23 MAART 1998. - Koninklijk besluit betreffende het rijbewijs.
(B.S. 30.04.1998)

Bijlage 4. Theoretisch examen

A. Stof voor het theoretische examen

B. Wijze van beoordeling

C. Wijze van verbetering


A. STOF VOOR HET THEORETISCHE EXAMEN

I. Stof voor het rijbewijs AM, A1, A2, A, B, C1, C, D1 en D

A. Gemeenschappelijke examenstof

  1. Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd op 16 maart 1968, en de wijzigingen van kracht op de dag van het examen;
  2. Koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg en de wijzigingen van kracht op de dag van het examen;
  3. Koninklijk besluit van 30 september 2005 tot aanwijzing van de overtredingen per graad van de algemene reglementen genomen in uitvoering van de wet betreffende de politie over het wegverkeer] en de wijzigingen van kracht op de dag van het examen;
  4. Belang van de oplettendheid en van de houding ten opzichte van andere weggebruikers;
  5. Waarneming, beoordeling en reactie, met name reactietijd, en gedragsveranderingen bij de bestuurder ten gevolge van alcohol, drugs en geneesmiddelen, gemoedsgesteldheid en vermoeidheid;
  6. De belangrijkste principes voor het bewaren van afstand, remafstand en wegligging van het voertuig in uiteenlopende weers- en wegomstandigheden;
  7. Verkeersrisico’s in verband met verschillende wegomstandigheden, in het bijzonder veranderingen ten gevolge van de weerstoestand en het tijdstip van de dag of de nacht;
  8. Kenmerken van de verschillende soorten wegen en daarop betrekking hebbende wettelijke voorschriften;
  9. Specifieke risico’s in verband met de onervarenheid van andere weggebruikers en in verband met de kwetsbaarste categorieën van weggebruikers, zoals kinderen, voetgangers, fietsers en personen die in hun mobiliteit gehinderd zijn;
  10. Risico’s in verband met deelneming aan het verkeer en het besturen van diverse voertuigtypes en in verband met het verschillende gezichtsveld van de bestuurders van deze voertuigen;
  11. Reglementering met betrekking tot administratieve bescheiden in verband met het gebruik van het voertuig;
  12. Algemene regels voor de door de bestuurder te volgen gedragslijn bij ongevallen (plaatsen van de gevarendriehoek, waarschuwen, enz.) en maatregelen die hij in voorkomend geval kan nemen om hulp te verlenen aan verkeersslachtoffers;
  13. Veiligheidseisen met betrekking tot het voertuig, de lading en de passagiers;
  14. Voorzorgsmaatregelen bij het verlaten van het voertuig;
  15. De mechanische onderdelen die voor de rijveiligheid van belang zijn : in staat zijn de meest voorkomende defecten te ontdekken, in het bijzonder aan de stuurinrichting, wielophanging, remmen, banden, verlichting en richtingaanwijzers, reflectoren, achteruitkijkspiegels, voorruit en ruitenwissers, uitlaatsysteem, veiligheidsgordels en geluidstoestel;
  16. Veiligheidsinrichtingen van de voertuigen, met name gebruik van de veiligheidsgordels, hoofdsteunen en veiligheidsvoorzieningen voor kinderen;
  17. Regels voor het milieuvriendelijke gebruik van het voertuig : alleen toeteren indien nodig, matig brandstofgebruik, beperking van uitlaatgassen;
  18. Veiligheid in tunnels.

B. Specifieke stof voor de categorieën A1, A2 en A

  1. Gebruik van beschermende uitrusting, zoals handschoenen, schoeisel, kleding en helm;
  2. Zichtbaarheid van motorrijders voor medeweggebruikers;
  3. Specifieke risico’s in verband met uiteenlopende wegomstandigheden, met bijzondere aandacht voor gladde delen van het wegdek, zoals putdeksels, wegmarkeringen zoals strepen en pijlen, tramrails;
  4. Mechanische onderdelen die voor de verkeersveiligheid van belang zijn, met bijzondere aandacht voor de noodstopschakelaar, het oliepeil en de ketting.

