15 MAART 1968. - Koninklijk besluit houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen.
[BS 28.03.1968]

Bijlagen

Bijlage 7. Niet verplichte lichten en reflectoren voor auto's en hun aanhangwagens

Kenmerken van
montage en kleur
Types van lichten en reflectoren
Parkeer-
licht
Omtreklicht V.A.
Indien breedte <2,10 (4)
Omtreklicht A.R.
Indien breedte <2,10 (4)
Mistlicht V.A. Achter-
uitrijlicht
Voor-
reflector
Zoeklicht Zij-
reflector
1. Aanwezigheid en aantal (1)
    Categorie A Zie art. 28, §3 2 2 2 1 of 2 2 1 Onbeperkt
    Categorie B   2 2 2 1 of 2 2 1  
    Categorie C   2 (5) 2 (5) 2 1 of 2 2 1  
    Categorie D   2 2 - 1 of 2 2 1  
2. Kleur (2) Zie art. 28, §3 W R W of G W of G W W of G O
3. Plaatsing (3)
    Max. afstand tot zijkant 40 -   40 - 40 -  
    Min. hoogte 35 35 35 - - 35 - 35
    Max. hoogte 60 -   120 - 120 - 120

Nota's

(1) De categorieën A, B, C en D beduiden: A, de categorie autobussen en autocars; B, de categorie personenauto’s, auto’s voor dubbel gebruik en minibussen; C, de categorie auto’s die niet behoren tot de categorieën A of B; D, de categorie aanhangwagens.
(2) W = wit; G = geel; R = rood; O = oranje.
(3) De afmetingen zijn uitgedrukt in cm.
(4) Deze afmetingen zijn van toepassing op motorvoertuigen en aanhangwagens die na 1 november 2014 voor de eerste maal in gebruik werden genomen.
(5) De omtreklichten zijn facultatief op land-en bosbouwtrekkers op wielen met een breedte van meer dan 2,10 m.