebijslag bepaald in § 1 moet betaald worden door :

de kandidaat die zich niet aanmeldt voor een praktische proef waarvoor hij zich heeft laten inschrijven, zonder het examencentrum ten minste twee werkdagen, de zaterdag niet meegerekend, voor de dag van de proef te verwittigen.

Die bijslag is verschuldigd voor elke praktische proef waarvoor de kandidaat nalaat zich aan te melden. De kandidaat kan van het betalen van die bijslag worden vrijgesteld in geval van overmacht waarover de Minister of zijn gemachtigde oordeelt;

de kandidaat die zich voor het praktische examen heeft gemeld maar die het niet mocht afleggen om één van de volgende redenen :

a) het voertuig voldeed niet aan de voorschriften van dit besluit of bood geen voldoende veiligheid;

b) er was niet voldaan aan de vereisten voorgeschreven voor het voorlopige rijbewijs;

c) de kandidaat was niet in staat te sturen;

d) de kandidaat kon één van de documenten genoemd in de artikelen 35, 36 en 37 niet voorleggen of was niet vergezeld door de begeleider of de instructeur bedoeld in artikel 39, § 3;

e) de bestuurder van het voertuig van de categorie B bedoeld in artikel 39, § 4, was niet in staat om te sturen of het voertuig bood geen voldoende veiligheid;

f) de kandidaat bedoeld in artikel 38, § 2 beschikte niet over de uitrusting voorgeschreven in dit artikel;

de kandidaat wiens examen onderbroken werd omdat hij niet voldoende vertrouwd was met de plaats en het gebruik van de bedieningsorganen van het voertuig.

Artikel 63 Vlaams Gewest

§1. Voor de examens worden de volgende retributies betaald:

1° theoretisch examen: 15 euro;

2° praktisch examen:

a) categorie AM: 10 euro;

b) categorieën B+E en B met code 96:

1) volledig praktisch examen: 36 euro;

2) praktische proef alleen op de openbare weg: 31 euro;

c) categorie G:

1) praktisch examen, afgelegd in het examencentrum:

i) volledig praktisch examen: 45 euro;

ii) praktisch examen alleen op de openbare weg: 37,50 euro;

2) praktisch examen, afgelegd in een rijschool, landbouwschool of landbouwopleidingscentrum:

i) volledig praktisch examen: 65 euro;

ii) praktisch examen alleen op de openbare weg: 57,50 euro;

d) categorie B: praktisch examen: 39 euro;

e) categorieën A1, A2 en A:

1) praktisch proef alleen op een terrein buiten het verkeer: 14 euro;

2) praktisch proef alleen op de openbare weg: 31 euro;

3) volledig praktisch examen: 36 euro;

3° aanvullende retributie:

a) categorie A1, A2 en A als het centrum zorgt voor het voertuig dat volgt: 19 euro;

b) categorie A1, A2 of A als de examinator een voertuig van categorie A1, A2 of A gebruikt: 19 euro;

c) het theoretisch examen, vermeld in artikel 32, § 3: een toeslag van 50 euro;

4° retributiebijslag voor het praktisch examen, vermeld in paragraaf 2:

a) categorie AM: 7,50 euro;

b) andere categorieën: 25 euro;

5° afgifte door de examencentra van een duplicaat van elk document, voorgeschreven door dit besluit: 7,50 euro.

In de bedragen, vermeld in het eerste lid, is de belasting over de toegevoegde waarde inbegrepen.

De bedragen, vermeld in het eerste lid, zijn gekoppeld aan het indexcijfer van de gezondheidsindex dat op 31 december 2016 werd bereikt.

De bedragen, vermeld in het eerste lid, worden op 1 januari van elk jaar aangepast aan het op 31 december van het voorgaande jaar bereikte indexcijfer van de gezondheidsindex en worden tot op de dichtstbijzijnde euro naar beneden afgerond.

De retributies, vermeld in het eerste lid, worden vóór het examen geïnd.

§2. De retributiebijslag bepaald in § 1, eerste lid, 4°, moet betaald worden door :

de kandidaat die zich niet aanmeldt voor een praktische proef waarvoor hij zich heeft laten inschrijven, zonder het examencentrum ten minste twee werkdagen, de zaterdag niet meegerekend, voor de dag van de proef te verwittigen.

Die bijslag is verschuldigd voor elke praktische proef waarvoor de kandidaat nalaat zich aan te melden. De kandidaat kan van het betalen van die bijslag worden vrijgesteld in geval van overmacht waarover de Vlaamse minister of zijn gemachtigde oordeelt;

de kandidaat die zich voor het praktische examen heeft gemeld maar die het niet mocht afleggen om één van de volgende redenen :

a) het voertuig voldeed niet aan de voorschriften van dit besluit of bood geen voldoende veiligheid;

b) er was niet voldaan aan de vereisten voorgeschreven voor het voorlopige rijbewijs;

c) de kandidaat was niet in staat te sturen;

d) de kandidaat kon één van de documenten genoemd in de artikelen 35, 36 en 37 niet voorleggen of was niet vergezeld door de begeleider of de instructeur bedoeld in artikel 39, § 3;

e) de bestuurder van het voertuig van de categorie B bedoeld in artikel 39, § 4, was niet in staat om te sturen of het voertuig bood geen voldoende veiligheid;

f) de kandidaat bedoeld in artikel 38, § 2 beschikte niet over de uitrusting voorgeschreven in dit artikel;

de kandidaat wiens examen onderbroken werd omdat hij niet voldoende vertrouwd was met de plaats en het gebruik van de bedieningsorganen van het voertuig.