C. Specifieke stof voor de categorieën C1 en C

  1. Voorschriften inzake rij- en rusttijden zoals beschreven in Verordening (EG) nr. 561/2006 van het Europees Parlement en de Raad; het gebruik van controleapparatuur zoals beschreven in Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad;
  2. Voorschriften inzake het vervoer van goederen;
  3. Kennis van de maatregelen die moeten worden genomen na een ongeval of vergelijkbare gebeurtenis, zoals de evacuatie van passagiers, en de grondbeginselen van eerste hulp;
  4. Voertuig- en vervoersdocumenten die zijn vereist voor nationaal en internationaal vervoer van goederen;
  5. Voorzorgsmaatregelen die moeten worden genomen bij het verwisselen van wielen;
  6. Voorschriften inzake gewichten, afmetingen en snelheidsbegrenzers;
  7. Beperking van het gezichtsveld die door de kenmerken van het voertuig wordt veroorzaakt;
  8. Veiligheidseisen bij het laden van het voertuig : het beheersen van de lading (laden en vastzetten), problemen met verschillende soorten lading (bijvoorbeeld vloeistoffen, hangende lading), het laden en lossen van goederen en het gebruik van laadapparatuur;
  9. Principes van de constructie en werking van : verbrandingsmotoren, vloeistoffen (bijvoorbeeld motorolie, koelvloeistof, ruitensproeiervloeistof), het brandstofsysteem, het elektrische systeem, de ontsteking, het transmissiesysteem (koppeling, versnellingsbak);
  10. Smering en antivriesbescherming;
  11. Principes van de constructie, montage, correct gebruik en onderhoud van banden;
  12. Principes van de typen, werking, belangrijkste onderdelen, montage, gebruik en dagelijks onderhoud van reminrichtingen en snelheidsbegrenzers;
  13. Principes van de typen, werking, belangrijkste onderdelen, montage, gebruik en dagelijks onderhoud van het koppelmechanisme;
  14. Methoden voor het opsporen van oorzaken van defecten;
  15. Preventief onderhoud van voertuigen en noodzakelijke lopende reparaties;
  16. Verantwoordelijkheid van de bestuurder voor de ontvangst, het vervoer en de aflevering van goederen volgens afspraak;
  17. Beginselen van het verantwoorde gebruik van de snelheidsregelaar.

D. Specifieke stof voor de categorieën D1 en D

  1. Voorschriften inzake rij- en rusttijden zoals beschreven in Verordening (EEG) nr. 3820/85 van de Raad; het gebruik van controleapparatuur zoals beschreven in Verordening (EEG) nr. 3821/85 van de Raad;
  2. Voorschriften inzake het vervoer van personen;
  3. Voertuig- en vervoersdocumenten die zijn vereist voor nationaal en internationaal vervoer van personen;
  4. Kennis van de maatregelen die moeten worden genomen na een ongeval of vergelijkbare gebeurtenis, zoals de evacuatie van passagiers, en de grondbeginselen van eerste hulp;
  5. Voorzorgsmaatregelen die moeten worden genomen bij het verwisselen van wielen;
  6. Voorschriften inzake gewichten, afmetingen en snelheidsbegrenzers;
  7. Beperking van het gezichtsveld die door de kenmerken van het voertuig wordt veroorzaakt;
  8. Verantwoordelijkheid van de bestuurder met betrekking tot het vervoer van passagiers, het comfort en de veiligheid van passagiers, het vervoer van kinderen en de nodige controles vóór het wegrijden;
  9. Principes van de constructie en werking van : verbrandingsmotoren, vloeistoffen (bijvoorbeeld motorolie, koelvloeistof, ruitensproeiervloeistof), het brandstofsysteem, het elektrische systeem, de ontsteking, het transmissiesysteem (koppeling, versnellingsbak);
  10. Smering en antivriesbescherming;
  11. Principes van de constructie, montage, correct gebruik en onderhoud van banden;
  12. Principes van de typen, werking, belangrijkste onderdelen, montage, gebruik en dagelijks onderhoud van reminrichtingen en snelheidsbegrenzers;
  13. Principes van de typen, werking, belangrijkste onderdelen, montage, gebruik en dagelijks onderhoud van het koppelmechanisme;
  14. Methoden voor het opsporen van oorzaken van defecten;
  15. Preventief onderhoud van voertuigen en noodzakelijke lopende reparaties;
  16. Beginselen van het verantwoorde gebruik van de snelheidsregelaar.

II. Stof voor het rijbewijs G

  1. Stof voorzien in punt I, A;
  2. Koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen.

B. WIJZE VAN BEOORDELING

I. Categorieën AM en G

Maximum aantal punten : 40
Minimum vereist om te slagen : 33

II. Categorieën A1, A2, A, B, C1, C, D1 en D :

Maximum aantal punten : 50
Minimum vereist om te slagen : 41

II Vlaams Gewest.

1° Categorieën A1, A2, A, C1, C, D1 en D:

a) maximum aantal punten: 50;
b) minimum vereist om te slagen: 41.

2° Categorie B:

a) maximum aantal punten: 50;
b) minimum vereist om te slagen: 41.

De kandidaat is niet geslaagd als hij ten minste twee verkeerde antwoorden geeft op vragen die betrekking hebben op de overtredingen van de derde of vierde graad, vermeld in de artikelen 3 en 4 van het koninklijk besluit van 30 september 2005 tot aanwijzing van de overtredingen per graad van de algemene reglementen genomen ter uitvoering van de wet betreffende de politie over het wegverkeer, of die betrekking hebben op het overschrijden van de toegelaten maximumsnelheid, bepaald in de reglementen die zijn uitgevaardigd op grond van de wet.

C. WIJZE VAN VERBETERING

De Minister of zijn gemachtigde bepaalt de procedure tot verbetering van het theoretische examen.

Voor wat betreft het Vlaams Gewest, wordt het woord “Minister” vervangen door de woorden “Vlaamse minister”.