15 MAART 1968. - Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen.
[BS 28.03.1968]

Hoofdstuk IV: Autokeuring

Artikel 23novies. Identificatieverslag en/of keuringsbewijs

§1. De keuringen geven aanleiding tot de afgifte van een identificatieverslag en/of een keuringsbewijs en/of een tweedehandsrapport en/of een document « Visuele keuring van het voertuig, waarvan het model bepaald wordt door de Minister die de autokeuring onder zijn bevoegdheid heeft of door zijn gemachtigde.

§1 Vlaams Gewest. De keuringen geven aanleiding tot de afgifte van een identificatieverslag en/of een keuringsbewijs en/of een tweedehandsrapport en/of een document « Visuele keuring van het voertuig, waarvan het model bepaald wordt door de bevoegde Vlaamse instantie.

§1 Waals Gewest. De keuringen geven aanleiding tot de afgifte van een identificatieverslag en/of een keuringsbewijs en/of een tweedehandsrapport en/of een document « Visuele keuring van het voertuig, waarvan het model bepaald wordt door de Waalse bevoegde instantie.

§2. Een identificatieverslag wordt afgeleverd bij de eerste van de periodieke keuringen of wanneer een of ander technisch gegeven van dit verslag niet meer overeenstemt met het voertuig.

Voor de voertuigen van de categorieën N2, N3, M2, M3, O3 en O4 geldt het als het document voorgeschreven in artikel 6, punt 1, c) van de richtlijn 96/53/EG van de Raad van 25 juli 1996 houdende vaststelling, voor bepaalde aan het verkeer binnen de Gemeenschap deelnemende wegvoertuigen, van de in het nationale en het internationale verkeer maximaal toegestane afmetingen en van de in het internationale verkeer maximaal toegestane gewichten.

Voor deze voertuigen bevat het onder meer de gegevens van de "constructieplaat" en de plaat betreffende de afmetingen, zoals voorzien in de richtlijn 76/114/EEG, die in uitvoering werd gebracht door het koninklijk besluit van 26 februari 1981, houdende uitvoering van de richtlijnen van de Europese Gemeenschappen betreffende de goedkeu-ring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan, landbouw- of bosbouwtrekkers op wielen, hun bestanddelen alsook hun veiligheidsonderdelen.

§3. Een keuringsbewijs wordt afgeleverd na elke volledige of gedeeltelijke keuring, behalve in geval van visuele keuring van het voertuig die leidt tot de uitreiking van het document « Visuele keuring van het voertuig ».

Het vermeldt minstens :

het voertuigidentificatienummer (VIN);

het kentekennummer en de kenletters van het land van registratie;

de plaats en de datum van controle;

de kilometerstand afgelezen tijdens de vorige en huidige volledige keuring (indien beschikbaar);

de voertuigcategorie (indien beschikbaar);

voor minibussen en taxi's, het aantal zitplaatsen, andere dan de bestuurdersplaats;

de vastgestelde defecten en hun categorie;

de eventuele tekortkomingen ten opzichte van de reglementaire bepalingen;

de algemene beoordeling van het voertuig;

10° gegevens met betrekking tot keuringen waaraan het voertuig krachtens andere reglementaire bepalingen onderworpen is;

11° bepaalde voor latere keuringen nuttig geachte inlichtingen;

12° de datum van de volgende periodieke controle;

13° de identificatiegegevens betreffende de erkende instelling die de keuring heeft uitgevoerd, de handtekening of identificatie van de controleurs verantwoordelijk voor de controle, inbegrepen.

Wat de voertuigen bedoeld in art. 23ter, § 2, 1°sexies, betreft, vermeldt het ter gelegenheid van die eerste periodieke keuring uitgereikte keuringsbewijs ten minste :

het voertuigidentificatienummer (VIN);

het kentekennummer en de kenletters van het land van registratie;

de kilometerstand afgelezen tijdens de vorige en huidige volledige keuring (indien beschikbaar);

de voertuigcategorie (indien beschikbaar);

voor minibussen en taxi’s, het aantal zitplaatsen, andere dan de bestuurdersplaats;

de vastgestelde defecten en hun categorie;

de eventuele tekortkomingen ten opzichte van de reglementaire bepalingen;

de algemene beoordeling van het voertuig;

gegevens met betrekking tot keuringen waaraan het voertuig krachtens andere reglementaire bepalingen onderworpen is;

10° bepaalde voor latere keuringen nuttig geachte inlichtingen;

11° de periodiciteit van de volgende periodieke controle;

12° de identificatiegegevens betreffende de erkende instelling die de keuring heeft uitgevoerd, de handtekening of identificatie van de controleurs verantwoordelijk voor de controle, inbegrepen.

§ 3 Vlaams Gewest. Een keuringsbewijs wordt afgegeven na elke volledige of gedeeltelijke keuring, behalve bij een visuele keuring van het voertuig die leidt tot de uitreiking van het document “Visuele keuring van het voertuig”. Het vermeldt minstens:

1° het voertuigidentificatienummer (VIN of chassisnummer);

2° het kentekenplaatnummer van het voertuig en de kenletters van het land van registratie;

3° de plaats en de datum van de controle;

4° de kilometerstand die is afgelezen tijdens de vorige en de huidige volledige keuring, als die informatie beschikbaar is;

5° de voertuigcategorie, als die informatie beschikbaar is;

6° de vastgestelde gebreken en de graad van ernst daarvan;

7° het resultaat van de technische controle;

8° de datum waarop het huidige certificaat verstrijkt;

9° de naam van de erkende controleorganisatie en de handtekening of de identificatie van de controleur die de controle heeft uitgevoerd;

10° de volgende overige informatie:

a) voor minibussen en taxi’s: het aantal zitplaatsen, andere dan de bestuurdersplaats;
b) de gegevens over de keuringen waaraan het voertuig krachtens andere reglementaire bepalingen onderworpen is;
c) de inlichtingen die voor latere keuringen nuttig geacht worden.

§ 4 (enkel Vlaams Gewest). Een geldig keuringsbewijs dat is afgegeven in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte voor een in die lidstaat geregistreerd voertuig waaruit blijkt dat het voertuig met goed gevolg een technische controle als vermeld in richtlijn 2014/45/EU van het Europees Parlement en de Raad van 3 april 2014 betreffende de periodieke technische controle van motorvoertuigen en aanhangwagens en tot intrekking van Richtlijn 2009/40/EG, heeft ondergaan, wordt erkend in het Vlaamse Gewest, ongeacht eventuele verschillen in de frequentie-intervallen voor periodieke technische controles, vermeld in artikel 23ter van dit besluit.

Als een voertuig dat in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte al is geregistreerd, opnieuw wordt ingeschreven in het Vlaamse Gewest op naam van dezelfde titularis, wordt het keuringsbewijs dat door die andere lidstaat is afgegeven, erkend in het Vlaamse Gewest, op voorwaarde dat het keuringbewijs nog geldig is wat betreft de frequentie-intervallen voor periodieke technische controles, vermeld in artikel 23ter.

Als er twijfel is over de geldigheid van het keuringsbewijs, kan de geldigheid nagegaan worden alvorens het keuringsbewijs te erkennen.